Lubbers: werk vóór uitkering

DEN HAAG, 21 JULI. Betaalde arbeid is en blijft belangrijker dan onbetaald werk. De uitkering vormt slechts het laatste redmiddel om burgers een menswaardig bestaan te garanderen. Dat impliceert het "primaat van betaalde arbeid'.

Dit schrijft premier Lubbers in een brief aan de voorzitter van de Raad van Kerken, ds. W.R. van der Zee. De raad had vorige maand in haar open brief "Gerechtigheid door solidariteit' vraagtekens gezet bij het geldende arbeidsethos. De auteurs van de brief noemden “de huidige overwaardering van betaalde arbeid niet onbedenkelijk” en het onderscheid in het politiek taalgebruik tussen "actieven' en "inactieven' “discriminerend”. Zo zou er te weinig rekening worden gehouden met technologische ontwikkelingen die maken dat er voor steeds minder mensen werk is.

Lubbers betitelt in zijn antwoord de brief als “een constructieve bijdrage aan de sociale zekerheid in Nederland. Uw analyse is zorgvuldig opgebouwd en u ontkent niet de problemen die er zijn met ons stelsel van sociale zekerheid”. Zo constateert Lubbers dat ook de raad pleit voor controle op oneigenlijk gebruik van uitkeringen en terughoudendheid bij het formuleren van looneisen.

Ook Brinkman, beoogd opvolger van Lubbers als partijleider van het CDA, heeft zich steeds onderscheiden met een pleidooi voor versterking van het arbeidsethos. De raad schrijft echter dat het hameren op de noodzaak van de vergroting van arbeidsparticipatie een “ernstige miskenning” inhoudt “van de maatschappelijke betekenis van andere vormen van werk: de zorgarbeid en het vrijwilligerswerk”. Vrouwen, maar ook andere groepen die niet aan het arbeidsproces kunnen deelnemen zoals gehandicapten, bejaarden, zieken en werklozen die getracht hebben weer aan de slag te komen, komen daardoor snel in het verdomhoekje terecht, aldus de raad. “Is er sprake van een soort ideologie waarin mensen pas als volwaardige mensen worden aangemerkt wanneer ze betaalde arbeid verrichten”, zo vragen de briefschrijvers zich af.

Lubbers wijst er in zijn “globale reactie” op dat de betaalbaarheid van de sociale zekerheid mede afhankelijk is van het succes van het werkgelegenheidsbeleid. “In het zeer recente verleden hebben wij een ongekend grote creatie van werkgelegenheid ervaren; dit is niet vanzelf gegaan. We zullen zo'n succes opnieuw moeten bevechten”, aldus de premier.

De Raad van Kerken schreef in zijn brief echter dat het “bij de factor betaalbaarheid en onbetaalbaarheid niet om een onafwendbaar fatum gaat, maar om een keuze die men doet. (...) Uit de situatie waarin Nederland in Europees verband uitzonderlijk blijkt te zijn - zowel een relatief hoge belasting- en premiedruk als gunstige sociale voorzieningen - blijkt welke keuze men indertijd in principe heeft gemaakt.”