Alleen zieke bejaarden hebben baat bij huisbezoek

Preventief huisbezoek door een maatschappelijk werker lijkt dé manier om bejaarde mensen zolang mogelijk zelfstandig te houden. Zo zouden tijdig allerlei gezondheidsproblemen kunnen worden opgespoord en kan een eventuele ziekenhuisopname worden voorkomen. Dat zou dan veel geld besparen.

Uit een onderzoek van de afdeling epidemiologie van de Universiteit van Maastricht blijkt echter dat een dergelijk huisbezoek bij het gros van de bejaarden weinig oplevert; het heeft geen duidelijk positief effect op het welbevinden en de gezondheidstoestand van deze mensen.

Anders ligt het voor ouderen die zelf vinden dat zij een slechte gezondheid genieten. Die bleken wel degelijk baat te hebben bij huisbezoek (British Medical Journal, 3 juli).

De Limburgse onderzoekers hebben drie jaar lang 580 ouderen van 75 tot 84 jaar gevolgd. De helft - de interventiegroep - kreeg minstens één keer per drie maanden bezoek van steeds dezelfde maatschappelijk werker. In ongeveer een uur werd er aan de hand van een soort vragenlijst gesproken over het welbevinden en de gezondheidstoestand. De maatschappelijk werker gaf advies en verwees eventueel naar andere instanties, bij voorbeeld de huisarts. Als het noodzakelijk leek werd het aantal bezoeken uitgebreid. Ook kon men telefonisch hulp inroepen. De andere helft van de bejaarden - een controlegroep van vergelijkbare samenstelling - kreeg geen bijzondere aandacht.

Het bleek dat de intensieve begeleiding van de interventiegroep nauwelijks iets opleverde. Het algehele welbevinden was in de interventiegroep misschien zelfs iets geringer dan in de controlegroep. Het aantal sterfgevallen en de zelf gerapporteerde gezondheidstoestand waren in beide groepen vergelijkbaar. Ook als het ging om de dagelijkse activiteiten of om wandelen, fietsen of tuinieren, was er geen verschil merkbaar. Van beide groepen werden er ook evenveel mensen in een bejaardenhuis opgenomen. Door de grotere aandacht kreeg de interventiegroep iets vaker thuishulp of verpleging. Daar stond tegenover dat de controlegroep iets vaker en iets langer in het ziekenhuis werd opgenomen. Toch bleken de totale kosten voor de interventiegroep vier procent hoger dan voor de controlegroep. Dat kwam doordat de uitgespaarde ziekenhuiskosten teniet gedaan werden door de hogere kosten van de andere hulpverlening.

De onderzoekers hebben apart gekeken naar dat deel van de bejaarden dat zich naar eigen zeggen niet gezond voelde. Bij die subgroep bleek huisbezoek wel degelijk nut te hebben. In de interventiegroep lag de sterfte maar liefst een kwart lager dan in de controlegroep. Ook waren er veel minder ziekenhuisopnamen nodig.