Zweeds model onder druk

Eind dit jaar zullen in het OESO-gebied, dat 24 gendustrialiseerde landen omvat, naar schatting 36 miljoen mensen zonder werk zijn. Dit is ruim 8,5 procent van de beroepsbevolking. In de Europese OESO-landen is de situatie nog erger, daar loopt het werkloosheidspercentage volgend jaar op tot 11,9 procent. De OESO voorspelt voor Europa zelfs een sociale explosie, want Europese landen zijn niet meer in staat ieder die werken wil aan een baan te helpen.

Tot 1990 nam Zweden nog een uitzonderingspositie in. De werkloosheid was er lager dan in de andere Europese landen. Dat was voor een groot deel te danken aan de Zweedse arbeidsmarktpolitiek, die decennia lang gebaseerd is op het activeringsprincipe. Dit houdt in dat werklozen een kans krijgen om aan activeringsprogramma's deel te nemen, die zijn toegesneden op hun individuele capaciteiten en behoeften.

Jarenlang heeft dit systeem model gestaan voor het arbeidsmarktbeleid in andere Europese landen. Het kabinet-Lubbers/Kok bij voorbeeld nam er enkele onderdelen van over, zoals de Jeugdwerkgarantiewet. Ook de tripartite opzet van de arbeidsvoorziening hebben we van de Zweden afgekeken. De Zweden hebben die corporatistische structuur echter onlangs prijsgegeven. Werkgevers en werknemersorganisaties hebben zich uit het bestuur van AMS die het arbeidmarktbeleid coördineert, teruggetrokken.

In 1991 en 1992 sloeg de recessie in Zweden toe. Het Zweedse model kwam onder steeds zwaardere druk te staan. Aan het eind van het derde kwartaal van 1992 was de geregistreerde werkloosheid gestegen tot 229.000 of 5,2 procent van de beroepsbevolking. Nog eens 249.300 mensen waren opgenomen in de verschillende programma's van het arbeidsmarktbeleid.

Arbeidsmarktpolitiek is altijd een integraal onderdeel geweest van de Zweedse economische politiek, waarvan het hoofddoel was volledige werkgelegenheid. De monetaire wisselkoers en fiscale politiek werden gecoördineerd met de arbeidsmarktpolitiek.

In de laatste jaren zijn de prioriteiten van de Zweedse economische politiek verschoven naar de strijd tegen de inflatie. Een hoge inflatie was immers de prijs voor de volledige werkgelegenheidspolitiek.

In Zweden wordt thans ingezien dat de groeiende afhankelijkheid van de internationale economie en de toenadering tot de Europese Gemeenschap en de toekomstige Europese Unie de mogelijkheden tot het voeren van een zelfstandig nationaal economisch beleid steeds meer beperken. Het gevolg is dat de Zweedse arbeidsmarktpolitiek nieuwe en ingrijpende uitdagingen te wachten staan.

Aan het begin van de jaren negentig behoorde het werkloosheidspercentage in Zweden nog tot de laagste in Europa: circa 1,5 procent. Tegelijkertijd echter nam de inflatie toe tot 11 procent en stagneerde de economische groei. De situatie op de arbeidsmarkt is nu de slechtste sinds de jaren dertig. Als het geregistreerde werkloosheidscijfer, de aantallen mensen die zijn opgenomen in de programma's van het arbeidsmarktbeleid en latente werkzoekenden, bij elkaar worden opgeteld dan zijn er in totaal meer dan 580.000 mensen op zoek naar een baan. Dit betekent dat meer dan 13 procent van de beroepsbevolking in Zweden is uitgesloten van de normale arbeidsmarkt.

Hoewel Zweden nog steeds vasthoudt aan het activeringsbeginsel, belopen de uitkeringen aan werklozen nu meer dan de helft van alle arbeidsmarktprogramma's samen. Naar Zweedse maatstaven is dit een extreme situatie. Jarenlang vormden de uitkeringen maar ongeveer eenderde van alle uitgaven voor arbeidsmarktbeleid.

Betekent dit alles het failliet van het Zweedse model? Er bestaat nog steeds een brede politieke consensus over de actieve arbeidsmarktpolitiek. Dat bleek in september 1992 toen de rechtse regeringscoalitie en de sociaal democratische oppositie een gezamenlijk crisispakket presenteerden, dat arbeidsmarktbeleidsmaatregelen ter waarde van bijna 10 miljard Zweedse kronen omvatte.

Vorig jaar voegde de regering een nieuw instrument toe aan het arsenaal van het arbeidsmarktbeleid. Dit programma wordt "werkgelegenheidsontwikkeling' genoemd en is bedoeld om te voorkomen dat werklozen uitgetrokken raken uit hun werkloosheidsuitkeringen als ze te lang zonder werk blijven.

Sinds 1980 heeft Zweden veel instrumenten moeten inleveren die het nodig had voor zijn eigen economische politiek. Zijn actief arbeidsmarktbeleid vraagt eigenlijk om een Keynesiaans genspireerde politiek waardoor werkgelegenheid wordt gegenereerd. Maar ook in Zweden is de tijd voorbij dat de overheid via haar begroting ingrijpt om de conjunctuurbeweging te stabiliseren. Wat overeind blijft van het arbeidsmarktbeleid is de nadruk op activering van werklozen door scholing en training.