Signalement

Je herkent mijn hond om te beginnen aan het formaat: groter dan een tekkel, kleiner dan een bouvier.

De beharing is ruig en overwegend zwart. Hij heeft een witte bef, witte pootjes en een wit puntje aan de staart, dat altijd feestelijk in top wordt gevoerd.

De kop heeft het hoekige van een terriër, met een bruine snor. De schikking van zwart, wit en grijs in zijn gezicht doet aan een das denken. Bovenop de schedel staat een Abe Lenstra-achtige krul, die in de loop der jaren danig is uitgedund.

Ik heb altijd gedacht dat zijn kop te klein was in verhouding tot zijn lijf, en dat denk ik nog.

Van zijn ogen dacht ik dat ze even bruin waren als die van Astrid Joosten. Maar dat is niet zo. Astrids ogen zijn een fractie lichter en een stuk gecompliceerder.

Ter nadere identificatie zij gewezen op een kleine verstoring van de symmetrie. Aan de rechterkant heeft mijn hond een lichte ring om het oog (links donker), een roze neusgat (links zwart) en een flinke witte sok aan de voorpoot (links minder).

Gewoonlijk loopt hij een meter of dertig voor me uit. Als ik fluit kijkt hij om. Als ik nog eens fluit komt hij terug. Soms komt hij zonder fluiten terug. Dan schiet hem te binnen hoe goed we het hebben. Bijna dansend komt hij op je af. Hij kijkt je verheerlijkt aan en wroet met zijn snuit naar je hand. Dan weet je zeker dat het mijn hond is.