Het geheim van de fitte superbejaarde

NIJMEGEN, 21 JULI. In een achterafzaaltje van "De Vereeniging' in Nijmegen krijgt Hilde Sier achter een gordijn een hartfrequentiemeter op haar lichaam bevestigd. Voor de zevende maal in successie doen zij en haar man mee aan de Nijmeegse Vierdaagse. Hilde is één van de 156 "superbejaarden' van 70 jaar en ouder die door de Nederlandse hartstichting zijn uitgenodigd deel te nemen aan een onderzoek naar "succesvolle veroudering'.

Thomas en Hilde Sier uit Volendam. Hij 69, zij 70. Al 47 jaar gelukkig getrouwd. Ruzies praten ze gewoon uit. “Als ik haar een rotwijf vind, hoort ze dat meteen”, zegt Thomas. “Die dertig kilometer wandelen vandaag is geen probleem”, weet hij. “We zijn goed getraind, lopen iedere dag tien kilometer. Hand in hand, dan blijven we gezond.”

De Hartstichting wil weten hoe het komt dat sommige ouderen er in slagen op een gezonde manier oud te worden. “En waar kunnen we deze groep mensen beter aantreffen dan bij de Vierdaagse”, zegt Gerard de Wild, leider van het onderzoek en verbonden aan de afdeling geriatrie van het Academisch Ziekenhuis Nijmegen. “Er zijn ouderen van in de tachtig die fysiek en geestelijk niet onder doen voor menige jonge deelnemer. Hoe komt het dat deze senioren zo veel gezonder zijn dan hun leeftijdsgenoten? Wat is het geheim van hun fitheid?”

Veertig bejaarden lopen met apparatuur om hun hartslag vast te leggen, van drie ouderen en drie jongeren wordt voortdurend hun bloeddruk gemeten. De ouderen vullen daarnaast een uitgebreide lijst in met vragen over hun levenswandel en hun psychisch welbevinden. Zo wordt duidelijk hoe fysieke en sociale factoren samenvallen. Of er bijvoorbeeld een verband bestaat tussen opleiding, een grote vriendenkring en een goede fysieke gezondheid op latere leeftijd. Tijdens een eenmalig bezoek aan het Nijmeegse Academische ziekenhuis, ondergaan de zeventig-plussers bovendien een "maximale inspanningstest' op een fiets-op-rolletjes. “Zeg maar, fietsen tot je er bij neervalt”, legt De Wild uit. “Als ze niet meer kunnen, vragen we de ouderen toch nog even door te gaan. We willen weten welke belasting ze maximaal nog aankunnen.”

Hij benadrukt dat dergelijke zware tests met ouderen nieuw zijn. “In het verleden durfde men deze nooit aan in de angst dat de bejaarden eronder zouden bezwijken. Voor deze groep gezonde ouderen moet dit onderzoek geen probleem vormen”, zegt De Wild die gefascineerd is door de ouder wordende mens. “De resultaten vormen een welkom tegenwicht tegen al dat negatieve gepraat over ouderen. Je hoort zo vaak dat ze niets kunnen. Dat blijkt gewoon onwaar te zijn. Gezond verouderde ouderen kunnen juist nog opmerkelijk veel.”

Een en ander werd ook duidelijk uit het proefonderzoek onder 25 ouderen tijdens de Vierdaagse van 1992. De zeventig-plussers bleken in staat gedurende de marsduur van zes en een half uur uur een inspanningsniveau te bereiken van 50 procent van hun maximale prestatievermogen. Ter vergelijking: voor een achturige werkdag geldt een maximum van 35 procent. Het vermoeden werd bevestigd dat de groep wandelaars een uitzonderlijke lichamelijke prestatie leveren.

De vergelijking met een groep doorsnee bejaarden uit Culemborg die als controlegroep aan het onderzoek deelnam, gaf te zien dat het profiel van de wandelaars wat betreft lichamelijke gezondheid, het aantal chronische ziekten, het medicijngebruik en de subjectief beleefde kwaliteit van het leven er veel beter uitzag dan die van de "gewone oudjes' uit Culemborg. Ook dit jaar worden de resulaten vergeleken met deze controlegroep.

Uiteindelijk moeten de resultaten van het project "Lopen op leeftijd' leiden tot conclusies over welke factoren het gezond verouderen van mensen bepalen. Yvonne de Bont, medewerkster van de Nederlandse Hartstichting en betrokken bij het onderzoek: “In praktijk zien we dat hart- en vaatziekten steeds minder voorkomen bij jonge mensen en steeds vaker bij ouderen. De tests kunnen duidelijkheid verschaffen over welk gedrag het meeste kans biedt tegen deze aandoeningen. Met de toenemende vergrijzing in het vooruitzicht, zou de overheid in haar beleid rekening moeten houden met de resultaten. Ik constateer helaas dat de het beleid van de overheid veel te weinig gericht is op preventie.”

Tegen twee uur, ruim zes uur nadat ze de benen namen, arriveren Thomas en Hilde Sier, beiden getooid in een identiek azuurblauw trainingspak, weer in "De Vereeniging'. Hilde's voeten doen zeer, Thomas heeft nergens last van. Gevraagd naar het geheim van zijn "succesvolle veroudering' haalt Thomas zijn schouders op. “Tja, we hebben ons hele leven gesport. Nu doen we aan yoga, tennis en gymnastiek. We eten goed en hangen ook nu we wat ouder zijn niet iedere avond voor de buis. En we hebben een heerlijk stabiel gezin met fantastische kinderen. Het mooiste wat er is. Daar dank ik God voor op m'n ogekniebollen, zoals we dat in Volendam zeggen.”