Banken wantrouwen ondernemers, brouwerijen versterken hun greep; Investeringen in Horeca te laag

AMSTERDAM, 22 JULI. Hoewel het bezoek aan cafés en restaurants de afgelopen tien jaar fors is toegenomen, stoppen de eigenaren van eet- en drinkgelegenheden steeds minder geld in hun etablissement. “De winsten van die gelegenheden zijn de laatste jaren goed, maar om een of andere onverklaarbare reden wordt dat geld niet genvesteerd”, zegt TNO-onderzoeker A. van Ineveld.

Van Ineveld is een van de twee auteurs van het rapport 'De bedrijfsontwikkeling in toerisme en recreatie in 1982 - 1992', dat is samengesteld door het Instituut voor Ruimtelijke Organisatie van TNO in opdracht van het ministerie van economische zaken. Daaruit blijkt dat de investeringen in de toeristisch-recreatieve sector de laatse tien jaar drastisch zijn afgenomen. Van Ineveld: “Gecorrigeerd voor de inflatie liggen de investeringen op dit moment op 30 tot 40 procent van het niveau in 1982”. Economische Zaken spreekt van een “zorgelijke ontwikkeling” en wil dit najaar de oorzaken onderzoeken van de investeringsterugval.

De kroegen, eethuizen en snackbars komen in het onderzoek als de slechtste investeerders te voorschijn, waardoor hun economische groeikracht in de jaren tachtig sterk is afgenomen. Dat klopt wel naar de mening van de Hillegomse café-baas H. Siebelt, die ook actief is in de branche-organisatie Horeca Nederland: “Het is een bedrijfstak waar je erg snel inrolt, zodat veel café-ondernemers in de zaak staan met een diplomaatje en wat adviezen van een tante. Terwijl ik zelf op vrije dagen doorstudeer, zitten veel mijn collega's met pakken geld bij een ander in de kroeg. Banken hebben ook weinig vertrouwen in café-bedrijven en zoeken altijd een mede-financier, waardoor de greep van brouwerijen en speelautomatenexploitanten sterk is toegenomen. Ik reken de komende jaren op een sterke sanering van de branche”.

Tot de toeristisch-recreatieve sector worden behalve de eet- en drinkgelegenheden, ook de hotels en reisbureau's gerekend. Andere branches zijn de detailhandel, zoals sportartikelenwinkels, personenvervoer, onder meer taxi's, en leveranciers zoals jachtenbouwers. Bij het onderzoek naar wat TNO noemt de "vitaliteitsgroei' (combinatie van omzet, investeringen en winst) is gebruik gemaakt van de Enquête Regionale Bedrijfsontwikkeling van de Kamers van Koophandel.

In het onderzoek worden ook de zogeheten amusementsbedrijven als "uitgesproken zwak' betiteld, doordat de groei daar al enige jaren uit is. Woordvoerder C. van Stiphout van Tournet, een samenwerkingsverband van 50 kleinere dagattractie-bedrijven zoals de Amerfoortse dierentuin en het Haagse Omniversum, erkent het probleem: “De markt is al jaren stabiel, zodat elke gewonnen klant er bij een ander afgaat. Wij proberen vooral om de bestedingen te verhogen bij het activeren van de horeca en verkoop van souvenirs. De klant wordt wel steeds veeleisender, zodat veel investeringen nodig zijn, en is ook bereid om daravoor meer te betalen”. Ook de detailhandel, waaronder winkels in sport- en reisartikelen vallen, is de laatste jaren verzwakt.

Goede zaken doen ondanks de terugval in 1990 en 1991 de reisbureau's en de toeristische vervoersbedrijven, die volgens Van Ineveld tot de "eredivisie' behoren. Absolute uitschieter naar boven vormen de toeleveranciers, die de investeringen in tien jaar tijd met bijna een kwart verhoogden.

Binnen Nederland was de groei het minst in de toeristische sector op de zandgronden van Midden- en Zuid-Nederland. Het Waddengebied is daarentegen een grote groeier, net als in mindere mate het gebied rondom de Hollands-Utrechtse meren, in Drenthe, in Overijssel en in Noord Holland.