Japan is nog steeds in de greep van de ijzeren drieëenheid

De verscheurde politiek in Japan wordt beheerst door paradoxen. Een ervan is de toenemende geloofwaardigheid van de socialisten en hun historische verkiezingsnederlaag van afgelopen zondag. Het lot van de socialisten kan verduidelijken wat zich op politiek terrein in Japan verder aan schokkende zaken zou kunnen ontwikkelen.

Pas door hun geloof af te schudden, een geloof dat hen "eeuwig' uit de regering hield, wonnen de socialisten aan geloofwaardigheid. Nu ze hun ideologie als ballast van zich hebben afgeschud, moeten ze met anderen delen in de "ondraaglijke lichtheid van het bestaan'. De socialisten kunnen nu niet langer het - kunstmatig in stand gehouden - monopolie op verzet tegen de regerende Liberaal-Democratische Partij (LDP) voor zich opeisen. Voortaan vormt wedijver de kern van hun politieke bedrijf. Het komt er nu op aan in een geheel andere gedaante een aantrekkelijk alternatief te zijn. Dat valt niet mee: als zij een coalitie met andere partijen aangaan, zullen zij worden achtervolgd door een besmet verleden.

De socialisten verkeerden tijdens de verkiezingen in een moeilijk parket. Waarom zouden de kiezers nog op hen stemmen - beoogden niet ook de drie nieuwe hervormingspartijen de omverwerping van het één-partijregime van de LDP? Voor de meeste kiezers was er maar één motief voor hun keus: trouw aan de plaatselijke kandidaat die zich in het verleden voor hen had ingespannen en die beloofde dat in de toekomst weer te doen. Maar socialistische parlementariërs hebben nooit een vinger in de pap gehad. Zonder bezwaard gemoed konden de kiezers de overstap maken naar de nieuwe hervormingspartijen en dat deden ze dan ook massaal. De socialisten verloren bijna de helft van hun zeteltal.

Een andere paradox verklaart waarom de regerende Liberaal-Democratische Partij de zetels niet kon terugwinnen, die ze in juni door de scheuring in de partijgelederen verloor. De LDP heeft 38 jaar lang de macht gehad en de ex-LDP'ers die hun plaatselijke kiezers beloofden zich als vanouds voor hen in te zetten, werden voetstoots geloofd. In het kiesdistrict bleef de kiezer zijn kandidaat trouw, hij veranderde geruisloos van partij.

Dat verklaart ook waarom de LDP de historisch ongekende schade van na de scheuring kon beperken tot maar enkele zetels verlies. Ook de meeste van háár kandidaten zijn zondag beloond met trouw, waarbij de traditionele enveloppe met yens wel zal hebben geholpen. Ongetwijfeld heeft de LDP de vruchten geplukt van vele ondernemingen, die rekenden op een gebaar van de politicus die, eenmaal terug in Tokio, wel iets zou terugdoen. Dat zal hem bij de bureaucraten des te makkelijker vallen als hij op hetzelfde ministerie zijn carrière is begonnen en nòg makkelijker als hij zijn oud-collega's kent van dezelfde jaarclub van dezelfde universiteit. Per slot van rekening is het 38 jaar lang zo gegaan - niemand in Tokio die dit tegenspreekt.

Ten slotte de paradox van de ongekend lage opkomst zondag (67 procent) en de hoge inzet die op het spel stond: de omverwerping van de hegemonie van de LDP. Waarom bleef zo'n grote groep kiezers thuis? Daarvoor is maar één plausibele verklaring te vinden: walging. Walging om de schandalen, de persoonlijke verrijking, de loze beloftes, de leugens, de betrokkenheid van de onderwereld en misschien wel het meest van alles: walging om de ijzeren drieëenheid van politici, bureaucraten en ondernemers die dit allemaal mogelijk maakt.

Dat heeft gaandeweg de thuisblijvers doen aanzwellen tot een groep kiezers, die door de media vrijwel dagelijks wordt gestijfd in haar opvatting dat in Japan politici niet zijn te vertrouwen. Een reusachtige groep, die weet dat politici niet regeren, maar vetes uitvechten, geld rondstrooien en het land volproppen met nutteloze bouwprojecten. Het is deze steeds groter wordende groep, die zich geen voorstelling kan maken van hervormingen onder leiding van politici. Een mening die wordt gedeeld door nog méér kiezers - die nog gretig gebruik maken van de voordeeltjes en die even corrupt zijn als hun kandidaten.

De Hata's, de Hosokawa's, de Ozawa's, de leiders van de nieuwe partijen, zeggen politieke hervormingen te willen. De socialisten zeggen het, andere oude oppositiepartijen zeggen het. De leiders van de LDP zeggen het na hun nederlaag, op hun manier: “Veranderingen in stabiliteit, veranderingen onder leiding van de LDP”. Voor al die thuisgebleven en voor al die mee-corrumperende kiezers moet het de grootste paradox zijn: politieke hervormingen in Japan met zijn ijzeren drieëenheid van politici, bureaucraten en ondernemers - zoiets is onmogelijk.

Politieke hervorming, die een eind maakt aan het corrupte één-partijregime en echte regeringswisselingen toelaat, die wisselende coalities mogelijk maakt met echte compromissen - compromissen die niet achter potdichte deuren worden gesloten en gaan over concrete zaken die het dagelijks leven van de Japanner raken - zo'n hervorming kan alleen elders worden ingevoerd. Kiezers die zondag op de politieke hervormers hebben gestemd (de trouwe meelopers niet meegerekend) lijken erin te geloven dat de ijzeren drieëenheid wordt gedesorganiseerd. Dat is de grootste paradox.