"De Mississippi haalt altijd wat haar toekomt'

HANNIBAL, 22 JULI. Broad street in het plaatsje Hannibal eindigt in bruin, drabbig Mississippi-water. Rijen gammele, houten huizen zijn tot op de vensterbanken van de eerste verdieping en soms tot aan de dakrand ondergedompeld. De nieuwe rivierdijk en vloedkering houden hier op. Het laag gelegen oude centrum van Hannibal is wel droog gebleven.

"Ja, we zijn open voor zaken! Geen water! Geen modder!' is triomfantelijk op de ruiten van restaurants, kledingzaken en souvenirwinkels geschreven. Op de stoep van de gerenoveerde Hannibal National Bank staat de plaatselijke, blonde schoonheidskoningin voor de camera om een promotiefilmpje op te nemen. “Hannibals programma voor Main Street heeft ab-so-luut won-de-ren verricht voor de binnenstad”, zegt ze glimlachend.

Maar 300 meter verderop staart de 52-jarige Phyllis Hall somber naar het stinkende water, waar ze haar huis aan heeft verloren. “Wij waren geen dijk waard”, zegt ze. “Ik ben heel bitter.” Ze heeft een oud, oranje trainingspak van het Leger des Heils aan. Haar eigen kleren zwieren nu in de plomp. De burgemeester heeft aangekondigd dat de ondergelopen huizen onbewoonbaar worden verklaard. Als de huizen een maand onder water hebben gestaan, valt er toch weinig op te knappen. Maar voor Phyllis betekent het misschien wel het einde van het autocarosseriezaakje, dat ze bestiert.

Het is in Hannibal niet anders dan in de meeste andere oude plaatsjes aan de Missouri en de Mississippi die met wateroverlast kampen. De armste wijken lopen het eerste onder. Wegens het overstromingsgevaar is de grond dichtbij de rivier het goedkoopst. Een huis op een heuvel kan het dubbele kosten van een huis aan de rivier.

De armoede is veel slachtoffers van de overstroming aan te zien. Veel arme blanken met tatoeages en lege plekken in hun gebit. Hun krakkemikkige auto's zijn hun enige bezit, als ook die niet zijn meegespoeld. In Life on the Mississippi beschrijft de in Hannibal opgegroeide schrijver Mark Twain (1835-1910) de overstromingsslachtoffers van zijn tijd. Ze woonden soms weken op een vlot tot het water weer zakte. Dan trok het gezin zich weer terug in de blokhut. De overstromingen “stelden de arme sloebers tenminste in staat om zo nu en dan uit de doden op te rijzen en het leven te zien, als er een stoomboot voorbij kwam”, schrijft Twain. “Ze stelden deze zegen ook op prijs, want ze sperden hun monden en ogen wijd open en maakten goed gebruik van de gelegenheid. Wat zouden deze verlaten schepsels bij lage waterstanden doen om niet van verveling te vergaan?”

Nu nemen de mensen geen genoegen meer met dergelijke condities. De overheid helpt met dijken of met geldelijke steun. Phyllis Hall woont niet op een dekschuit maar in een appartement dat tijdelijk beschikbaar is gesteld. Haar ondergelopen huis heeft haar 9.000 dollar gekost. Ze heeft nog een hypotheekschuld van 8.400 dollar. Met de federale noodhulp van 11.000 dollar houdt ze weinig geld over voor nieuwe meubels. En dan moet ze waarschijnlijk naar een gesubsidieerde huurwoning in een wijk waar volgens haar veel misdaad en activiteit van jeugdbendes is.

Het verlaten van onbehaaglijke oorden is niet onbekend in Amerika. De 18.000 inwoners tellende stad Hannibal trekt langzaam landinwaarts, de heuvels in, verder weg van het door Twain zo vereerde uitzicht op de rivier. Bij de overstroming van 1927 roeiden de burgers laconiek naar hun kantoor of winkel om het werk op de eerste verdieping voort te zetten. Na de overstromingen van 1973 en 1985 zijn winkels gesloten of naar de populaire shopping mall met grote parkeerterreinen in de heuvels verhuisd. Kruideniers of warenhuizen zijn niet meer in het centrum te vinden. Veel gebouwen, waaronder het statige Mark Twain-hotel, zijn dichtgespijkerd.

Tenzij plaatsjes aan de Mississippi met roemrijke namen als Cairo of Herculaneum toeristen trekken, sterven ze langzaam uit. Het hele Midden-Westen is langzaam aan het ontvolken. Op het vruchtbare platteland valt er weinig anders te doen dan te boeren. Maar vóór de slagregens en overstromingen maakte het gebied een lange periode van droogte door.

Sinds het begin van de eeuw zijn de mensen naar de grote steden in Californië en de Oostkust verhuisd. St Louis heeft nog maar 396.000 inwoners, al zijn velen naar omliggende voorsteden, verder van de Mississippi, getrokken. De Mississippi draagt nog wel veel duwbakken met graan en goederen maar is niet langer de levensader van handel.

Twain, die een professionele loods is geweest, zag al dat de raderboten werden verdreven door de trein en later maakte de vrachtauto een einde aan het primaat van de trein. “De twintigste eeuw is niet mijn eeuw”, zei Twain vlak voor zijn dood in 1910. En het was ook niet de eeuw voor Hannibal geweest als Twain het niet had vereeuwigd in zijn boeken over Tom Sawyer en Huckleberry Finn. Een deel van Hannibal is omgetoverd tot een toeristenpretparkje met souvenirwinkels, frituurrestaurants en een museum van de twee huizen waar Twain onder de naam Samuel Clemens is opgegroeid, compleet met het hek dat romanfiguur Tom Sawyer door anderen had laten witten.

De nieuwe dijk, die dit jaar klaar kwam, heeft deze bronnen van bestaan beschermd. Langs de hoger gelegen grote weg staan de fast food-tenten en toeristenmotels. Maar de toeristen zijn bij gebrek aan vertier weggebleven dit jaar. De toegangsweg tot de grot is gesloten, de raderboten kunnen niet uitvaren en de jachthaven en het oeverparkje liggen helemaal onder water. Het toeristentreintje heeft nu een weg langs het overstroomde stadsgedeelte in haar route voor sightseeing opgenomen.

Op de nieuwe rivierdijk van klei of op de verderop gelegen uitkijkrots, Lover's Leap, staan de oudere bewoners van Hannibal hoofdschuddend te kijken naar het water dat met een vaart van zeker 15 kilometer per uur voorbijstroomt. “Moeten wij nu belasting betalen om de winkels hier te beschermen”, vraagt een zuinige man in overall zich af, terwijl hij het rivierdal overziet. Huckleberry Finn en "Nigger' Jim zagen bij een overstroming een compleet gemeubileerd huis voorbij drijven met een dode man erin. Gisteren kwam er een kampeerauto langs gedreven. Ook voert de Mississippi hijskranen, brokstukken, dierenlijken, pesticiden en chemicaliën mee.

“Het is nog nooit zo hoog geweest”, bromt een gepensioneerde, die heel wat overstromingen in zijn stad heeft gezien. “De mensen kunnen de Mississippi niet bedwingen. De rivier zal toch uiteindelijk terughalen wat haar toekomt.” Hij denkt terug aan de vorige overstromingen, 1951, 1955, 1965, 1973 en 1986. In 1927 werden er een aantal dorpen weggevaagd. Het hoort erbij, zoals de aardbevingen bij Californië en de orkanen bij Florida en de deelstaten aan de Mexicaanse Golf.

Maar nu is het water hier tot negen meter gestegen, terwijl het normaal om deze tijd drie meter diep is. Als de dijk er niet was, zouden de eerste verdiepingen van de gebouwen in het centrum onder water staan. Sinds april verkeert de Mississippi al in staat van overstroming. Twain beschreef de nukkigheid van deze rivier. Als de boot een week aan de wal lag, moest een loods altijd vooruit varen om te kijken wat er in de rivier was veranderd. Een man kon zich volgens Twain in één nacht van de ene op de andere oever bevinden, omdat de rivier zich een andere weg door het land had geboord. “Gebeurde zoiets vroeger aan de bovenloop van de rivier, dan zou een slaaf van Missouri naar Illinois kunnen worden verplaatst en daardoor een vrij man zijn”, aldus Twain.

De Army Corps of Engineers heeft zich tot taak gesteld deze grilligheid te bedwingen. Voormalige moerassen, die water absorbeerden, zijn nu permanent, vruchtbaar landbouwgebied geworden voor boeren die zich de duurdere, hoger gelegen gronden niet kunnen veroorloven. Aan de overkant van de Mississippi bij Hannibal patrouilleren helikopters langs een 90 kilometer lange aarden wal, die uitgestrekte laaglanden beschermt. “Er is een race in het bouwen van dijken ontstaan”, zegt Henry Sweets, directeur van het Mark Twain-museum. “Als de ene er een dijk aanlegt, moet de andere ook.”

St Genevieve, een oud Franse koloniaal stadje, heeft gedurende de waterstijging van de laatste maanden met vrijwilligers, zandzakken, zand en beton een dijk gebouwd. Eerst hadden de bewoners er geen belastinggeld voor over om hun uitzicht op de rivier op te geven. Dit jaar heeft de rivier hen gedwongen de historische gebouwen en huizen te beschermen. Want de toeristen moeten blijven komen.

De vrouw, die het oude centrum van Hannibal moet adverteren, is wat zenuwachtig voor de camera en kan haar tekst niet afmaken. “Hannibal biedt een grote verscheidenheid. Stop! Ik weet het niet meer”, zegt ze.

“Nee, je moet zeggen verscheidenheid; verscheidenheid aan nieuwe zaken”, zegt de vrouw, die het lichtscherm vasthoudt.

“Goed, nieuwe verscheidenheid door de herleving van ons centrum, dank zij de goedkope leningen.”

Veel winkels in de omgeving zijn donker en dicht, cafés leeg. Hier en daar borrelt de Mississippi door de grond naar boven.