Regering van Chamorro dreigt voortijdig in chaos te eindigen

MEXICO-STAD, 22 JULI. Nicaragua dreigt af te glijden naar totale chaos en anarchie. President Violeta Barrios de Chamorro, op de helft van haar zesjarige ambtstermijn, lijkt niet bij machte de gebeurtenissen in haar land ten goede te keren. In de coulissen wachten de sandinisten af, terwijl ex-president Daniel Ortega en andere leiders van het Sandinistische Front bij tijd en wijle olie op het nu fel brandende vuur gooien.

Mevrouw Chamorro won in februari 1990 aan het hoofd van een centrum-rechtse coalitie van veertien partijen de eerste democratische presidentsverkiezingen in Nicaragua in decennia. Haar overwinning maakte een einde aan meer dan tien jaar sandinisme, dat, in combinatie met een bloedige burgeroorlog tussen sandinisten en door de VS gesteunde contra-rebellen, het land op de rand van de economische afgrond had gebracht. Tot grote verbazing en instemming van de internationale gemeenschap legden de sandinisten zich bij hun nederlaag neer en maakten ze zich op voor zes lange jaren van oppositie.

Wel deed Daniel Ortega zijn kiezers de belofte “van onderaf” verder te regeren. Dat was het understatement van het jaar. Hoewel ze in de oppositie zitten beheersen de sandinisten tot op de dag van vandaag leger en politie in Nicaragua, tot grote woede van de ex-contra's. Ortega's broer Humberto is commandant van wat nog steeds het Sandinistische Volksleger wordt genoemd.Toch is de sandinistische oppositie tot nu toe meer dan loyaal geweest. Terwijl mevrouw Chamorro's UNO-coalitie - een samenraapsel van gematigde politieke partijen en extreem-rechtse voormalige contra-rebellen - bezweek onder intriges, machtsspelletjes en corruptie, was het de oppositie die de regering-Chamorro de benodigde parlementaire steun gaf voor de uitvoering van een harde economische saneringspolitiek.

Met dit beleid wist Chamorro de hyperinflatie (in 1990 meer dan 12.000 procent) onder controle te brengen en van de Nicaraguaanse córdoba weer een stabiele munt te maken. De maatregelen hadden echter desastreuze gevolgen voor de doorsnee-Nicaraguaan, van wie meer dan zestig procent nu zonder werk zit. Het grootste probleem in het door acht jaar burgeroorlog geteisterde land vormt de herverdeling van landbouwgrond in de voornamelijk agrarische economie. Chamorro heeft haar verkiezingsbeloften van landbouwgrond voor zowel ex-contra's als voormalige sandinistische militairen niet kunnen waarmaken.

De diepe armoede op het platteland contrasteert scherp met de nieuwe rijkdom van een kleine elite voormalige ballingen uit Miami, die na terugkeer in hun vaderland goede zaken doen dank zij een aanmoedigingsbeleid van de regering. Deze zakenmensen moeten de Nicaraguaanse economie weer een stabiele basis geven.

De onvrede onder oud-contra-rebellen kreeg kort na de machtsovername door Chamorro al handen en voeten. Voormalige guerrillastrijders namen onder de naam "recontras' opnieuw de wapens op om met geweld hun eisen kracht bij te zetten. Groepjes recontras vestigden zich in het Nicaraguaanse gebergte en voerden van tijd tot tijd roofovervallen uit. Ze kregen al spoedig een sandinistische evenknie in de zogenoemde "recompas' (van compañero, het Spaanse woord voor kameraad), ontslagen militairen van het Sandinistische Volksleger die evenmin landbouwgrond hadden gekregen in ruil voor hun demobilisatie.

De politiek genspireerde misdaad in Nicaragua is de afgelopen maanden steeds gewelddadiger geworden. Roofovervallen, moorden, maar ook gijzelingen - zoals gisteren die van de Nicaraguaanse ambassadeur van Honduras - zijn aan de orde van de dag. Begin deze maand bracht dit de katholieke kerk tot de vertwijfelde uitroep dat “in Nicaragua nu complete onzekerheid heerst”.

Intussen lijkt de sandinistische oppositie tegen mevrouw Chamorro minder loyaal te worden. Tijdens een herdenkingsbijeenkomst van de sandinistische revolutie tegen dictator Somoza betwijfelde Daniel Ortega begin deze week openlijk of president Chamorro haar zesjarige ambtstermijn wel kan afmaken. Ortega distantieerde zich van de economische politiek van de regering door deze “desastreus” te noemen. “Idealiter eindigt de regering haar ambtsperiode in 1996”, zei Ortega op de door circa 50.000 sandinisten bijgewoonde bijeenkomst in de hoofdstad Managua. “Dat willen de sandinisten ook. Maar als de economische politiek niet verandert zal dat zeker niet lukken.” Sandinistische steun voor de regering is de enige garantie voor een zekere mate van stabiliteit in het land en een voorwaarde voor blijvende financiële hulp van donorlanden in Europa en de VS, waarvan Nicaragua vrijwel compleet afhankelijk is.

Voorlopig lijkt de gewijzigde sandinistische houding geen voorbode van een machtsovername. “We zullen terugkeren in de regering dank zij stemmen”, zei Ortega op de herdenkingsbijeenkomst. Hij zinspeelde op de formatie van een brede coalitie van nationale eenheid in geval de huidige crisis een verdere verzwakking van de regering tot gevolg heeft.

Beëindiging van de activiteiten van de voormalige rebellen is op dit moment een eerste vereiste voor beheersing van de crisis. De regering heeft oud-rebellen 45 dagen de tijd gegeven om gebruik te maken van een algemene amnestie. Als de wapens dan nog niet zijn neergelegd, zal het leger een groot offensief beginnen om de rust alsnog af te dwingen.