De eerste uitzending

Zeventig jaar geleden begon de radio in Hilversum. In de Radio-Express (het tijdschrift van de Nederlandse Vereniging voor Radiotelegrafie) van 19 juli 1923 stond een persbericht van de Nederlandse Seintoestellen Fabriek te Hilversum:

“Dames en Heren Amateurs worden uitgenodigd hun gewaardeerde medewerking te verlenen bij de beproeving van een nieuwe Nederlandse telefoniezender, vervaardigd door de NSF.” Er werd meegedeeld dat Ir. G.H. White, chef van het laboratorium, zendapparatuur ontwikkeld had met een antenne-energie van 500 watt. Daarmee wilde men op zaterdagavond 21 juli 1923 van 8.30 tot 10 uur gaan proefzenden. In het bericht stond ook wàt er uitgezonden zou worden: een optreden van de “Larense Jazzband gevormd door de heren L. Mees, viool, H. Mossel, jazz, J. Loeber, cello en K. Lommel, piano. Teneinde vrijheid te hebben in de keuze der stukken, die voor een proefneming als deze nodig is, ziet de NSF af van publikatie van het volledige program. Voor iedere transmissie zal de naam van het komende nummer opgegeven worden. Waarschijnlijk zullen bovendien enige zangnummers ten gehore worden gebracht”. De fabriek “verzoekt de heren amateurs wel te willen mededelen hun bevindingen omtrent de geluidssterkte en kwaliteit”.

In een vraaggesprek dat ik twintig jaar geleden met de in het persbericht aangekondigde heer Loeber had vertelt hij: “We ervoeren het als een enerverende gebeurtenis. De studio bevond zich in een houten loods achter de NSF. Om resonantie tegen te gaan was hij bekleed met zwart floers en daardoor leek hij wel een "chapelle ardente'. De microfoon zat in de muur ingebouwd en was afgedekt met perkamentpapier. We moesten er vlak voor gaan zitten en staan en toen de violist mij een stootje tegen mijn elleboog gaf prikte ik met mijn strijkstok door het perkamentpapier heen. Willem Vogt was er niet erg over te spreken. Op 8 augustus zijn we nog een keer opgetreden. Daarna niet meer. We speelden van bladmuziek maar ook wel veel op het gehoor. Bijvoorbeeld tango's die we wel vaker hadden gehoord maar waarvan we de naam niet wisten. Weinigen hadden een radiotoestel. Zelf had ik er ook geen.”

Vijf dagen later, op 26 juli 1923, stond op de voorpagina van de Radio-Express een advertentie met de mededeling: “De NSF betuigt hiermede haar dank aan de zeer talrijke amateurs die zo vriendelijk waren rapport uit te brengen omtrent de sterkte en de kwaliteit van de muziek die bij wijze van eerste proef op zaterdag jl. door de NSF werd uitgezonden.” De fabriek excuseerde zich voor enkele technische onvolkomenheden en eindigde met de woorden: "Stand by voor het volgende NSF-concert!'

Er was een ontwikkeling in gang gezet waarvan men indertijd de geweldige omvang natuurlijk nooit heeft kunnen bevroeden. Achtereenvolgens verschenen de Hilversumse Draadloze Omroep (voorloper van de AVRO), de NCRV, de VARA, de KRO en de VPRO. Onze taal had er intussen een nieuw woord bij gekregen: omroep, door J. Corver overigens al bedacht in de tijd (1919-1924) dat Idzerda, eigenaar van de Nederlandsche Radio-Industrie, in Den Haag uitzond. In Radio-Nieuws van 1 juli 1922 schreef hij: “De omroeper. De man met de bel of met het bekken. In kleine steden en dorpen kent men hem nog wel hier en daar. De omroeper behoort echter tot de uitstervende geslachten. We dachten aan hem omdat we op zoek waren naar een Nederlands woord voor een nieuw begrip.” Ook een ander woord kreeg er een betekenis bij: uitzenden. Toen Vogt in 1924 aan P. Cronheim van het Concertgebouw vroeg het Concertgebouworkest te mogen uitzenden was diens reactie: “Ik dacht dat zoiets alleen gebeurde met diners van de kok.”

Zeventig jaar geleden vond op een Hilversumse heide, begeleid door jazz-muziek, de oerknal plaats waaruit de huidige ingewikkelde radio- en televisiewereld is ontstaan. Het mag een verheugende concidentie genoemd worden dat net enkele weken geleden het Nederlands Omroepmuseum een nieuwe, riante behuizing in Hilversum gevonden heeft. Van de veel te kleine expositieruimte op het Melkpad en het uitpuilende depot in de catacomben van de televisiestudio's is men verhuisd naar een plek met aanzienlijk meer mogelijkheden op de Oude Amersfoortseweg 121-131 in Hilversum, vlakbij Station Sportpark.