ABP wil meer beleggen in het buitenland

DEN HAAG, 21 JULI. Het Algemeen Burgerlijk Pensioenfonds (ABP) wil meer in buitenlandse aandelen beleggen. Het pensioenfonds zal minister Kok (financien) daarom vragen de wettelijke beleggingsbeperkingen die nu nog van kracht zijn versneld op te heffen.

Dit zei ABP-voorzitter J.A.M. Reijnen gisteren bij de presentatie van het jaarverslag van het pensioenfonds voor ambtenaren. Op dit moment raken de buitenlandse beleggingen de grens van maximaal 5 procent van het fondsvermogen, die wettelijk is vastgelegd. Het ABP zou ook de grens voor beleggingen in aandelen, nu nog 15 procent, graag omhoog zien gaan. Reijnen zei te verwachten dat het ministerie van financien akkoord gaat met het verzoek.

Het ABP behaalde vorig jaar een rendement op de beleggingen van 7,2 procent, tegen 7,3 procent in 1991. Het fonds streeft naar een hoger rendement op de beleggingen om het vermogenstekort om in de toekomst aan de financiele verplichtingen te voldoen, op te vangen. Het tekort is vorig jaar met 6,8 miljard gulden opgelopen tot 32,9 miljard. Reijnen zei in tegenstelling tot voorgaande jaren dat de ongeveer een miljoen werknemers bij de overheid en de inmiddels gepensioneerden zich geen zorgen hoeven te maken.

Volgens de ABP-voorzitter zijn met de overheid en ambtenarencentrales afspraken gemaakt die voldoende waarborgen bieden om aan de toegezegde pensioenverplichtingen te kunnen voldoen. De verzekeringskamer, belast met het toezicht op de pensioenfondsen, denkt er net zo over.

Vanaf 1994 zullen de vut en het invaliditeitspensioen niet langer gefinancierd worden uit kapitaaldekking, maar rechtstreeks uit de premies. Daardoor komt ruim tien miljars gulden aan vermogen vrij. Het tekort worden verder teruggedrongen door de premie tot aan het jaar 2001 geleidelijk te verhogen. Nu bedraagt die premie 8,8 procent, in 2001 moet dat 7 procent meer zijn voor het totaal aan ouderdomspensioen, nabestaandepensioen, invaliditeitspensioen en de vut. Het vermogen van het fonds steeg vorig jaar met 7 miljard tot 177 miljard gulden.

Vanaf 1996 wordt het ABP verzelfstandigd. De bestaande restricties op het beleggingsgebied verdwijnen dan. Het fonds valt dan onder de Pensioen- en spaarfondsenwet. De uitbreiding van de beleggingen moet voor die tijd al zijn gerealiseerd. Het pensioenfonds wil vooral meer beleggen in buitenlandse aandelen, omdat die een beter rendement opleveren.

Op weg naar de verzelfstandiging verandert de organisatie van het ABP. Zo is het fonds nog op zoek naar een nieuwe voorzitter van de driehoofdige directieraad, die op 1 juli in die vorm van start is gegaan.

Met ingang van 1996 moet bovendien het overheidspersoneel onder dezelfde wettelijke verzekeringen vallen als de werknemers in het bedrijfsleven. Daarvoor wordt de nieuwe Uitvoeringsinstelling voor de Sociale Zekerheid van Overheidspersoneel opgericht (USZO), die met ingang van september dit jaar drs. L. Markensteyn van het bureau Berenschot als interim-directeur zal hebben.Bij het ABP zullen tot en met 1996 tenminste 800 volledige arbeidsplaatsen vervallen. Tot 1 januari 1994 geldt voor de medewerkers een werkgelegenheidsgarantie en tot 1 januari 1995 een salarisgarantie.

Het ABP meldde gisteren een daling van de instroom in het inalditeitspensioen, - de wao van het overheidspersoneel - met 20 procent, van 16.811 nieuwe arbeidsongeschikten in 1991 naar 13.736 vorig jaar.