Denen pareren onterechte aanval op kroon

AMSTERDAM, 21 juli. De Deense kroon heeft de bodem van het EMS verlaten.

Door middel van een verhoging van het disconto (met 2 procentpunt tot 9,25 procent) en het beleningstarief (in twee stappen met 12,2(!) procentpunt tot 20 procent) werd beleggers duidelijk gemaakt dat de huidige pariteit van de kroon met "alle' middelen wordt verdedigd. De acties van de Deense autoriteiten zijn begrijpelijk, daar op grond van de economische "fundamentals' geenszins aanleiding is voor een devaluatie van de kroon. Bovendien lijkt de stabiliteit van het EMS-stelsel niet te zijn gebaat met opnieuw een wisselkoers-aanpassing.

De zwakste munt van het EMS is thans de Franse franc, mede omdat de Franse autoriteiten in tegenstelling tot de Deense niet bereid zijn tot een verhoging van de rentetarieven. De EMS-spelregels schrijven dit in beginsel wel voor, doch de Franse beleidmakers zijn met het oog op de zwakke conjunctuur en de hoge werkloosheid daartoe (nog) niet bereid. Met verbaal geweld (in samenspraak met de Duitse autoriteiten) proberen zij de franc te steunen. Daarnaast werden de franc en de kroon te hulp geschoten door DNB en de Bundesbank, die het beleningstarief en het Repo-tarief verlaagden tot respectievelijk 6,6 procent (6,7 procent) en 7,15 procent (7,28 procent). Op deze wijze worden immers beleggingen in guldens en marken minder aantrekkelijk, ofwel in francs aantrekkelijker.

Benevens de Deense, Nederlandse en Duitse rentemaatregelen en het verbale geweld van autoriteiten, bleken in de verslagweek valuta-interventies noodzakelijk. DNB als hoedster van de sterkste munt moest daarbij het voortouw nemen. Blijkens de weekstaat werd de geldmarkt als gevolg van deze interventies onverwacht met 0,8 miljard gulden verruimd. Dit had onder meer tot gevolg dat maandag slechts 94 procent van het toelaatbare beroep was gebruikt, terwijl bijna 97 procent van de contingentsperiode was verstreken. Ondanks de relatief ruime verhoudingen op de geldmarkt bleef de daggeldrente gedurende de verslagweek ruim boven het beleningstarief. De oorzaak kan niet met zekerheid worden vastgesteld: enerzijds kan dit duiden op een scheve verdeling van het contingentsberoep over de banken, anderzijds op een voorzichtige houding van de banken met het oog op het naderende slot (morgen) van de contingentsperiode.

In tegenstelling tot de daggeldrente, vertoonden de termijnrenten op de geldmarktrente wel een dalende tendens. Moest een week geleden voor driemaands interbancaire deposito's 6,60 procent worden betaald, gisteren 6,53 procent. De Duitse geldmarktrenten lieten een veel grotere daling zien, waardoor de zogenaamde spread tussen Nederlandse en Duitse deposito's is afgenomen tot 55 basispunten (vorige week 75 basispunten), overigens nog steeds in Nederlands voordeel. Dit kan worden genterpreteerd als een teken van toegenomen kracht van de D-mark, hetgeen wordt weerspiegeld in de gulden/D-markkoers. Gisteren "kostte' één D-mark 1,1255 gulden, zodat de ruimte voor een onafhankelijk Nederlands rentebeleid langzaam is verminderd.

Bron: Economisch Bureau ING Bank