'The Piano' imposant liefdesdrama van Jane Campion over pioniers in Nieuw-Zeeland; Ontscheept in het geraas van een woeste branding

The Piano. Regie: Jane Campion. Met: Holly Hunter, Anna Paquin, Harvey Keitel, Sam Neill.

In Amsterdam, Den Haag, Rotterdam, Enschede, Groningen, Nijmegen, Utrecht, Wageningen.

Heel af en toe ontstaat er ergens in de wereld een film die zo rijk is, zo gelaagd, zo vol gevoel, zo barstend van kracht dat schrijven erover wanhopig maakt. Recht doen aan deze diamant die knettert van het naar alle kanten wegschietende licht is onmogelijk. In zijn geheel is hij niet te typeren en roep je facet na facet op, dan doe je het totaal teniet. De in Nieuw-Zeeland geboren, inmiddels Australische cineaste Jane Campion maakte zo'n film en het zij allereerst gezegd dat er maar één manier is om hem werkelijk te kunnen bevatten en dat is hem te gaan zien.

The Piano noemde Jane Campion haar film en dat kleine, welbekende woord verwijst behalve naar een instrument, naar de heldin van haar verhaal: Ada, een negentiende-eeuwse Schotse vrouw. Samen met haar dochtertje van een jaar of acht wordt zij ontscheept in het geraas van een woeste branding. Huiverend laten de bootslieden hen achter op een kil, uitgestrekt strand in Nieuw-Zeeland dat voor Europeanen dan nog werkelijk een nieuw land is. Afgezien van haar kind en wat kisten met bezittingen brengt Ada nog iets mee. Of is het iemand? Want haar piano is voor haar een gesprekspartner, een mogelijkheid om schoonheid uit te drukken, om de lelijkheid te omzeilen. Behalve om mee van gedachten te wisselen gebruikt ze de piano in plaats van haar stem. Al toen ze zes was heeft Ada "besloten' niet meer te spreken. Waarom ze sindsdien geen woord meer uitbrengt, blijft tot en met het einde van de film in het midden. Wel is direct duidelijk dat het niet ter zake doet of ze niet meer wil spreken of dat werkelijk niet meer kan.

Jane Campion schaarde Ada met die keuze voor een fysieke handicap op een lijn met de rij vrouwen die haar eerdere bioscoopfilms bepaalden, al doken de hoofdpersonen van Campions beide eerdere films onder in iets wat hun omgeving beschouwde als waanzin. Ada deelt met de zusters Kay en Dawn (alias Sweetie) uit Sweetie (1989) en met Janet Frame uit An Angel at My Table (1990) een afwijking die voorvloeit uit de drift om zich af te keren van redeloze normen en van de mensen die zulke conventies in stand houden. En net zo min als bij Ada's handicap deed het er iets toe of ze nu gek waren of gek wilden zijn. Geen van deze vrouwen zal ooit veranderen, ook niet als isolement de straf is die hun omgeving uitdeelt.

De straf voor Ada, die behalve stom ook nog eens ongehuwde moeder is, bestaat uit een door haar verwanten gearrangeerd huwelijk met een landgenoot die zich als pionier heeft gevestigd in een vrouw-arme kolonie aan de andere kant van de wereld en die van mening is dat hij geen recht heeft om een spraak-loze vrouw af te wijzen als God wel van zulke wezens houdt.

Ada's toekomstige echtgenoot arriveert aan het strand - een schuchtere, verlegen man die hard leerde zijn om te overleven. Hij schrikt zichtbaar van het frêle wezen met die zwart-vlammende ogen in het smalle bleke gezicht en haar vroegwijze dochtertje. Hij weigert de zware piano mee te nemen, de modderige berg op en de glibberige bush in. Die schrik en die weigering zijn het begin van een weergaloos drama waaraan alleen een net iets te zoetsappig slot afbreuk aan doet en waarin Campion met grootse, zelfverzekerde streken een aantal zeer uiteenlopende motieven weet te vervlechten. De hoogst speciale relatie van een dochter en een moeder die alleen elkaar hebben, en het verraad dat erin besloten ligt, diept ze uit. De manier waarop de Victoriaanse Britten zichzelf en hun cultuur in de vorige eeuw in Nieuw-Zeeland deden gelden, brengt ze in kaart, naast de onverstoorbaarheid die de Maori's daartegenover plaatsten dankzij hun, door de Engelsen onbegrepen, vanzelfsprekende relatie tot de natuur. De overheersende invloed op elke handeling en emotie van het Nieuwzeelandse landschap stipt ze aan, de sfeer van broeierig groen en drassige aarde in de bush, de ruimte en de barre ongenaakbaarbeid van het zeelandschap.

Een belangrijke plaats krijgt natuurlijk Ada's band met haar piano, die voor haar niet alleen stem maar ook lichaam en ziel is. Dat had gemakkelijk kunnen leiden tot kleffe scènes, maar Campion wist de symbiose tussen mens en instrument bewonderenswaardig nuchter uit te spinnen. Net zo los van elk pathos verwerkt ze Ada's onvermogen tot spreken. De Amerikaanse actrice Holly Hunter speelt Ada geniaal (en kreeg er op het Festival van Cannes een Gouden Palm voor). Omdat zij het pianospel machtig is, kon Hunter zelf de expressieve muziek spelen die Michael Nyman componeerde en haar personage een eigen gloed meegeven. Maar Hunter deed meer. Met een mimiek die inderdaad woorden overbodig maakt en een imposante beheersing van de gebarentaal gaf ze zichzelf de macht om Ada's "woorden' elke lading mee te geven die ze verkoos. Woede, tederheid, afkeer, hartstocht, vertwijfeling, Hunter legt het in Ada's gebaren en schept drieste poëzie met handen, armen, gezicht en tenslotte haar hele lichaam.

Alles wat Campion aan verhaallijnen verweeft, omspeelt een man en de sensualiteit die hij Ada zal bieden. Baines heet hij en de Amerikaanse acteur Harvey Keitel gaf hem weergaloos gestalte. Deze Baines valt op in het Britse gehucht omdat hij Europa duidelijk voorgoed achter zich liet, waarbij vaag de suggestie wordt gewekt dat hij iets op zijn kerfstok heeft. Maar hoe dan ook, hij doet geen moeite vast te houden aan de Engelse tradities op gebied van kleding, riten en feestavonden. Maori-tatoeages sieren zijn gezicht, zijn huis is meer een Maori-hut, als enige kolonist spreekt hij de taal van deze oorspronkelijke bewoners en Campion suggereert dat zijn gevoel werd aangescherpt door zijn contact met hen. Ada wendt zich instinctief tot hem om hulp voor haar verlaten piano en na een toverachtige dag aan het strand waar hij haar in stralend licht hoort en ziet spelen en haar dochtertje laat dansen in zand en golven, is hij geketend. Het kost Baines weinig moeite om de piano te krijgen van Ada's echtgenoot en hij weet het zo te organiseren dat Ada hem les zal komen geven. Ada huivert bij het idee en gruwt van zijn botheid. Dat duurt tot hij haar heeft overgehaald tot een spel waarin erotiek en pianomuziek een even grote rol spelen. Het is geen raffinement dat hem of haar drijft, maar de sensualiteit van mensen die, hun tijdperk getrouw, op seksueel gebied onwetend waren en het moesten doen met de mate waarin ze gehoor wisten te geven aan hun onbevangenheid.

Prachtige momenten verzon Campion, soms komisch maar zonder spoor van spot. Keitel en Hunter volgden haar fantasieën op de voet en haar cameraman Stuart Dryburgh gaf er meeslepend vorm aan, terwijl hij er zorg voor droeg dat de piano altijd voelbaar de derde is in het steeds hoger oplaaiend liefdesspel. Een moment als Baines die Ada's been beroert door een gaatje in haar wollen kous zindert van verlangen, de manier waarop camera en licht registreren hoe hij zich buigt over haar hals die zich neigt naar witte en zwarte toetsen is pure intimiteit. Of de scène waarin we Baines alleen met de piano zien. Man en instrument krijgen gestalte in aardekleurig licht. Hij raakt de toetsen aan. Dan trekt hij zijn hemd uit en naakt streelt hij de piano met de in dat hemd opgeslagen lichaamswarmte, vastgelegd door een camera die accentueert hoe zijn passie en tederheid in elkaars verlengde liggen.

Een van de meest ongebruikelijke erotische momenten van The Piano geldt echter Ada's man: we zien hoe Ada, verward door onvervuld verlangen naar Baines, haar slapende echtgenoot, wiens beroering ze nooit heeft kunnen velen, het hemd van zijn lijf rukt. Ze reduceert hem, op dat moment verre haar mindere in erotische ervaring, tot surrogaat en dat vernedert hem meer dan haar overspel.

Wie zich afzijdig houdt en zich in zichzelf keert is des te kwetsbaarder voor de bruutheid van anderen, dat zal Campion nooit verdoezelen. Net zo min als de heldinnen van Sweetie en An Angel at My Table ontkomt Ada aan het typische, altijd wrede, Campion-geweld. Daarna slaan bloed, chaos en ontzetting de camera letterlijk uit het lood tot scheve instellingen. Het geweld komt van haar bedrogen echtgenoot die dankzij acteur Sam Neill zelfs dan vooral een tragische dimensie bewaart. Dit is geen ploert. Dit is een slachtoffer van gevoelens die hij geen baan kon bieden, terwijl zij die hem het meest na waren er juist het allerbeste van wisten te maken. Zonder hem.