Orang-oetan

Van kritiek kun je leren, maar van misverstanden niet. Daarom toch een korte reactie op het - overigens uitstekende - artikel over de orang-oetan, dat op donderdag 16 juli in NRC Handelsblad verscheen.

Daarin wordt namelijk gesteld dat het Wereld Natuur Fonds aan de bescherming van bedreigde soorten geen aandacht meer zou geven. Dat is een misverstand dat ik graag wil rechtzetten. Het WWF werkt dagelijks, wereldwijd aan de bescherming van honderden soorten, waaronder de orang-oetan, de olifant en de neushoorn. Dat doen we op talloze manieren: door behulpzaam te zijn bij het instellen en beheren van reservaten, door het zoeken naar effectieve combinaties van plattelandsontwikkeling en natuurbescherming en ook door gerichte bescherming van bedreigde soorten. Dat is overigens maar goed ook, getuige bij voorbeeld de recente vergadering die in Nairobi over de bescherming van de neushoorn werd gehouden. Bijna 40 landen waren daar aanwezig, evenals een aantal grote donoren. Iedereen was het van harte eens over het feit dat voor de bescherming van de neushoorn extra maatregelen genomen moeten worden. Echter, alleen het Wereld Natuur Fonds legde naast een mening, ook een substantieel bedrag op tafel. De bescherming van bedreigde soorten is dus nog steeds een belangrijk - want noodzakelijk - werkterrein van het WWF.