Voor de Chinezen in Harbin stinken alle Russen

HARBIN, 21 JULI. Skolka en charasjo - Russisch voor "hoeveel' en "OK', hoort men op de "internationale' straatmarkten van Harbin, een metropool in het noordoosten van China, even vaak als de Chinese equivalenten duoshao en hao-de. Het zijn echter doorgaans de Chinese kooplui die de Russische termen kennen en de stroom handelaren uit alle delen van de voormalige Sovjet-Unie houdt het bij Russisch.

De regio is de historische invloedssfeer van Rusland; talloze Chinezen spreken goed of gebroken Russisch en houden er nog Russische eet-tradities op na. In augustus 1945 werd het gebied door Stalin van de verslagen Japanners overgenomen, leeggeplunderd en aan de Chinese communisten overgedragen die er er gretig het stalinistische systeem installeerden.

Tot 1960 waren de Russen de "Grote Broer' en nergens waren er zoveel als in Harbin, dat trouwens in oorsprong een tsaristisch-Russisch spoorwegcentrum was en pas na de revolutie van 1917 een Chinese stad begon te worden. Sinds een jaar of twee wemelt het opnieuw van de Russen, maar de rollen zijn wel omgekeerd.

Zij zijn niet langer heersers of partijbonzen, maar haveloze marskramers; Russische vrouwen zijn serveersters, nachtclubdanseressen of prostituées. Bilateraal grensverkeer is volledig visumvrij. De afgelopen vier, vijf jaar is het hele grensgebied stap voor stap van een militair niemandsland een woekerende wilde handelszone geworden. Aanvankelijk reden alleen vrachtwagens eindeloos aan en af, 's zomers op veerboten en 's winters over de bevroren rivieren.

Zij brachten de vrachtwagens zelf, jeeps, helikopters, machines, cement, kunstmest, hout en mineralen binnen en zij namen slechts textiel en etenswaren mee terug. Tweederde van de bilaterale handel van in totaal 7 miljard dollar gaat in de provincie Heilongjiang de grens over en de rest door Binnen-Mongolië.

Maar de infrastructuur is zeer ontoereikend en een modern import-exportregime ontbreekt ook volledig. De onberekenbaarste component is de zogenoemde handel van "volk tot volk'. Een wandeling over de Nan Kang Internationale Volksmarkt, een eufemisme voor een gewone vlooienmarkt, leert je meteen dat dit nog onevenwichtiger handel is dan de staatshandel. Wat hebben de Russen in hun koffers en zakken binnengedragen?

Militaire verrekijkers en infra-rood nachtkijkers die zo zwaar zijn dat je ze maar even op kunt houden, verder vergrootglazen, chronometers, curvimeters, alle modellen uit grootvaders tijd. Verder liggen er matroesjka-poppen van Gorbatsjov, oude tsaristische munten en andere spulletjes. De Russen komen dan ook steeds meer met lege zakken, dat wil zeggen zonder goederen en kopen grote hoeveelheden Chinese textiel in voor Amerikaanse dollars, die zij thuis op de zwarte markt kopen en eveneens op de Chinese zwarte markt inwisselen voor Chinese yuan.

Er is immers geen wisselkoers tussen de roebel en de yuan. Een groepje Russen uit de grensstad Oessoerisk vertelt dat zij één reis per week maken en gemiddeld 1.000 dollar verdienen. Russen die verder weg in Siberië wonen, komen één keer in de twee weken.

Zij brengen ongeveer 4.000 dollar mee en kopen daarvoor twee enorme polyester-zakken gevuld met Chinees textiel. Behalve reis- en vrachtkosten moeten zij loon betalen aan Chinese "koelies', die de spullen naar het station of het vliegveld brengen en verder steekpenningen aan de Russische douane en "beschermgeld' aan de mafia. In de straten van hun woonplaats verkopen ze de goederen met 200 procent winst en na aftrek van alle kosten hebben zij dan nog 1.000 dollar over.

Zij geven toe dat het riskant werk is en dat hun grootste vrees de afpersingspraktijken van de mafia zijn. Als je weigert te betalen loop je kans om zeep te worden geholpen. Het eerste doel van de meeste handelaren is om een tweedehands Toyota te kopen en vervolgens, als ze wat kapitaal opgebouwd hebben, op normalere handel over te gaan. De eerste stappen op de weg naar het kapitalisme worden dus door veel Russen in China gezet.

Een functionaris van het propaganda-departement van de provincie Heilongjiang, Zhao, zegt dat er gemiddeld 2.000 Russen per dag naar Harbin komen, onder wie delegaties, losse handelaren en alleenstaande vrouwen. Zhao steekt zijn afkeer van de Russen niet onder stoelen of banken. “Hun vaders waren de verkrachters van onze vrouwen. Niemand durfde daar in de jaren vijftig, tijdens de zogenoemde socialistische broederschap tegen te protesteren. Nu ze bankroet zijn komen ze hier om geld te verdienen. In restaurants laden ze zich vol en lopen weg zonder te betalen.”

Chinezen demonstreren een soortgelijk racisme als de Russen tegenover Chinezen, maar het lijkt in het algemeen minder extreem en de Chinezen zijn "praktischer'. Russen schelden reflexmatig op alle Chinezen; Chinezen schelden niet op mensen waaraan geld te verdienen is. De Chinezen hebben immers dubbel profijt. Ze krijgen buitenlandse valuta en raken hun goedkoopste spullen kwijt waar anders geen kopers voor zijn te vinden. De Russische voordelen zijn dubieuzer. Doorgaans wordt elke blanke voor een Rus versleten en toen een taxichauffeur mij vroeg waar ik vandaan kwam, antwoordde ik dat hij dat toch wel wist. “Jij bent geen Rus”, zei hij nadrukkelijk. Hij wees op mijn oksels en zei: “Je verspreidt geen onwelriekende geur. Russen doen dat allemaal, mannen en vrouwen.”

De Russische erfenis is alom tegenwoordig in Harbin. De oude Russische binnenstad Pristan (Chinees: Daoli) is een openluchtmuseum van vooroorlogse architectuur in alle Europese stijlen, vooral neo-barok, neo-klassiek, art-deco en joods. Opmerkelijk is dat de gebouwen in betere staat verkeren dan hun evenbeelden in Vladivostok. De Chinezen hebben tot midden jaren tachtig bedroevend weinig blijk van architectonische esthetiek gegeven, maar zij hebben nu een zodanig economisch peil bereikt dat er veel werk wordt gemaakt van het restaureren van oude, dat wil zeggen 80 tot 100 jaar oude, Russische en Europese gebouwen.

Alle gevels van de hoofdstraat van Daoli zitten weer goed in de verf en pleisterwerk. De twee leidende restaurants van het centrum bieden Russisch eten. Het ene restaurant heet merkwaardig genoeg "Hua-Mei' (Chinees-Amerikaans), heeft een interieur in klassieke paleis-stijl en had tot 1952 een Russisch-joodse eigenaar. Het andere heet "Ha-Ha' en is een joint-venture met de naburige Russische stad Chabarovsk; in het Chinees spreekt men de eerste lettergreep van die stad net als Ha-er-bin ook als "ha" uit, vandaar "Ha-Ha'.

Beide restaurants bieden een variëteit en kwaliteit die volgens kenners in Rusland alleen in verborgen nomenklatoera-restaurants beschikbaar is. Rode kaviaar met wodka, borstsj-soep, kool-rolletjes en kip-sjasliek voor een tientje. Wat ontbrak in het "Ha-Ha'-restaurant waren de Russische "serveersters', die de laatste maanden zo veelvuldig in de publiciteit zijn geweest.

De baas zei dat zij twee dagen tevoren waren vertrokken nadat hun contracten waren afgelopen en dat de nieuwe ploeg spoedig zou arriveren. Maar een oude Rus, Sergej die tijdens de oorlog in Harbin was gestrand, vertelde in het Chinees dat er voortdurend moeilijkheden met de meisjes zijn en zij voortijdig naar huis vluchtten.

Het begint als ze ontdekken dat ze minder verdienen dan Chinese serveersters, maar breukpunt is meestal de grove manier waarop China's nouveau-riches hen behandelen. Sergej zei dat Chinezen zich levendig herinneren hoe de Russen in de jaren vijftig Chinese vrouwen behandelden. Nemesis voor een Chinees is nu om een uitspatting met een jonge, fraaie blonde Russin te beleven en haar dan goed in te peperen hoe superieur hij zich voelt. De historische kringloop is in meer dan een opzicht rond. Russen worden voor de tweede keer deze eeuw in China als "tweede-rangs' blanken gezien.

De eerste keer was in de jaren twintig en dertig toen grote aantallen Witrussen, inclusief berooide adel, naar Harbin en Shanghai vluchtten. De mannen om daar als rij-instructeur of lijfwacht dienst te nemen, de vrouwen als nachtvlinders. Zullen de Russen dit imago in China voor langere tijd houden?

Ding Biao, export-manager van een machine-fabriek uit Shenyang, een andere miljoenen-stad in Noordoost-China, die ik op een handelsbeurs tegenkom, is overtuigd van het tegendeel. Hij zegt dat de Russen pas beginnen te leren hoe ze zaken moeten doen. Sommige van hun produkten zijn goed, sommige niet. De prijs is OK, maar er is helemaal geen after-sale service. In vijf tot tien jaar zullen zij echter concurrenten zijn.

Zal China hen als toekomstige supermacht en "Grote Broer' de les gaan lezen? “Wel nee. Wij Chinezen zijn er toch niet in genteresseerd om de baas te spelen. Wij willen zaken doen en rijk worden. China heeft geen zin in verantwoordelijkheid voor de wereldpolitiek. Bovendien, Rusland zal in vijf tot tien jaar weer sterk zijn, want hun wetenschaps- en technostructuur blijft superieur aan de onze.”