Nederland weet niet wat te doen met migranten; Immigratie ligt gevoelig in PvdA

DEN HAAG, 22 JULI. De PvdA worstelt met het vraagstuk van de immigratie. “Een grondig debat over dit onderwerp is onvermijdelijk”, zegt partijvoorzitter F. Rottenberg. “Immigratie ligt gevoelig in de PvdA. De gevolgen ervan treffen de partijachterban in oude stadswijken sterk.” De PvdA-top probeert lijn te brengen in de benadering van immigratie en het beheersen van de gevolgen.

In het verkiezingsprogramma voor 1994 wil de partij aangeven waar de grenzen van Nederland als immigratieland liggen. Drie PvdA-bewindslieden hebben in de dagelijkse praktijk met verschillende aspecten te maken: staatssecretaris Kosto (justitie) met de uitzetting, minister d'Ancona (WVC) met opvang en minister Pronk (ontwikkelingssamenwerking) met de problemen in de landen van herkomst. Terwijl d'Ancona kampt met een groot tekort aan faciliteiten om de asielzoekers op te vangen, is Pronk binnen de partijgelederen in de aanval gegaan. Hij vindt dat Nederland als immigratieland “de kritische grens” nog niet heeft bereikt en dat er ruimte moet zijn voor migranten die tijdelijk werk zoeken in Nederland. Hij ziet in de toestroom een "dynamisch' element: “Landen zijn en worden immers verrijkt doordat migranten zich er vestigen.”

De immigratiedruk heeft zich vooral de laatste weken bij de PvdA opgedrongen nu blijkt dat het aantal asielzoekers dit jaar veel hoger is dan in voorgaande jaren. Waren er in 1989 ruim 13.000 ingediende asielverzoeken en vorig jaar ruim 20.000, dit jaar - zo luidt de prognose - zijn dat er waarschijnlijk tussen de 27.000 en 30.000. De smeekbede van d'Ancona aan gemeenten om meer asielzoekers op te nemen en aan haar collega-ministers voor meer geld, heeft het probleem nog hoger op de politieke agenda geplaatst. Beelden van ronddolende asielzoekers versterken onder kiezers het idee dat "Nederland vol is'. Van alle politieke partijen is het in de PvdA dat ideaal en praktijk het sterkst botsten: het hooggestemde ideaal van internationale solidariteit met de armen, en de ervaring dat in Nederland juist de minst draagkrachtigen het meest met de directe gevolgen van toenemende immigratie te maken krijgen.

Pag.2: PvdA bang kiezers naar CD te jagen

Bij de PvdA bestaat daarom de vrees dat een deel van het trouwe electoraat in de oude stadswijken zich niet meer door sociaal-democraten beschermd voelt en uit protest thuis blijft bij verkiezingen, óf stemt op de centrum-democraten van Janmaat. “Voor die stelling ontbreekt het bewijs”, zegt Rottenberg over deze laatste mogelijkheid. Opiniepeilers geven hem, zo blijkt uit gegevens, voorlopig gelijk. Volgens het bureau Interview komt de toestroom naar de CD - bij de verkiezingen van 1989 één zetel, nu geschat op vijf - uit de groep mensen die nog niet heeft gestemd. Vervolgens komt de meeste steun, circa een kwart van de CD-aanhang, uit de achterban van de PvdA, daarna CDA en VVD. Van de voorspelde vijf CD-zetels komt er één direct van de PvdA, aldus Interview.

Eind vorig jaar verknoopte Rottenberg het immigratiedebat in zijn partij met het thema van de illegalen. Hij zei toen voor de VPRO-radio dat illegalen moeten worden uitgezet naar het land van herkomst. Hij steunde daarmee het beleid van Kosto. Het illegalendebat leidde tot een eruptie van emoties in bepaalde delen van de PvdA. Rottenberg organiseerde in Den Haag een "briefing' over het thema waar diverse linkse intellectuelen en journalisten hem verantwoordelijk stelden voor de commotie om het illegalenvraagstuk.

Op diezelfde bijeenkomst verruimde Pronk echter het debat van illegalen naar immigratie in het algemeen. Volgens hem moet Nederland - in het licht van de internationale migratiestromen - erkennen dat het in feite immigratieland is geworden. Hij ziet de toestroom van vreemdelingen niet als een financiële en maatschappelijke last maar als een "verrijking' van de samenleving. “Het is niet in ons belang de grenzen te sluiten”, zei hij bij de presentatie van het Wereld Bevolkingsrapport 1993. In de Groene Amsterdammer gaf hij onlangs extra uitleg over migreren. “Dat is altijd al zo geweest en zal altijd zo blijven. Sterker nog: het migreren zal toenemen, zowel binnen als tussen landen.” Hij pleit voor een ruim toelatingsbeleid en vindt dat migranten het recht moeten hebben tijdelijk in Nederland te werken. Immigratie, stelt Pronk, is het gevolg van de manier waarop de wereld, op initiatief van Europa, in elkaar zit en plaatst het verschijnsel in zijn traditionele Noord-Zuid verhouding.

Op het partijkantoor in Amsterdam werden de wenkbrauwen gefronst omdat Pronk zijn gedachten formuleerde terwijl beelden verschenen van asielzoekers, overnachtend in een masveld, die bij veel kiezers het idee bevestigden dat Nederland wèl vol is. Bovendien kampt Nederland met een zeer sterk oplopende werkloosheid en wil de regering de criteria voor passend werk verscherpen zodat Nederlanders het werk moeten doen dat ze anders weigeren. Ook zou het idee dat Nederland gul is met tijdelijke werkvergunningen, vanuit Afrikaanse landen een extra stroom op gang kunnen brengen. Bovendien bestaat het gevaar dat tijdelijk werkzoekenden onbeperkt blijven en onderduiken in het illegalencircuit. Pronk zou met zijn uitnodiging aan Derde-wereldburgers, PvdA-kiezers in oude stadswijken van Nederland bang maken en ze naar protestgedrag jagen: niet stemmen of CD stemmen.

De Wiardi Beckmanstichting (WBS) - het wetenschappelijk bureau van de PvdA - werkte intussen aan het rapport "Waar ligt de grens' over de migratiepolitiek. Het rapport steunt de analyse van Pronk dat Nederland een immigratieland is geworden maar pleit voor een scherpe beheersing van de toestroom. Ook verdere ontwikkelingshulp helpt de problemen in landen van herkomst niet oplossen, zo beweert het rapport. Integendeel: “Economische ontwikkeling van die landen kan emigratie zelfs stimuleren omdat een deel van de bevolking na enige tijd hoger opgeleid is en zich makkelijker reizen naar het buitenland kan veroorloven.”

De toestroom is onafwendbaar, zo vindt de studiegroep, en de Haagse politiek moet zich daarop instellen. Nederland moet jaarlijks een "immigratieplan' opstellen met daarin streefcijfers over het aantal op te nemen immigranten. Een systeem van immigratiequota zou in EG-verband moeten worden overeengekomen om te voorkomen dat de toestroom eenzijdig naar enkele landen gaat. Het "immigratieplan' geeft de toegelaten immigranten rechten. De vraag aan welke plichten of immigratie-eisen (opleiding, eigen vermogen) de nieuwkomers moeten voldoen, zoals in traditionele immigratielanden als de VS en Canada, wordt in het WBS-rapport amper beantwoord. Hoe het immigratieplan in de praktijk kan worden uitgevoerd is eveneens mistig. Het ziet er echter naar uit dat dit rapport terug te vinden is in het definitieve PvdA-program voor de verkiezingen van 1994 en dat de PvdA zo erkent dat Nederland de formele status van immigratieland moet hebben. Of de achterban dat ook erkent, blijkt pas op de avond na de verkiezingen.