De incasso-markt als winstbron

Op de incasso-markt valt flink geld te verdienen, vooral nu het economisch minder gaat. Buitenlandse bureaus proberen een deel van de miljoenenbuit binnen te halen. Maar ook deurwaarders gaan tegenwoordig op de commerciële toer.

Als de economie in een recessie dreigt te komen, zien deurwaarders en incassobureaus dat als eersten aankomen. “Wij fungeren als een barometer”, lacht Paul van Roon, gerechtsdeurwaarder in Amsterdam. Hij heeft de afgelopen maand hard gewerkt om achterstallige schulden binnen te halen. “Juni is altijd een goede maand voor ons, omdat de meeste mensen dan hun vakantiegeld krijgen.”

Het binnenhalen van geld is de laatste jaren een steeds profijtelijker aangelegenheid geworden. Jaarlijks geven Nederlandse bedrijven voor ongeveer 1,2 miljard gulden aan incasso-opdrachten uit handen, zo blijkt uit een rapport dat de Nederlandse Vereniging van Incasso-ondernemingen (NVI) eerder dit jaar publiceerde. Ongeveer de helft hiervan komt volgens de NVI terecht bij incasso-bedrijven, de andere helft nemen advocaten en deurwaarders voor hun rekening.

Vanuit het buitenland zijn grote, internationale incassobureaus als Intrum Justitia, Dun & Bradstreet en Graydon hard bezig een aanzienlijk deel van de Nederlandse schuldenmarkt binnen te halen. Daarvoor hebben ze wel een aantal taboes moeten overwinnen. “Incassobureaus hebben in Nederland vaak nog een negatief imago”, zegt mr. R. van der Starre, directeur bij de Nederlandse vestiging van de Britse organisatie Intrum Justitia. Een beeld dat volgens hem is ontstaan doordat in bepaalde milieus openstaande schulden nogal eens worden geregeld door de spreekwoordelijke uitsmijter met de honkbalknuppel.

Nederlandse bedrijven worden de laatste jaren geconfronteerd met een verslechterende economie - een ontwikkeling die er onder andere toe leidt dat debiteuren minder snel over de brug komen met hun betalingen. Dat in een recessie het aantal wanbetalers - en dus het aantal klanten voor bureaus als Intrum Justitia - toeneemt, is volgens Van der Starre echter te gemakkelijk geredeneerd. “Als de economie echt slecht gaat en veel afnemers failliet gaan, valt er ook voor Intrum Justitia niet veel te verdienen. Wij ontvangen immers provisie over de gencasseerde bedragen”, aldus Van der Starre.

Belangrijker is volgens hem dat bedrijven nu beter op hun kaspositie moeten letten en dus strengere eisen gaan stellen aan hun debiteuren op het gebied van betalingstermijnen. Op dat gebied kan hier nog veel verbeterd worden, zegt Van der Starre.

Nederlanders zijn relatief traag met betalen, blijkt uit zijn berekeningen. De meeste bedrijven hanteren volgens hem weliswaar een betalingstermijn van 30 dagen, maar in de praktijk blijkt de gemiddelde inlossing pas na 55 tot 60 dagen binnen te komen. “Dat de rente die leveranciers zo mislopen een behoorlijke verliespost is, realiseren de meeste ondernemingen zich niet”, aldus Van der Starre.

Vooral ondernemingen in het midden- en kleinbedrijf reageren volgens de Intrum Justitia-directeur vaak te laks en niet professioneel op openstaande rekeningen. “Dan sturen ze eerst maar weer eens een briefje en vervolgens gaat de directeur zelf na een paar weken maar eens bellen”, aldus Van der Starre. Die opstelling is volgens hem een gevolg van het feit dat kleinere bedrijven vaak afhankelijk zijn van een paar grote afnemers en dus geneigd zijn om deze heel veel toe te staan. Afwachten is volgens hem echter niet verstandig, omdat uit de praktijk blijkt dat oude vorderingen steeds moeilijker zijn binnen te halen. Van der Starre: “Je verliest je geloofwaardigheid als bedrijf”.

Pag.14: Deurwaarder op commerciële toer

De werkwijze van bureaus als Intrum Justitia is in feite heel eenvoudig. Als Intrum Justitia een vordering van een onderneming overneemt gaat er een nieuwe aanmaning naar de debiteur voor het openstaande bedrag, verhoogd met een provisie voor het bureau. Tegelijktijd start het bureau een achtergrondonderzoek naar de financiële situatie van de betreffende debiteur. De informatie daarvoor haalt Intrum Justitia volgens Van der Starre onder andere bij het bevolkingsregister, Kamers van Koophandel en “bronnen van derden die informatie kunnen verschaffen”.

Vaak blijkt de eerste brief van het incasso-bureau al voldoende om de afnemer zijn schulden te laten voldoen. “Het effect van: "vreemde ogen dwingen' levert meestal succes op”, aldus Van der Starre. Daarnaast is volgens hem belangrijk dat Intrum Justitia regelmatig contact zoekt met de debiteuren en zo de druk op de ketel houdt. Laat de betaling toch op zich wachten, dan bepaalt Intrum Justitia “afhankelijk van de hoogte van het bedrag en van wat de klant wil” of er eventueel gerechtelijke stappen moeten worden ondernomen.

Incassobureaus zijn niet de enige partijen op de markt voor schuldinning. Ook advocaten en gerechtsdeurwaarders, die in het verleden meestal pas in de gerechtelijke fase ingeschakeld werden, hebben zich - tot grote irritatie van de incassobureaus - op het winstgevende incassotraject gestort.

Gerechtsdeurwaarders vormen oneerlijke concurrentie, vinden de incassobureaus. Hun kritiek is dat deze beroepsbeoefenaren, die zelfstandig werken maar aangesteld zijn door het Rijk, al over een monopoliepositie beschikken op het gebied van ambtelijk werk. Wanneer een wanbetaler door een crediteur voor het gerecht wordt gedaagd, krijgt de bij de rechtbank aangesloten deurwaarder namelijk automatisch alle bijbehorende werkzaamheden toebedeeld, tegen een van tevoren vastgesteld tarief. Die werkzaamheden omvatten onder andere het uitreiken van de gerechtelijke stukken en - indien de rechter tot een uitspraak is gekomen - de eventuele beslaglegging op bezittingen van de debiteur of de ontruiming van de woning of bedrijfsruimte.

Deurwaarder Van Roon kent de kritiek. Hij bevestigt dat de meeste deurwaarders aan het ambtelijke werk al een goede boterham overhouden. Maar, zo voegt hij daaraan toe: “De buitengerechtelijke opdrachten vormen toch de krenten uit de pap.” Gerechtsdeurwaarders verdienen volgens hem ongeveer zes procent provisie aan ambtelijke taken, waarvan de uitvoering vaak veel arbeidstijd in beslag neemt. “Terwijl het versturen van aanmaningsbrieven bij wijze van spreken per computer kan, maar wel een provisie van vijftien procent van het incassobedrag oplevert”, aldus Van Roon.

Van Roon betreurt het dat gerechtsdeurwaarders nog zo'n stoffig imago hebben. Hij zou graag zien dat de 243 deurwaarders in Nederland zich veel actiever gingen opstellen, “niet in de rol van notabelen, maar als ondernemers”. De 35-jarige Amsterdamse gerechtsdeurwaarder, die veelal gehuld in spijkerbroek en t-shirt op bezoek gaat bij wanbetalers omdat “het vaak heel goed werkt als je niet past in het verwachtingspatroon”, heeft haast. Dat de Vereniging van Deurwaarders sinds kort meer wervende initiatieven ontplooit, is volgens van Roon weliswaar toe te juichen, maar voor hem gaan deze toch niet ver genoeg.

Onder de naam Collect Control (CC) is Van Roon daarom eind vorig jaar begonnen met een incasso-organisatie die als tussenpersoon fungeert tussen opdrachtgevers en gerechtsdeurwaarders en advocaten. Het kantoor van Collect Control, dat gevestigd is in Den Bosch, is door Van Roon opgezet als centraal meldpunt voor incasso-opdrachten. De bedoeling is dat de opdrachten, nadat ze zijn ingevoerd, verder worden verdeeld over een landelijk net van geselecteerde zelfstandigen. Het voordeel van deze constructie voor opdrachtgevers is volgens Van Roon dat het hele incasso-traject - van de eerste aanmaning tot een eventuele beslaglegging na een gerechtelijke uitspraak - in handen van dezelfde gerechtsdeurwaarder kan blijven.

Collect Control streeft er volgens Van Roon niet naar de klanten zo snel mogelijk de incasso-activiteiten uit handen te nemen. “Wij adviseren bedrijven hoe zij hun betalingstraject zelf in de gaten kunnen houden. In feite maken wij de trucs van de incassobureaus transparant”, aldus Van Roon, die zich haast daaraan toe te voegen dat het niet zijn bedoeling is om incassobureaus in diskrediet te brengen.

De geboden doorzichtigheid is volgens Van Roon te danken aan het door CC gehanteerde automatiseringssysteem. Opdrachtgevers worden aangesloten op dit systeem en kunnen vanachter hun eigen computerscherm incasso-opdrachten invoeren, aldus Van Roon. Via het databestand van CC komen deze opdrachten via een lijnverbinding terecht bij de geselecteerde deurwaarder of advocaat. De klanten zelf kunnen gedurende het hele traject via hun scherm blijven volgen wat er met hun vorderingen is gebeurd en zijn niet langer afhankelijk van de informatiebereidheid van de incasseerder: “Smoezen als "het dossier is niet op z'n plaats' of "de deurwaarder was weg' werken dus niet meer”, zegt Van Roon.

Van te voren spreekt de opdrachtgever af met Collect Control wat er moet gebeuren. Aan de hand daarvan worden de maximale kosten bepaald, aldus Van Roon. De klant betaalt de vaste kosten (zoals de eventuele gerechtskosten) van te voren en krijgt eens per dertig dagen het geld van de (geheel of gedeeltelijk) ingeloste vorderingen overgemaakt, onder aftrek van de provisie. Collect Control rekent volgens Van Roon 15 procent provisie, waarvan twaalf procent aan de ingeschakelde deurwaarder toekomt, “twee maal zo veel als hij meestal van een incassobureau krijgt”. De overige drie procent zijn volgens Van Roon onder andere bedoeld om de kosten van het kantoor en het automatiseringssysteem te dragen.

Collect Control is in november met de eerste grote opdracht begonnen, zegt van Roon, en “nu gaat het echt lopen”. Van Roon streeft ernaar om dit jaar “20.000 dossiers uit de markt te halen”. Om te groeien moet hij echter niet alleen klanten ervan overtuigen mee te doen met Collect Control, ook zijn collega's hebben vaak wat overreding nodig. “De deurwaarder is van nature argwanend en behoudend”, bevestigt Van Roon. De afhoudende reactie van een aantal van zijn collega's is volgens hem wel te begrijpen “omdat het werk vanzelf wel op ze afkomt”. Toch verwacht hij binnen niet al te lange termijn een aanzienlijk deel van de gerechtsdeurwaarders voor zijn commerciële plannen te kunnen winnen: “Anders zijn het in feite dieven van hun eigen portemonnaie”.