Westerse arrogantie viert hoogtij in Somalië

In grote plastic zakken arriveerden vorige week uit Somalië de lichamen van vier buitenlandse correspondenten. De lijken van Hos Maina, Anthony Macharia, Dan Eldon en Hansi Krauss vertoonden steek- en kogelwonden en tekenen van steniging. In een vlaag van waanzin, van xenofobie, had een ziedende menigte Somaliërs in de hoofdstad Mogadishu zich op hen geworpen, volgens een ooggetuige bestond die menigte vooral uit vrouwen. De openbare executie van de vier journalisten volgde op een luchtbombardement in een volkswijk door het leger van de Verenigde Naties. De VN bestookten een gebouw van de Somalische krijgsheer, generaal Aideed. “Een zuiver chirurgische ingreep”, noemde VN-gezant admiraal Jonathan Howe de aanval, waarbij ruim vijftig Somaliërs omkwamen.

Iedere buitenlander is een vijand. Journalisten, hulpverleners, militairen van de Verenigde Staten of de Verenigde Naties, ze behoren nu tot hetzelfde soort, ze zijn indringers in Somalië. De trotse, agressieve Somaliërs maken geen onderscheid meer. De hoop, of misschien beter, de arrogantie van de buitenlanders die dachten Somalië's problemen te kunnen oplossen, is met de moord op de vier journalisten bloedig afgestraft.

De buitenlandse inmenging in Somalië is mislukt. Buitenlandse hulpverleners kunnen wegens de onveilige situatie de straten van Mogadishu niet meer op, hun humanitaire activiteiten zijn vrijwel tot stilstand gekomen. De hoofdstad blijkt gevaarlijker dan vóór de Amerikaanse interventie in december. Journalisten kunnen door de algehele anti-buitenlandse stemming niet meer vertrouwen op hun gehuurde Somalische bewakers, die hun tot voor kort de enig mogelijke bescherming leverden. De VN-militairen wagen zich nauwelijks meer op straat voor patrouilles te voet. De VN-macht blijkt een vliegende politie-agent die uit luidruchtige helikopters raketten afvuurt.

De staf van de humanitaire afdeling bij de VN-operatie heeft zich inmiddels teruggetrokken in het buurland Kenia. Het overige VN-personeel barricadeert zich in het VN-hoofdkwartier. Daar kan het, wegens de grote kans op aanvallen door Somaliërs, 's nachts de slaapkamers niet uit om zijn behoefte te doen. De VN verkeren in een volledig isolement. Geen enkele prominente Somaliër is betrokken bij de leiding. Somalië wordt bestuurd door buitenlanders, het werd feitelijk door de VS en de VN gekoloniseerd. Door het gebrek aan culturele affiniteit met en kennis van het politieke temperament stapelen de buitenlandse heersers in Somalië blunder op blunder.

De twee belangrijkste machthebbers in het land zijn admiraal Jonathan Howe, speciale VN-gezant, en generaal Thomas Montgomery, onderbevelhebber van de VN-troepen. Beiden zijn Amerikaan en er bestaat weinig twijfel dat hun politiek van de harde lijn in Washington haar oorsprong vindt. Zij volgden hun landgenoot Robert Oakley op, de machtigste man van Somalië sinds de Amerikaanse interventie in december tot de overdracht aan de VN in mei van dit jaar.

Oakley arriveerde er vlak vóór de landing van de Amerikaanse troepen. Strijders van generaal Aideed verwelkomden hem en begeleidden het hoge gezelschap van het vliegveld 50 km buiten Mogadishu naar Aideeds onderkomen in de hoofdstad. Hij logeerde op het erf van Aideeds geldschieter, de zakenman en drugsdealer Osman Ato. De relaties tussen Aideed en Oakley waren uitstekend; de Amerikaanse militairen lieten het wapenarsenaal van Aideed vrijwel intact, diens troepen hielden de Amerikanen buiten schot. Volgens de propaganda van de Amerikanen was niet Aideed de "slechte' krijgsheer, maar diens aartsrivaal, generaal Morgan, schoonzoon van ex-president Barre en prominent lid van de clan van de Marehan.

Howe, Oakley's opvolger, brak echter met Aideed en heeft hèm tot "slechte' krijgsheer gebombardeerd. Howe stelt Aideed verantwoordelijk voor de moord op Pakistaanse VN-militairen en heeft hem, een jaar na dato, uitgeroepen tot hoofdschuldige van de hongersnood die tienduizenden slachtoffers eiste. De rollen zijn nu omgekeerd: in de ogen van de Amerikanen is generaal Morgan nu kennelijk de "goede' krijgsheer. Daarbij wordt nogal makkelijk over het hoofd gezien dat Morgan in 1988 duizenden inwoners van het noordelijke Hargeisa liet vermoorden en de stad plat liet bombarderen.

De VN slagen er niet in zich als onpartijdige interventiemacht op te werpen. In het conflict tussen troepen van de Somalische Nationale Alliantie (SNA) van Aideed en die van generaal Morgan in Kismayo lieten de VN-troepen Morgans leger de stad overnemen van het SNA. In Mogadishu verklaarden zij Aideed de oorlog en kozen daarmee partij voor diens rivaal de krijgsheer Ali Mahdi die in het noorden van de hoofdstad opereert. De VN hebben hun neutrale positie opgegeven en zijn nu weggezakt in het moeras van de Somalische clan-politiek.

Met zijn klopjacht op Aideed negeert Howe een kardinale eigenschap van het Somalisch politieke leven: er bestaan geen goede of slechte clan-leiders. Aideed is leider van de clan van de Hawiye Habre Gedir. Wat hij in buitenlandse ogen ook fout moge hebben gedaan, zijn clan-leden scharen zich achter hem, zoals bijvoorbeeld de Marehans nog steeds ex-president Barre als hun leider zien.

Met de vendetta tegen Aideed joeg Howe de gehele Hawiye Habre Gedir tegen de VN en alle buitenlanders in het harnas. Ouderlingen van deze clan en politici in het Verenigde Somalische Congres (USC) van Aideed werkten eind vorige maand aan de ondermijning van diens positie. Er waren plannen in voorbereiding om Aideed af te zetten. Howe liep als een olifant door de porseleinkast; zijn aanval op Aideed maakte aan dit proces abrupt een einde.

Op het politiek-militaire slagveld van Somalië liggen aan alle beslissingen opportunistische redenen ten grondslag. Het gaat hier om een strijd om de totale macht, vergelijkbaar met eerdere conflicten over weidegronden, zonder ideologische of moralistische bijbedoelingen. De VN kunnen niet èn een stadsguerrilla met Aideeds clan voeren èn tegelijkertijd met diens rivaliserende clans over vrede onderhandelen. Howe's campagne tegen Aideed zou kunnen leiden tot een gelegenheidsverbond van de concurrerende clans met de VN. Een vredesverdrag dat daarvan het gevolg zou kunnen zijn, zou echter net zo zwak zijn als alle militaire overeenkomsten die in de afgelopen maanden tussen gewapende facties zijn gesloten. Howe's politiek leidt tot meer militarisering en polarisering. Zijn simplistische, Westerse benadering van het Somalische conflict maakt hem ongeschikt voor de rol van vredestichter. De VN zouden er goed aan doen hem zou snel mogelijk van zijn post te ontheffen.

Wanneer je een vogel zijn veren wilt afnemen, dan pluk je hem, veer voor veer, als hij slaapt. Dit Somalische spreekwoord kan een leidraad vormen voor de VN. In nauwe samenwerking met traditioneel invloedrijke ouderlingen van alle clans zou moeten worden gewerkt aan de inbeslagneming van de zware wapens van de krijgsheren. Stapje voor stapje, totdat de krijgsheren op een goede morgen beseffen dat ze hun wapens èn hun autoriteit zijn kwijtgeraakt aan de ouderlingen - dat ze in de nacht zijn kaalgeplukt. Zo'n politiek, waarbij begrip wordt opgebracht voor Somalische waarden en cultuur, volgde VN-gezant Mohamed Sahnoun, totdat hij vorig jaar werd ontslagen door de secretaris-generaal van de VN, Boutros Boutros-Ghali.

Al eeuwen lang bewapent de Somaliër zich, het hoort bij zijn cultuur, bij zijn dagelijkse leven in een droge en vijandige omgeving. Totale ontwapening is onmogelijk: de gehele Hoorn van Afrika, met zijn oncontroleerbare grenzen, werd tijdens de Koude Oorlog met modern wapentuig overspoeld. Bij het zoeken naar een politieke oplossing zou daarom verzoening tussen de clans prioriteit moeten krijgen, niet ontwapening.

Het terugdringen van Aideeds invloed is zo mogelijk nog gecompliceerder dan het bestrijden van de macht van de andere krijgsheren. Hij bouwde zijn militie op met ongeschoolde nomadische jongeren uit Zuidwest-Somalië, woongebied van de Hawiye Habre Gedir. Pas na de veldslagen in de hoofdstad in 1990 en 1991 met de Marehan-clan van ex-president Barre verschafte Aideeds clan zich een sleutelpositie in Mogadishu. Aideeds militaire positie is nog steeds sterk en hij eist het presidentschap van het gehele land op.

Het gecompliceerde en gewelddadige karakter van de Somalische politiek, gevoegd bij de koloniale houding van Howe maken een onmiddellijk vertrek van de VN-troepen uit Somalië wenselijk. Het land is in de gegeven omstandigheden echter veroordeeld tot de VN, want de door clan-wraak verziekte Somalische samenleving kan haar problemen niet meer zelf oplossen en een Afrikaanse vredesmacht behoort niet tot de mogelijkheden. Als de VN zich nu terugtrekken, zou de Somalische waanzin uit de droge laaglanden de bergen van Kenia en Ethiopië kunnen opkruipen en de gehele Hoorn van Afrika kunnen overspoelen.