"Ik krijg problemen als ik een zigeuner neerschiet'

SPISSKÉ PODHRADIE, 21 JULI. Het gemeentebestuur van het oostslowaakse dorp Spisské Podhradie heeft zijn lesje geleerd: het ter afkoeling van de verhitte gemoederen ingestelde alcoholverbod geldt niet alleen voor zigeuners, maar voor álle 3.500 inwoners.

Burgemeester Frantisek Slebodnk raakte vorige week in opspraak toen hij - met steun van de hele gemeenteraad - een “algemeen decreet ter bestrijding van de misdaad” uitvaardigde waarin het “zigeuners en andere verdachte personen” verboden werd zich tussen 23.00 en 4.30 uur op straat te begeven, op straffe van een boete of deportatie. Ook gaf hij de politie de bevoegdheid zonder huiszoekingsbevel huizen van zigeuners binnen te dringen om “bewijsmateriaal van misdaden” op te sporen. Zigeuners, aldus de gemeentelijke autoriteiten in Spisské Podhradie, “slapen overdag en stelen 's nachts”.

De omstreden avondklok leverde het gemeentebestuur “tientallen felicitatietelegrammen en adhesiebetuigingen” op uit Slowakije en Tsjechië, aldus raadslid Anton Hockicko van de Democratische Partij. “Hoezo handelen we in strijd met de rechten van de mens”, vraagt hij op felle toon, “als de minderheid agressief is en de meerderheid niet, is er sprake van omgekeerde apartheid.”

Om hun argumenten te kunnen staven, riep de gemeente de inwoners van het dorp op misdrijven te laten registreren waarvan ze in 1993 het slachtoffer waren geworden. In twee dagen tijd kwamen 207 mensen aangifte doen, onder wie drie zigeuners, vertelt politieman Stefan Faldin. De meeste meldingen betreffen de diefstal van benzine, honden, brandhout, wasgoed en van aardappels op de velden. Geen van de plaatselijke bestuurders lijkt zich er verder om te bekommeren of bewezen is wie de dieven waren. “Het gaat erom dat de misdaad ons boven het hoofd groeit”, zegt Faldin. “Wij politiemannen hebben te weinig mogelijkheden om op te treden. Zo krijg ik onmiddellijk problemen als ik een zigeuner of een andere crimineel neerschiet.”

Hun aantal staat niet precies vast, maar naar schatting telt Slowakije 300.000 zigeuners. Zigeuners zijn er al sinds de vijftiende eeuw gevestigd en slechts weinigen leiden een nomadisch bestaan. In Spisské Podhradie staan officieel 320 inwoners als zigeuner geregistreerd, maar raadslid Hockicko schat dat het er in werkelijkheid “twee à drie keer zo veel” zijn. Ze vestigden zich vooral na de oorlog in het dorp. Tijdens het communisme leverde hun aanwezigheid weinig problemen op, stelt Hockicko. “Als ze lastig waren, mepte de politie er op los. Bovendien bestond er het recht op arbeid.” Nu dat er niet meer is, zijn de meeste Roma ontslagen. “De werkgevers moeten ze niet”, zegt raadslid Jozef Fuchs van de Katholieke Democraten (KDM). “Zigeuners zijn nu eenmaal slecht opgeleid en ongedisciplineerd.”

Pag.5: "Wij stelen aardappelen, de blanken miljoenen'

Voor de slagerswinkel, schuin tegenover het gemeentehuis, staat een lange rij. De meesten zijn zigeuners. “Van de avondklok wisten we eerst niets”, zegt Gejza Horvath. “Wij kunnen niet lezen. Vrienden uit Bohemen hebben ons op de hoogte gesteld.” Horvath beschouwt het decreet als een groot onrecht. “Het is een oorlogsmaatregel, terwijl hier helemaal geen oorlog heerst.” Hij is niet van plan zich zijn rechten te laten ontnemen. “Maar de burgemeester heeft gezegd dat hij skinheads op ons af zal sturen als we niet gehoorzamen.”

Horvath was vroeger bouwvakker. Vier jaar geleden werd hij ontslagen. Dat er wel eens iets ontvreemd wordt, ontkent hij niet. “Sinds de democratie steelt iedereen in Slowakije.” Een dozijn Roma valt hem bij. “Maar als wij iets stelen, gaat het om een handvol aardappelen voor onze kinderen”, zegt een vrouw. “Terwijl de blanken miljoenen achterover drukken.”

Burgemeester Slebodnk heeft foto's laten verspreiden van huizen die door de zigeuners in een puinhoop zouden zijn veranderd. Maar, zegt de 36-jarige Helena Dunkova, “daar klopt niets van. We wonen in krotten en de gemeente weigert om ze op te knappen. Kom zelf maar kijken.” Via een drassig veldje langs de flats van “de burgers” loopt ze naar de zigeunerbuurt van Spisské Podhradie. Een echtpaar zeult met een paar emmers. “Die mensen hebben net als ik geen drinkwater”, zegt Dunkova.

Rechts is een huis zichtbaar waar het glas uit de ramen is verdwenen en waarvan het dak vol gaten zit. De woning van het echtpaar Dunkova en hun vijf kinderen bestaat uit twee vertrekken en een keukentje. De was hangt op het hek van de kippenren. De vloer van de woning bestaat uit ongeëgaliseerd beton. Er is geen toilet en geen badkamer. Twintig jaar had Dunkova werk, het laatst als schoonmaakster van het gemeentehuis. Vorig jaar is ze ontslagen. Het gezin leeft nu van een uitkering van 25 gulden per maand. “Vroeger was alles beter”, zegt Dunkova. “De nieuwe vrijheid is onze vrijheid niet. Het is moeilijk om zo te overleven.”

Heel wat beter af zijn de bewoners van de nieuwbouwwijk in het vlak buiten Spisské Podhradie gelegen Dobrá Vola. Recht tegenover de zigeuner-krotten aan de linkerkant van de weg, zijn daar twee jaar geleden twaalf woontorentjes gebouwd, waar zeventig Roma-families wonen. De woningen staan in the middle of nowhere maar dat vinden de bewoners juist wel prettig. In deze gemeenschap van 550 zielen kunnen ze hun eigen traditionele leven leiden zonder dat ze daarin gestoord worden. De bewoners van Dobrá Vola beschikken weer over een vaida, een soort burgemeester.

Het leidingwater is roodbruin, maar voor de rest hebben de bewoners weinig reden tot klagen. Behalve dan over hun armzalige positie op de arbeidsmarkt, want van de achthonderd zigeuners uit de nederzetting (de 250 bewoners van de krottenwijk meegerekend) hebben er slechts twee werk, vertelt vaida Bartolomej Mizigar. “De burgemeester van Spisské Podhradie wil ons gewoon kwijt”, zegt Mizigar. “Hij zegt dat wij van gestolen geld schotelantennes en auto's kopen. Maar hoe komt de burgemeester aan zijn twee huizen en aan zijn dure auto? Ik denk daar het mijne van.”

De vaida van Dobrá Vola onderkent het probleem van de kleine criminaliteit. Mede op zijn initiatief beschikt het dorp daarom over een eigen vrijwillige politiemacht, waarvan hij zelf het hoofd is. Het bestaat uit acht mannen in fantasie-uniformen, voorzien van traangas, knuppels, een pistool en handboeien. Als een agent van de reguliere politie het terrein van de nederzetting oprijdt, dromt de halve bevolking van de nederzetting om zijn motorfiets heen. De agent zegt op zoek te zijn naar een aardappeldief. Even dreigt de zaak te escaleren. Maar twee zigeuner-politiemannen meppen met een knuppel en een paraplu de massa uiteen. De aardappeldief wordt niet gevonden.

In Spisské Podhradie is intussen een speciale gemeenteraadsvergadering aan de gang, bijgewoond door onder anderen het hoofd van de Slowaakse politie en twee leden van de parlementscommissie voor de minderheden. Reden van de bijeenkomst is het gemeentelijke decreet, dat volgens het parlement in strijd is met de Slowaakse grondwet.

Na de vergadering houdt de burgemeester een persconferentie voor de uit alle delen van Slowakije en Tsjechië toegestroomde journalisten. Aanvankelijk hadden de bestuurders van Spisské Podhradie nog geprobeerd zich uit de ongemakkelijke situatie te redden door het decreet aan te passen en het woordje "zigeuner' eruit te laten, zodat de avondklok uitsluitend betrekking zou hebben op "verdachte personen'. Maar daar wilden de parlementariërs niets van weten.

Burgemeester Slebodnk overwoog nog even dan maar een algemene avondklok in te stellen, maar ook dat bleek in strijd met de grondwet. Uiteindelijk is het hele decreet in de prullenbak verdwenen. “Besloten is tot de oprichting van een plaatselijke culturele organisatie voor zigeuners”, aldus Jozef Rea, de voorzitter van de parlementscommissie voor de nationale minderheden. “Uit die commissie zal op democratische wijze een bestuur gekozen worden dat voortaan nauw zal samenwerken met het gemeentebestuur.”

De hele wereld moet volgens Rea weten dat Slowakije “een moderne democratie” is, “die de rechten van de mens ten volle respecteert”. De sfeer is opgewekt, totdat een journalist van een zigeuner-radiostation zich meldt met een vraag. “Ik heb vernomen dat u Roma die zich met klachten tot u wenden heeft uitgescholden voor "stink-zigeuner'. Klopt dat?” Slebodnk valt even uit zijn rol. “Zeker”, zegt hij, “tijdens raadsvergaderingen gebruik ik wel eens het woord "stinkzigeuner'. En wat dan nog?” Pas dan lijkt de reikwijdte van zijn bewering tot hem door te dringen. “Maar tegen zigeuners zelf heb ik dat nog nooit gezegd. Want alle mensen zijn gelijk. Aan de andere kant: soms komen hier zigeuners die met zijn tienen in één appartement wonen. Dan willen ze van mij een vergunning hebben om in hun woning nóg een familie te huisvesten. Wat denken die mensen wel? Dat hier alles maar kan?”