Den Bosch van onder en van achter

Den Bosch heeft de Binnendieze. Het is feitelijk een samenvloeiing van de riviertjes de Dommel en de Aa.

Het aardige van de Binnendieze is dat zij kilometerslang onder de stad doorloopt. Tegenwoordig kan men de Binnendieze bevaren. Per jaar maken 40.000 toeristen van die gelegenheid gebruik. Tot een paar jaar geleden werden de bootjes met duwstokken voortbewogen; tegenwoordig zijn ze uitgerust met een elektromotortje dat nauwelijks geluid produceert. Ze dragen de namen van roemruchte Brabanders: Hertog Hendrik I, de stichter van Den Bosch in 1185, diens opvolger Hertog Jan I en van hertogin Johanna die was getrouwd met koning Wenceslas van Bohemen.

In 1969 leek het er op dat het riviertje zijn langste tijd had gehad. De Binnendieze zou, zo vond een meerderheid van de gemeenteraad, moeten worden gedempt omdat zij zich door de eeuwen heen had ontwikkeld tot een riool. De huizen die er boven waren gebouwd loosden er hun afvalwater op, de menselijke faecaliën incluis. Het was een "stinkend onding' geworden, dat een penetrante lucht verspreidde. Zo beschreef ik het in een van de eerste artikelen die ik, toen nog als jong verslaggever, schreef voor NRC Handelsblad.

Maar het liep anders. De Bossche gemeenteraad telde in die dagen een uit vier leden bestaande oppositiepartij die Beter Bestuur heette. Leider van de fractie was de advocaat (later rechter) mr. H. Bergé. Bergé c.s. verzette zich hevig tegen de demping. Als hem tijdens de debatten in de raad gewezen werd op de onhygiënische toestand en de stank, placht hij te zeggen: “Ge ruikt oe eige”. 783 huishoudens loosden er namelijk op. Beter Bestuur vond de Rijksmonumentenzorg aan zijn zijde. Die verklaarde de Binnendieze en de aangrenzende stad tot beschermd stadsgezicht. Het gevolg was dat de gemeente besloot de Binnendieze te restaureren. Men begon daarmee in 1972; anno 1993 is het werk grotendeels verricht. Pikante bijzonderheid: het structuurplan, waarin de demping van de Binnendieze was opgenomen, is de facto nooit ingetrokken; het verdween gewoon in een bureaulade.

De rioolaansluitingen werden afgesloten, de togen waarmee de huizen het riviertje overkluizen, werden stuk voor stuk gerestaureerd. Het water reinigde zich in de loop der jaren zelf. Nu is er sprake van een rijke plantengroei en is het riviertje rijk aan vis. Redder van de Binnendieze Bergé wordt in de gevel van een van de huizen waar men langs vaart - het is een pand aan het Uilenburgstraatje - geëerd met een plaquette waarop zijn aangezicht is te zien.

Varen door de Binnendieze is een ervaring die niet mag worden gemist. Het duurt een uur. Men kan grote delen van Den Bosch eens van een andere kant bekijken, namelijk van onder en van achter. Volgens de vrijwilligers die als stuurlui en als gids optreden is de gelegenheid daarom uniek in de wereld. Daar kunnen Amsterdam en Venetië niet aan tippen, zeggen ze. Men ziet op sommige plaatsen nog de uitgangen van de huizen naar het riviertje. Na de inname door Frederik Hendrik in 1629 van Den Bosch waren ze de vluchtweg voor degenen die betrapt werden op het belijden van hun katholieke geloof. De Binnendieze werd in vroeger dagen niet alleen gebruikt als transportweg, maar ook als drinkwatervoorziening. De wevers en de textielververs gebruikten het riviertje om er hun spullen in te wassen en te spoelen. De tientallen bierbrouwerijen die destijds in en rond het Uilenburgkwartier waren gevestigd, betrokken er hun water uit.

Delen van de vaartocht spelen zich af in duisternis. Dan ontsteekt de bootsman de lichten. Wat opvalt is de doodse stilte, die zo midden in de stad des te opmerkelijker is. Waar de Binnendieze in het daglicht treedt ziet men vissers bezig. Men ziet de achterzijden van de huizen, waarvan er vele stammen uit de Middeleeuwen. En men ziet de riooluitgangen, die zijn dichtgemetseld. Sommige huizen hebben houten uitbouwen, die boven het water hangen. Daarin waren meestal de keuken en de w.c. gevestigd. Via een gat kon men er zijn behoefte rechtstreeks offeren aan de Binnendieze. Het verhaal gaat dat de naam van de Bossche Bollen - een taartje van soezendeeg, overgoten met chocolade en gevuld met slagroom - is afgeleid van de drollen die de Bosschenaren destijds op de Binnendieze loosden. Maar dat is waarschijnlijk kletskoek.

Wie de Binnendieze wil bevaren dient, zo werd me door de vrijwilligers die kantoor houden in een pandje in het Uilenburgkwartier op het hart gedrukt, tevoren te reserveren, wat ook geldt voor eenlingen. (Tel.: 073-122334).

Met de kleinkinderen voeren we onlangs door de Binnendieze. We waren in gezelschap van een groepje kinderen die vermoedelijk uit een tehuis afkomstig waren. Ze waren wat rumoerig en niet bang om vragen te stellen. “Mijnheer, wat is een gevel?” Bij een uitzonderlijk grote riooluitgang riep een manneke: “Daar kunde wel een drolleke door maken.” Er was ook een baasje dat zowat achter elke zin van de gids uitriep: “Dat liegt ge.” Maar een tocht door de Binnendieze is echt de moeite waard. Dat is in ieder geval nét gelogen.