Race om toppositie FAO is nog niet gelopen

ROME, 21 JULI. Gerrit Braks, oud-minister van landbouw en voorzitter van de KRO, is een van de vier belangrijkste kandidaten om de Libanees Edouard Saouma op te volgen als directeur generaal van de FAO, de voedsel- en landbouworganisatie van de Verenigde Naties, maar de strijd is nog zo open dat niemand hier een voorspelling durft te doen over de winnaar.

“Het is nog een bijzonder diffuse situatie,” zegt een diplomaat bij het hoofdkwartier van de FAO in Rome. In totaal dingen negen kandidaten naar de post van Saouma. Uit gesprekken met diplomaten en FAO-medewerkers hier, die bijna allemaal anoniem willen blijven, wordt wel een soort consensus zichtbaar over de vraag welke kandidaten nauwelijks kans maken. Maar aan de kansen van de vier koplopers waagt niemand zich.

Hoewel de meeste kandidaten al maanden bezig zijn met hun campagne, moet de echte spanning nog komen. De opvolger van Saouma zal in november worden gekozen, en verwacht wordt dat in september de temperatuur in de verschillende campagnes zal oplopen.

Het is vrijwel zeker dat de Europese Gemeenschap niet met één kandidaat komt. Verschillende niet-EG landen hebben gezegd dat de Gemeenschap de keuze van een opvolger compliceert door vier kandidaten in het veld te brengen. Behalve Braks zijn dat de Duitser Christian Bonte-Friedheim, de Ier Pat Cunningham en de Griek Konstantin Politis.

De kansen van Cunningham, een stafmedewerker van de FAO, en van Politis, vertegenwoordiger van Griekenland bij de FAO, worden niet hoog aangeslagen. Een Nederlands voorstel om binnen de EG een voorkeur uit te spreken voor één kandidaat, waarbij de keuze dan in feite tussen Braks en Bonte-Friedheim zou gaan, is door Duitsland geblokkeerd.

De Duitsers vrezen dat Braks met zijn politieke loopbaan achter zich in Brussel meer gewicht in de schaal kan leggen dan Bonte-Friedheim, die 21 jaar binnen de FAO heeft gewerkt en nu directeur is van de Isnar in Den Haag, de International Service for Agricultural Research. Duitsland wil dat de EG bij de aanvang van de stemming begint met vier kandidaten, of in ieder geval met Braks en Bonte-Friedheim. De stemming in de vorm van een afvalrace. Pas als na een paar rondes duidelijk wordt hoe de kaarten liggen, zou de EG zich volgens Bonn achter een kandidaat moeten scharen.

Belangrijk daarbij zullen de stemmen van de Afrikaanse landen zijn. Vrijwel niemand geeft de Senegalees Diouf, de officiële kandidaat van de Afrikaanse landen, een kans, ook al omdat de Organisatie voor Afrikaanse Eenheid het niet helemaal eens is over hem. De Afrikaanse landen zullen met hun grote en zwevende stemmenaantal een belangrijke rol spelen in de verkiezing van de nieuwe directeur-generaal. Vandaar dat Bonte-Friedheim een groot deel van zijn campagne in Afrika voert, vandaar dat Braks net terug is van een reis door Oost-Afrika en komende week een bezoek zal brengen aan West-Afrika.

De Latijnsamerikaanse landen vormen wel een duidelijk een hecht blok. Ze hebben dat bij de FAO en in VN-verband de afgelopen maanden een paar keer laten zien, en dat vergroot de kansen van de Chileen Rafael Moreno, nu de vertegenwoordiger van de FAO voor Latijns-Amerika en het Carabisch gebied. Hij is de sterkste kandidaat uit de ontwikkelingslanden, en claimt een brugfunctie tussen de rijke landen en de Derde Wereld.

De andere kandidaat uit de kopgroep is de Australiër Millar, secretaris-generaal op het ministerie dat verantwoordelijk is voor landbouw. Millar heeft goede papieren, en de Afrikaanse landen constateren instemmend dat Australië veel ervaring heeft met het bestrijden van de woestijnvorming. Bij andere landen valt enige aarzeling te bespeuren over zijn houding tegenover vrijhandel.

Een van de argumenten die Duitse vertegenwoordigers in Brussel tegenover journalisten hebben gebruikt om zich te verzetten tegen het aanwijzen van één EG-kandidaat, is dat Nederland pas in een late fase, in maart van dit jaar, Braks naar voren heeft geschoven. Bonte-Friedheim was toen al een half jaar campagne aan het voeren. Nederland zou hiermee voor onnodige verwarring hebben gezorgd. De Nederlandse vertegenwoordiger bij de FAO, Frits Prillevitz, zegt dat dit argument “nergens naar lijkt”. “Nederland heeft steeds aan Duitsland laten weten dat het mogelijk nog met een eigen kandidaat zou komen,” aldus Prillevitz. “Er zijn duidelijke afspraken gemaakt dat over de kandidaatstelling overleg zou worden gevoerd.”

Millar, die door zijn land delegatieleider was gemaakt, en Bonte-Friedheim hebben zich op een FAO-raad vorige maand in Rome uitgebreid gepresenteerd aan de vertegenwoordigers van de landen; Braks was iets korter aanwezig. De campagne in Rome is een belangrijk onderdeel van de strijd om de FAO-leiding. Veel vertegenwoordigers bij de FAO van ontwikkelingslanden zijn tevens ambassadeur bij de Italiaanse staat. Daarbij gaat het vaak om topdiplomaten die redelijk wat invloed hebben op de besluitvorming van hun regering.

Hoewel een argument tegen Braks is dat de voorganger van Saouma bij de FAO ook een Nederlander was, werkt in zijn voordeel dat Nederland de belangrijkste financier is van de aparte projecten van de FAO. De aangesloten landen betalen een contributie, en daarbij is het bruto nationaal produkt een maatstaf, maar daarnaast financieren landen aparte projecten. Omdat Nederland veel ontwikkelingsprojecten laat lopen via multinationale organisaties, is ons land daarmee zeer belangrijk voor de FAO. Nederland is de grootste trust-fund donor, vorig jaar voor 52 miljoen dollar. Op de tweede plaats komt Italië met 28 miljoen dollar, terwijl de trust fund financiering van Duitsland en Australië rond de twee miljoen dollar zit.