Geen onvertogen klank bij het Hilliard Ensemble

Concert: "Connections', muziek uit twaalf landen en vijf eeuwen. Door: The Hilliard Ensemble. Gehoord: 20/7, Concertgebouw Amsterdam.

In de hemel zal uit alle luidsprekers waarschijnlijk het Hilliard Ensemble klinken, met zijn onafgebroken stroom van engelachtige, rimpelloze tonen en heilzame samenklanken. Onder het motto "Connections, Music of twelve countries and five centuries', zongen de vier heren van het fameuze Engelse gezelschap gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw precies waar ze zin in hadden. In de programmatoelichting probeerde tenor John Potter weliswaar allerlei losse eindjes muzikaal aan elkaar te knopen, maar als behalve muzikale vorm en stijl, ook woordspelingen en spitsvondigheden zijn toegestaan, zijn alle muziekjes met elkaar in verband te brengen.

De vijf eeuwen uit de titel bestaan bij het Hilliard Ensemble overigens vooral uit de 14de, 15de en 16de eeuw. Slechts hoogst zelden slipt er een wat ouder werkje tussendoor en tussen pakweg 1600 en de Tweede Wereldoorlog zwijgt het Ensemble vrijwel geheel. Pas in deze tijd pakken ze de draad weer op. Er zijn veel moderne componisten die, vaak op verzoek, een compositie voor het ensemble schrijven.

Het Hilliard begon gisteravond met de paradijselijke wereld van de renaissance. Iedere stem met zijn eigen, eindeloze melodische lijn, die op een ingenieuze wijze is verweven met alle andere lijnen, geen onvertogen klank. Daarna volgden werken van moderne meesters als Michael Finnissy en Heinz Holliger. De te verwachten stijlbreuk, als gevolg van vijf eeuwen muziekgeschiedenis, bleef uit, al zijn de stemmen beweeglijker en individualistischer en schuren ze tegenwoordig wel eens ruw langs elkaar. Uit de kelen van het Hilliard Ensemble behouden zelfs de scherpste dissonanten nog een glanzende klank.

Het vertrek enige tijd geleden van Paul Hillier, de vroegere leider van het Hilliard, heeft het ensemble geen goed gedaan. Gorden Jones, zijn opvolger, mist diepte in de stem. Vroeger rustten de weelderige, soepele countertenor van David James en de twee ranke tenoren (Rogers Covey-Crump en John Potter) op het onwankelbare fundament van de bas Paul Hillier. Nu die is verdwenen lijkt het ensemble, ondanks al zijn perfectie, een tikje uit het lood geslagen.