Irak accepteert VN-videocamera's als ze niet werken

NEW YORK, 22 JULI. Experts van de Verenigde Naties gaan op korte termijn naar Irak om omstreden videocamera's te plaatsen op twee proefterreinen voor raketten bij Bagdad. Als tegemoetkoming aan Iraakse bezwaren zullen de camera's echter voorlopig niet in werking worden gesteld, zo blijkt uit een rapport dat de voorzitter van de Speciale ontwapeningscommmissie, Rolf Ekeus, gisteren aan de Veiligheidsraad van de VN heeft toegestuurd.

Ekeus bezocht in de afgelopen dagen Bagdad om een uitweg te vinden uit de jongste confrontatie tussen de VN en Irak, dat de plaatsing van de camera's afwees als schending van zijn soevereiniteit. Begin deze week meldde de Zweedse diplomaat een voorlopig akkoord te hebben bereikt. Naar nu blijkt hebben de VN ermee ingestemd dat de camera's niet worden ingeschakeld vóór Iraakse onderhandelaars eind augustus of begin september naar New York komen voor verder overleg over de lange-termijncontrole op de Iraakse wapenprograma's.

Wel heeft de Iraakse vice-premier Tareq Aziz volgens Ekeus beloofd dat de VN tijdig van raketproeven op de hoogte zullen worden gesteld, zodat kan worden nagegaan of Irak geen middellange- of lange-afstandsraketten test. Dat is verboden krachtens de bestandsvoorwaarden na de Golfoorlog van 1991, waarbij Irak ook ontwikkeling en bezit van biologische, chemische en nucleaire wapens is ontzegd.

In een bij Ekeus' rapport gevoegd document onderstreept Irak overigens zijn eis tot eerbiediging van zijn “soevereiniteit, binnenlandse veiligheid en waardigheid” door de VN. Onder dit hoofd hebben de Iraakse autoriteiten al herhaaldelijk verzet aangetekend tegen VN-activiteit op allerlei gebied.

De Veiligheidsraad besloot eerder op de dag het handelsembargo tegen Irak te handhaven, met het argument dat Bagdad nog steeds niet ten volle aan de bestandsvoorwaarden heeft voldaan. De Britse VN-ambassadeur Sir David Hannay wees erop dat Irak nog altijd niet de nieuwe grens met Koeweit heeft aanvaard, niet alle uit Koeweit meegenomen gevangenenen heeft gerepatrieerd en de Iraakse Koerden en shi'ieten niet menselijk behandelt - afgezien van de diverse VN-eisen op wapengebied die nog openstaan. Wat dat laatste betreft zei Hannay dat de Raad was bemoedigd door de kennelijk door Ekeus bereikte vooruitgang. Maar hij zei dat de Raad “daden, niet woorden” nodig heeft. De komende onderhandelingen met de Irakezen zullen volgens hem uitwijzen of “we werkelijk een stap voorwaarts zetten of slechts de schijn wekken dat te doen”. (Reuter, AP)