Gebakken lucht over filosoof Wittgenstein

Wittgenstein. Regie: Derek Jarman. Met: Karl Johnson, Michael Gough, Tilda Swinton, Clancy Chassay. Vooraf: Laugh Attack. Regie: Piotr Andreyev. Met: Hans Dagelet. In: Amsterdam, Desmet; Den Haag, Haags Filmhuis.

Na St. Sebastiaan, Caravaggio en Edward II heeft de Britse filmer Derek Jarman een nieuwe homoseksuele icoon tot middelpunt gemaakt van een Brechtiaanse filmbiografie. Nu zal niet iedereen bij de Oostenrijkse filosoof Ludwig Wittgenstein (1889-1951) onmiddellijk denken aan diens, inmiddels voor vaststaand aangenomen, onderdrukte homo-erotische oriëntatie. Daar heeft Jarman, die een voor Channel Four geschreven script van de marxistische literatuurprofessor Terry Eagleton als uitgangspunt nam, wel wat op gevonden. De film Wittgenstein beschouwt 's mans onthouding als een metafoor van zijn onbegrepen zijn. In deze visie was Wittgenstein in vele opzichten een buitenstaander: als Oostenrijker in Engeland, als briljante geest die maar niet begrepen wordt èn als vreemde in zijn eigen driftleven.

Wittgensteins filosofische opvattingen worden in de film gereduceerd tot de inzet van een bizar gezelschapsspel voor intellectuelen in een Cambridge-salon. De hoofdpersoon, zowel gespeeld door een kind (Clancy Chassay) als een volwassene (Karl Johnson) voert absurde debatten met onder meer Bertrand Russell (Michael Gough, geëscorteerd door Jarman-vedette Tilda Swinton als diens matresse, de in struisveren gehulde Lady Ottoline Morrell), Maynard Keynes, een hopeloos domme scholiere en een wijsneuzig marsmannetje. In grote lijnen kan men zeggen dat Jarman meer genteresseerd was in het visualiseren van Sir Bertrands jacht op een denkbeeldige neushoorn - de inzet van een van zijn meningsverschillen met Wittgenstein - dan in een heldere uiteenzetting over de eraan ten grondslag liggende ideeën.

Met enige welwillendheid kan men Jarmans laatste film beschouwen als een speels divertissement, dat in zijn groteske vormgeving tegen een zwart achterdoek onder meer de conventies van een traditionele filmbiografie tracht te persifleren. Het is verleidelijker de hele onderneming af te doen als gebakken lucht en een pseudo-intellectuele verkleedpartij over de rug van Wittgenstein.

De in het voorprogramma getoonde korte Nederlandse film Laugh Attack van Piotr Andreyev benadert de absurditeit van de wereld nog simpeler, maar daardoor zuiverder. Acteur Hans Dagelet lacht zich minutenlang te barsten over alles wat de moderne cultuur te bieden heeft, van floppy tot literatuur, totdat hij plotseling stil valt bij beelden van de oorlog in Joegoslavië. De in Nederland wonende Pool Andreyev lijkt daarmee vooral de hier te lande heersende, alles doordringende ironie te willen bekritiseren.