Universiteiten betalen voor maken van kopieën

AMSTERDAM, 21 JULI. De universiteiten hebben een akkoord bereikt met de stichting Reprorecht over een vergoeding voor het maken van kopieën uit boeken en tijdschriften. De universiteiten betalen met terugwerkende kracht vanaf 1988 ruim 2,1 miljoen gulden per jaar.

Op grond van het akkoord wordt een juridische procedure van de stichting tegen de universiteiten stopgezet. Alleen de Rijksuniversiteit Leiden wordt nog voor de rechter gedaagd. Deze doet als enige niet mee aan de overeenkomst, omdat zij het niet eens is met de hoogte van de vergoeding.

Het bedrag van 2,1 miljoen gulden is niet gekoppeld aan een aantal kopieën maar is “een onderhandelingsresultaat”, aldus een woordvoerder van de vereniging van universiteiten VSNU. Met het bedrag kopen de universiteiten hun verplichtingen over de jaren 1988 tot 1991 af. Vanaf 1991 betalen de universiteiten het bedrag als voorschot, in afwachting van een onderzoek naar hun kopieergedrag. Over de opzet van dat onderzoek moeten de partijen het voor 1994 eens worden.

Universiteiten maken veel gebruik van kopieën uit tijdschriften en boeken, zowel los als gebundeld in "readers'. De huidige overeenkomst betreft "losse' kopieën. Voor readers sloten de universiteiten in 1987 al een overeenkomst met de Koninklijke Nederlandse Uitgevers Bond. Het verschil is volgens een woordvoerder van Reprorecht dat “losse kopieën dienen als aanvulling bij ander lesmateriaal terwijl bij het readeren een geheel nieuw boekje wordt gemaakt”.

Reprorecht en universiteiten waren jarenlang verwikkeld in een conflict over een vergoeding voor kopiëren. In 1989 verwierpen de universiteiten de uitkomst van een steekproef waartoe zij samen met de stichting hadden besloten om na te gaan hoeveel er werd gekopieerd. Reprorecht spande daarop een juridische procedure tegen de universiteiten aan.