De laatste fase

PRESIDENT Alija Izetbegovic moet straks in Genève het verlossende woord spreken.

Hij zal zich erbij moeten neerleggen dat de pluriforme, federale staat Bosnië-Herzegovina ophoudt te bestaan. Verlost zullen zich slechts voelen de verantwoordelijken in de Europese Gemeenschap, de Verenigde Staten en andere lidstaten van de Verenigde Naties die zich gaandeweg zijn gaan bemoeien met het bloedige verval van het vroegere Joegoslavië. Zij erkennen nu dat er geen uitzicht is op een fatsoenlijke regeling. De winter nadert, de ramp die zich aan de mensen daar voltrekt, neemt geen einde. Als Izetbegovic nu maar wil meewerken aan de voltrekking van het vonnis over zichzelf, zijn land en zijn volk, kan de internationale diplomatie ten minste haar gezicht redden.

Ongegeneerd is de Bosnische president onder druk gezet, deze week nog door een Belgische missie namens de Europese Gemeenschap. De zogenoemde bemiddelaars waren er eerder al niet voor teruggeschrokken het nog slechts formeel voortlevende Bosnische presidium bijeen te trommelen om zodoende politiek veelal onbetekenende figuren tegen Izetbegovic uit te spelen. De enige echte dissident in dat gezelschap ontleende zijn positie aan een wel zeer lokaal bepaalde kliënteel. Maar niets gaat kennelijk te ver om uit de impasse te geraken.

TER VERDEDIGING VAN de internationale gemeenschap kan worden aangevoerd dat de drievoudige burgeroorlog in Bosnië, verbonden als hij is met de voortgaande strijd om de verdeling van het vroegere Joegoslavië, haar voorstellingsvermogen en vernuft te boven is gegaan. Het VN-Handvest bijvoorbeeld is dubbelzinnig genoeg om de gekozen aanpak te rechtvaardigen. Deze omvat sancties tegen en criminalisering van Servische leiders, en tezelfdertijd worden deze personen aanvaard als volwaardige gesprekspartners in de speurtocht naar vrede. Zo konden anderzijds de natuurlijke beschermelingen van de betrokken internationale organisaties, de soevereine staat Bosnië op grond van het volkenrecht, de verslagen moslimgemeenschap op grond van de rechten van de mens, verworden tot de dwarsliggers waarvoor zij nu worden aangezien.

Lang heeft president Izetbegovic gespeculeerd op redding door middel van internationale interventie. Hij had daarvoor goede redenen. De trotse verklaringen na de val van de Muur suggereerden dat met agressie voor goed was afgerekend. Toen Irak de daarop volgende zomer het kleine Koeweit onder de voet liep werd het gevoelig afgestraft, de Amerikaanse president kondigde een nieuwe wereldorde af. De erkenning van Bosnië-Herzegovina door de internationale gemeenschap, anderhalf jaar geleden, bevestigde het bestaansrecht van de nieuwe republiek. Presidentskandidaat Clinton sprak zich vorig jaar uit voor gewapende hulp aan Bosnië, eenmaal in het Witte Huis zag hij daar weliswaar van af, maar hij bleef pleiten voor een beëindiging van het VN-wapenembargo tegen de republiek. Een NAVO-luchtmacht is inmiddels paraat om in te grijpen. Maar waar het telt, op de grond, staan de Bosniërs er alleen voor.

NU HET DIEPTEPUNT in de Bosnische tragedie is bereikt, rest Izetbegovic niets dan de raad op te volgen van de internationale gemeenschap, hoe cynisch die ook klinkt. Voortzetting van de gewapende strijd dient geen politiek doel meer. De laatste enclaves hebben hooguit een kans op overleven wanneer de wapens zwijgen en de VN de nu afgebonden humanitaire hulp kunnen hervatten. De geloofwaardigheid van de internationale gemeenschap bevindt zich onder de nullijn, maar zij blijft de enige die de belegerden iets te bieden heeft.