Nederlandse metaalfabriek ziet kansen in ex-DDR; Ondernemen in een rampgebied

EHRENHAIN, 21 JULI. Ruim twee jaar duurde het voordat het Nederlandse familiebedrijf J. van Walraven de papieren in handen had om aan de bouw te beginnen van een nieuwe metaalfabriek nabij het plaatsje Ehrenhain in de voormalige DDR. Eindeloze onderhandelingen zijn er gevoerd met gemeentebestuurders over vage subsidieregelingen en mistige milieu-eisen. Onlangs werd de fabriek feestelijk geopend. Dertig Ehrenhainers kunnen weer aan het werk, maar voor de meeste omwonenden is er nog weinig reden tot vreugde.

De lucht in Ehrenhain is zwanger van een zware bruinkoollucht. De huizen van de naar schatting 2500 inwoners van dit dorp, honderd kilometer ten oosten van Leipzig, zijn er grauw van uitgeslagen. De meeste woningen verkeren in deplorabele staat. Gapende gaten in het pleisterwerk en vuistdikke scheuren zijn het resultaat van gebrekkig onderhoud ten tijde van het DDR-regime.

Maar de nieuwbakken burgemeester van Ehrenhain wil er bij de opening van de nieuwe metaalfabriek niet aan herinnerd worden. Voor de val van de muur was hij mijnwerker, daarna werkloos en thans, omdat niemand anders uit het dorp de taak op zich wilde nemen, burgemeester. Hij richt zijn blik op de toekomst.

“De lang verwachte investeerders uit het westen, die ons gebied tot economische bloei gaan brengen, zijn gearriveerd”.

Dat de ex-mijnwerker te nat achter de oren was om de functie van burgemeester naar behoren te vervullen, zijn de Van Walravens al weer bijna vergeten. Maar het bemoeilijkte de bouw van de fabriek aanzienlijk. De burgemeester bleek onvoldoende op de hoogte te zijn van eigendomsrechten, milieuwetten, subsidieregels en bouwvoorschriften zoals die voor buitenlandse investeerders gelden.

Walraven-directeur A.C. Kamer benadrukt het feit dat vooral de eigendomsrechten van de bouwgrond tot in de puntjes op papier zijn vastgelegd. “Anders komt er op een goede dag iemand langs die alsnog een claim op de grond legt en aantoont dat het land voor de collectivisering aan hem toebehoorde. Dan zou alle moeite voor niets zijn geweest.”

De langgerekte nieuwe metaalfabriek van J. van Walraven staat aan de rand van Ehrenhain, midden tussen grazige, licht glooiende weilanden. Her en der staan vervallen vakwerkboerderijen, verscholen tussen bosschages. Een ideale vakantiebestemming voor wie rust zoekt. Maar daar zijn de Van Walravens, met vijf vestigingen verspreid over Nederland, België en Duitsland en in totaal 250 man personeel, niet voor gekomen. Ze hebben zich in het Oostduitse avontuur gestort om geld te verdienen met de produktie en distributie van pijpbevestigingen, hun specialiteit, al sinds de Tweede Wereldoorlog.

Ehrenhain is voor Van Walraven een goede uitvalsbasis om de Duitse en omliggende afzetmarkten als Polen en Tsjechoslowakije te voorzien van hun produkten. Op het ogenblik is de markt vanwege de economische recessie ronduit slecht, bekent Kamer. “Maar daar zal snel verandering in komen als de huizenbouw in Oost-Europa en Duitsland een vlucht neemt.”

Naast economische argumenten, klinkt in de woorden van de directeur een idealistische beweegreden door om in de voormalige DDR een onderneming op te zetten. Dertig werklozen metaalarbeiders kunnen weer aan de slag in hun oude professie. Bovendien zal dat aantal binnen enkele jaren verdubbeld zijn, schat Kamer in. “Dat is toch een mooie eerste stap om de malaise in dit gebied te bezweren.”

Maar de snelle loonstijging van Oostduitse metaalarbeiders werpen een schaduw over de zonnige voorspelling van Kamer. Bij de investeringsanalyse in 1991 werd er nog rekening mee gehouden dat in vier jaar tijd de lonen gelijk zouden zijn getrokken met die van Westduitse arbeiders. Maar dat aanpassingstempo moet nu omhoog. Onlangs schroefde Van Walraven het loon van zijn werknemers al omhoog naar 85 procent. Afgesproken is de lonen eind volgend jaar naar honderd procent te brengen.

De ontwikkeling baart de Van Walravens wel zorgen. Kamer: “We hebben nu al moeite onze kostprijs op een concurrerend niveau te houden. Met de lage lonen in Oost-Duitsland konden we onze eerste investeringen van circa 3 miljoen gulden snel terug verdienen. We wisten natuurlijk dat de salarissen voor onze werknemers op den duur omhoog zouden moeten. Maar in één keer zoveel, daar hadden we geen rekening mee gehouden. Het zal betekenen dat we in de toekomst meer zullen investeren in geautomatiseerde produktiemethoden, ten koste van de handmatige arbeid.”

Jan van Walraven junior prijst zich gelukkig met het feit dat twee jaar geleden niet de oude metaalfabriek in Ehrenhain inclusief machinerie is overgenomen, maar dat er genvesteerd is in een moderne fabriek. “Dat geeft ons nu de ruimte om te automatiseren. Bedrijven die oude inventaris plus oude bedrijfspanden hebben gekocht, zitten muurvast. Die kunnen alleen moderniseren door heel veel kosten te maken. Als ze het al gaan doen en hun heil niet ergens anders zoeken.”

“Wie in Oost-Duitsland snel rijk wil worden, komt bedrogen uit”, vult Kamer aan. “Alleen de serieuze ondernemers hebben hier een kans van slagen.” Ook bestaat er volgens Kamer een aantal ingesleten vooroordelen over werknemers uit de ex-DDR. Ze zouden niet weten wat het betekent om voor een onderneming te werken die internationaal moet concurreren en waar kwaliteit van de produkten voorop staat. “Hun motivatie en vakmanschap is juist zeer goed.”

Genodigde G. Gumprecht, Landratsamt van Altenburg, deelstaat Thüringen waartoe ook Ehrenhain behoort, is schijnbaar in zijn nopjes. Maar het is de lach van een boer die kiespijn heeft. Gumprecht blijkt vooral bezorgd. “Deze regio wordt door structurele problemen getergd”, zegt hij gelaten. Het werkloosheidspercentage ligt op ruim 25 procent. Dat is een van de hoogste percentages in Oost-Duitsland. Gemiddeld ligt het cijfer op 18 à 20 procent.”

“Een derde van de industrie is verdwenen”, vervolgt hij. “Nieuwe industriële activiteiten komen in Thüringen slechts langzaam op gang. Alleen de bouw- en de CV-branche lijken het redelijk te doen.”

Recente cijfers van de Treuhandanstalt, die de privatisering van DDR-ondernemingen in handen heeft, bevestigen het sombere beeld dat Gumprecht schetst. De zogenaamde investeringstoezeggingen van nationale en internationale ondernemers voor Thüringen blijven met 12,5 miljard mark ver achter bij de overige "nieuwe deelstaten'. Alleen de noordelijk gelegen deelstaat Mecklenburg Vorpommerd zit daar met 9,6 miljard nog onder.

De komst van de nieuwe Van Walraven-fabriek is in Gumprechts perceptie een druppel op de gloeiende plaat. “Om Thüringen uit het slop te halen, moeten er gigantische bedragen worden genvesteerd. Niet alleen om de industrie weer van de grond te krijgen en de infrastructuur te verbeteren, maar ook om de enorme milieuvervuiling aan te pakken.”

Gumprecht wijst over de weilanden . “Daar achter bijvoorbeeld, daar ligt een deel van de gigantische milieuproblematiek waarmee Oost-Duitsland zich geconfronteerd ziet.” Het is een honderd meters hoge piramide van uraniumerts, die het landschap markeert als een gedenkteken uit een lang vervlogen beschaving. Het is echter nog geen vier jaar geleden dat hier een van de grootste uraniummijnen van het gehele Oostblok op volle toeren draaide. De gewonnen uranium ging voornamelijk richting Sovjet-Unie, als grondstof voor kerncentrales.

Gumprecht: “Voor de val van de muur hebben de Sovjets de uraniummijnen ontmanteld en de machinerie meegenomen. Het afval liet men voor ons achter. Niemand weet hoe radioactief of giftig de berg is, of hoeveel afvalstoffen uitgespoeld en in het grondwater zijn terechtgekomen.”