Parijs privatiseert vier topbedrijven

PARIJS, 22 JULI. Twee grote Franse industriële concerns, Elf-Aquitaine en Rhône-Poulenc, en twee banken, Banque Nationale de Paris en Banque Hervet, zullen in het najaar worden geprivatiseerd. De minister van economische zaken, Edmond Alphandéry, heeft dat gisteravond bekendgemaakt. Met de privatisering hoopt de regering nog dit jaar 40 miljard franc in de staatskas te krijgen.

De privatisering van de staatsondernemingen is een belangrijk onderdeel van het programma van de conservatieve regering van premier Balladur, maar meer om financiële dan om ideologische redenen. Met de opbrengst wil de regering de staatsschuld en het tekort op de overheidsuitgaven verminderen. President Mitterrand bepleitte onlangs "extreme voorzichtigheid' bij de verkoop van strategisch belangrijke bedrijven zoals de vliegtuigfabrikant Aérospatiale en Elf-Aquitaine, een van de twee grote Franse oliemaatschappijen (de andere, Total, is privé-eigendom).

Elf-Aquitaine, voor 50,8 procent eigendom van de staat, en het chemieconcern Rhône-Poulenc (voor 43 procent staatseigendom) gelden in Frankrijk als de grootste, meest gezonde en dus voor investeerders meest aantrekkelijke nationale ondernemingen. De beurswaarde van Elf-Aquitaine (88.000 werknemers) wordt op 95 à 100 miljard franc geschat - elke procent privatisering levert de staat dus een miljard franc op. De waarde van Rhône-Poulenc (80.000 werknemers en vestigingen in 140 landen) wordt op 28 miljard franc gesteld.

De verkoop van de Banque Nationale de Paris, die voor 72,9 procent eigendom is van de staat en 2000 vestigingen in Frankrijk heeft, levert naar schatting 25 à 30 miljard franc op. De BNP boekte vorig jaar 2,1 miljard franc winst tegenover een verlies van 1,8 miljard franc bij Crédit Lyonnais, een andere staatsbank. De privatisering van de kleine Banque Hervet (1.600 man personeel) zal maar enkele honderden miljoenen franc opleveren. Hervet leed vorig jaar verlies als gevolg van grote reserveringen wegens verliezen in de onroerend-goedsector.

De afgelopen jaren zijn Elf-Aquitaine en Rhône-Poulenc al stukje bij beetje en steeds met succes geprivatiseerd. De aandelen van de oliemaatschappij zijn populair bij de kleine Franse beleggers (12,8 procent), Franse institutionele beleggers (15,6 procent) en buitenlandse beleggers, vooral Amerikaanse pensioenfondsen (20,8 procent). Elf-Aquitaine wordt geleid door Loik Le Floch-Prigent, die geldt als een aanhanger van Mitterrand. Het is onzeker of hij president blijft na de privatisering, die overigens stap voor stap zal worden uitgevoerd "als de voorwaarden van de markt het toelaten', zoals het ministerie van economische zaken gisteren zei.

De voorwaarden voor de privatisering worden vastgesteld door een commissie van zeven personen. Deze zal bijvoorbeeld aandeelhouders buiten de markt om vragen aandelen over te nemen opdat de staat een "harde kern' behoudt en dus invloed kan blijven uitoefenen op het beleid van de ondernemingen. In beginsel kunnen beleggers van buiten de EG niet meer dan 20 procent van de aandelen van een geprivatiseerde onderneming verkrijgen, zo is wettelijk bepaald. Uitzonderingen zijn mogelijk in het kader van een industrieel, commercieel of financieel akkoord.