Uitdijend gevangeniswezen

PRESIDENT NIXON richtte zich in de Watergate-periode eens tot het Amerikaanse volk met de verzekering “I'm not a crook”. Alsof dat de enige norm is voor een staatshoofd. Dit is ook een beetje het eerste effect van het rapport van een groep deskundigen van de Raad van Europa die het Nederlandse gevangeniswezen heeft bezocht. Zij behoren tot het comité ter voorkoming van foltering en onmenselijke of vernederende behandeling. Dergelijke praktijken werden in het Nederlandse gevangeniswezen niet aangetroffen. Dat haalt je de koekoek.

Belangrijker is dat het comité zich niet beperkt tot het opdiepen van eventuele excessen, maar meer in het algemeen de detentie-omstandigheden tegen het licht heeft gehouden. Deze kunnen er bepaald mee door, zo blijkt uit het Euro-rapport. Een stuk van dien aard is natuurlijk vooral toegespitst op vragen en opmerkingen; in dit geval een serie van bijna zeventig stuks. Dat neemt niet weg dat de grondtoon zonder meer positief is en hier en daar zelfs van waardering getuigt.

Dit positieve oordeel is van des te meer belang nu het Nederlandse gevangeniswezen een stormachtige groei doormaakt. Tijdens het jongste begrotingsoverleg werden nog weer eens tweeduizend cellen extra gevoteerd. Als die er in 1996 zijn is de celcapaciteit die de huidige bewindslieden van justitie Hirsch Ballin en Kosto bij hun aantreden aantroffen, verdubbeld. Deze verdubbeling komt bovenop een verdubbeling in de twee voorafgaande regeerperiodes. Een dergelijk tempo van celvermenigvuldiging zet de werving en selectie alsmede de opleiding en training van het benodigde nieuwe personeel onder druk. En de werkers in penitentiaire inrichtingen zijn de sleutel tot de kwaliteit van het systeem. Uit het rapport komen de contacten tussen staf en bewoners van de inrichtingen naar voren als in het algemeen heel behoorlijk.

DE KOP DIE HET ministerie van justitie zette boven de samenvatting die het van het Europese rapport verzorgde, was overigens weer het andere uiterste: “gedetineerden worden goed behandeld in Nederland”. Het is gevaarlijk zonder meer te vertrouwen op de vertrouwde kwaliteiten van terughoudendheid en humaniteit, die het Nederlandse gevangeniswezen van oudsher internationaal aanzien hebben opgeleverd. Er zijn wel degelijk redenen tot zorg, blijkt uit het rapport van de Europese experts. Zij zetten vraagtekens bij het langdurig verblijf in politiecellen. Dat is nu net een onderdeel van het noodplan dat Hirsch Ballin de Tweede Kamer moest toezeggen om iets te doen aan het cellentekort.

Aan de andere kant van het penitentiaire spectrum toont het comité zich kritisch over het regime in de "extra beveiligde inrichtingen' die het ontsnappen van zware criminelen tegen moeten gaan. Ook al zo'n speerpunt van het beleid. Het gaat in deze inrichtingen om mensen die vaak zelf op geen enkele manier willen meewerken, maar met reden waarschuwt het comité het daar niet bij te laten zitten. Het gaat niet aan mensen geheel af te schrijven, al is er bij politici en beleidsmakers de laatste tijd een neiging merkbaar dat wel te doen. De waarschuwing van het comité is niet vrijblijvend, het bewaakt onverbiddelijke internationale minimumvoorwaarden voor opsluiting.

Het rapport maakt bovenal duidelijk dat er geen enkel excuus is het Nederlandse detentiebeleid uitsluitend te laten leiden door de macht van het getal. Van de bouwende bewindslieden mag en kan worden verlangd dat zij ook iets van het uitdijende gevangeniswezen maken.