Amerikaanse militairen doen mee aan projekt in ruimteonderzoek

Een kwart eeuw geleden werd in de Verenigde Staten de NASA opgericht: de National Aeronautics and Space Administration.

Deze civiele organisatie heeft sindsdien voor wat de VS betreft het patent gehad op de verkenning van het zonnestelsel. Geldgebrek hoopt haar nu echter aan te kloppen bij militaire instanties. Die moeten eveneens fors inleveren en worden gedwongen om meer naar civiele toepassingen te kijken. Begin volgend jaar zal in samenwerking met de Ballistic Missile Defense Organization (BMDO) een satelliet worden gelanceerd die aanvankelijk ontwikkeld was voor het testen van militaire technologieën, maar nu mede een wetenschappelijke taak krijgt.

De satelliet, Clementine 1 geheten, wordt momenteel afgebouwd op het Naval Research Laboratory in Washington. In januari 1994 zal hij in een langgerekte baan om de aarde worden gebracht. Tijdens zijn omlopen komt hij door verschillende stralingsgebieden, wat ook een van de militaire doelen was. Eind februari komt hij in een baan om de maan, waar hij onze buur twee maanden lang in zichtbaar, infrarood en ultraviolet licht bestudeert. Volgens Eugene Shoemaker, hoofd van de groep van NASA-wetenschappers, zal dit een volledige inventaris van de soorten gesteenten op de maan opleveren.

Twee maanden later wordt de satelliet op een koers naar Geographos gezet: een planetode die in die tijd weer eens vrij dicht langs de aarde komt. Tijdens zijn vlucht langs Geographos maakt de ruimtesonde gebruik van een nieuw navigatiesysteem, dat zijn koers automatisch instelt op de beweging van de planetode. Terwijl de militairen dit systeem beproeven, kunnen de NASA-wetenschappers metingen verrichten aan de vorm en het oppervlak van de planetode.

Het militaire Clementine-programma zou aanvankelijk uit twee satellieten bestaan. Woordvoerders denken dat deze tweede satelliet nu binnen twee jaar voor minder dan 35 miljoen dollar kan worden gebouwd. Clementine-2 zou langs twee planetoden kunnen worden gezonden, om daarop projectielen af te schieten die ontwikkeld zijn voor het onschadelijk maken van raketten. Door de inslagen wordt uit het oppervlak gesteente vrijgemaakt, waarvan de eigenschappen door de NASA-wetenschappers kunnen worden bestudeerd.

Bij de wetenschappers lopen de meningen over de min of meer gedwongen samenwerking met de militairen uiteen. Vrijwel allen zijn het er over eens dat het beter is om iets aan onderzoek te kunnen doen dan niets. Sommigen zouden liever zien dat het project door de NASA wordt geleid en meer in het verlengde van het tot nu toe verrichte onderzoek gebeurt. Zij vinden de planning van het project en de keuze van de experimenten nu erg ad hoc. En sommigen zijn bang dat de militaire programma's een air van wetenschappelijkheid krijgen en het gras gaan wegmaaien voor de voeten van de NASA.