Israelisch leger doodt steeds meer Palestijnse kinderen

TEL AVIV, 21 JULI. De 10-jarige Issat Matar uit het Palestijnse vluchtelingenkamp Jabalya in de Gazastrook is gisteren in een Israelisch ziekenhuis overleden. Zondag werd hij door een rubberkogel in het hoofd getroffen toen soldaten in Jabalya het vuur openden op een groep stenengooiers. Het leger heeft volgens de legerwoordvoerder een onderzoek ingesteld naar de omstandigheden waaronder de 41ste Palestijn onder de 17 jaar sedert december 1992 de dood vond.

De Israelische mensenrechtenorganisatie B'tselem meldde onlangs een zeer kritisch rapport dat steeds meer Palestijnse kinderen in de Gazastrook door Israelische troepen bij botsingen tussen het leger en stenengooiers worden gedood. Volgens dit rapport zijn het afgelopen half jaar 38 Palestijnse kinderen bij dergelijke incidenten omgekomen.

Sedert het begin van de Palestijnse volksopstand, de intifadah, in december 1987, zijn daarbij 235 Palestijnse kinderen gedood. In totaal zijn het kader van de intifadah 1.113 Palestijnen en 137 Israeliërs omgekomen.

In een buitengewoon scherp artikel hekelde het gezaghebbende Israelische ochtendblad Ha'arets deze week de onverschilligheid hierover van de Israelische maatschappij en van premier Yitzhak Rabin. “Het land houdt zijn adem in als een meisje verdwijnt, is verenigd bij het zoeken naar twee in de woestijn verdwaalde wandelaars maar verdringt verontrustende gegevens over de recente enorme toename van door Israelische soldaten gedode Palestijnse kinderen.”

Ha'arets schrijft deze ontwikkeling toe aan het verslappen van schietorders in de bezette gebieden. Gideon Levi, de schrijver van het artikel in Ha'arets, noteert dat hij onlangs minister van communicatie Shulamit Aloni haar collega Chaim Ramon van gezondheidszaken hoorde vragen hoeveel kinderen er mochten worden gedood om één op de zwarte lijst staande Palestijn te pakken. Uit het verslag in Ha'arets blijkt dat Ramon danig met deze materie in zijn maag zit maar geen uitweg ziet zolang de bezetting voortduurt.

Het Gaza-centrum voor recht en wet publiceerde op 4 juli een rapport met als strekking dat sedert Rabin in Jeruzalem aan de macht is de situatie van de mensenrechten in de Gazastrook een dieptepunt heeft bereikt. Het rapport wijst onder andere op het gebruik van anti-tankraketten tegen huizen. De legerwoordvoerder geeft dat toe, maar zegt dat de bewoners tijdig hun huizen kunnen verlaten. Anti-tankraketten worden gebruikt tegen "gezochte Palestijnen' die zich in deze huizen verschansen.

Het is opvallend dat de toename van de druk van de Israelische bezetter op de Palestijnse bevolking, als gevolg van een harde strijd tegen de kern van de Palestijnse intifadah-strijders, samenvalt met Israelische bereidheid om de Palestijnse bestuursautonomie in eerste instantie in de Gazastrook op te zetten. Israel is moe van de bezetting van dit overbevolkte gebied, waar rond de 850.000 Palestijnen vaak onder mensonwaardige omstandigheden samenhokken op 363 vierkante kilometer. Minister van buitenlandse zaken Shimon Peres houdt de Israelische bevolking voortdurend voor dat de Gazastrook begin volgende eeuw al een miljoen inwoners zal tellen.