VECHTEN

Drie citaten uit P. Kortewegs in deze krant van 10 juli geplaatste beschouwing: “We moeten terug naar een vechteconomie”, “ook het bedrijfsleven kan vechtlustiger georganiseerd worden”, “vechten in plaats van berusten dus.” Kennelijk vond de redactie van de Opiniepagina de uit deze drie citaten blijkende vechtlust zo kenmerkend voor het artikel, dat zij als kop erboven plaatste: Vecht-economie aangewezen oplossing voor Nederland.

Als ik de weloverwogen beeldvorming van Korteweg goed begrijp is het begrip vechten hier gebruikt in de oneigenlijke betekenis van uitwisselen, ruilen. Want de auteur bepleit expliciet een “markt-conformer” beleid. En wat is de markt anders dan de plek, waar twee “partijen” door te ruilen in elkaars behoeften voorzien? Als die twee partijen elkaar gaan bevechten werkt het marktmechanisme niet.

In de gangbare, gewelddadige betekenis van het woord leidt vechten tot winnaars die winnaars willen blijven en verliezers, die winnaars willen worden. Geschiedenis en logica leren dat die situatie onvermijdelijk tot meer vechten leidt, tot scherpere tegenstellingen, tot hardere standpunten, dus tot nog meer verstarring, verspilling en tot de andere sociaal-economische “desintegratie-verschijnselen”, die de auteur zo overtuigend aan de kaak stelt.

Om het geschetste ontbindingsproces te stoppen zou volgens Korteweg een “Swatch-operatie” nodig zijn en het is de vraag, zo voegt hij daaraan toe, “of de huidige organisatie van onze democratie via politieke patijen hiertoe in staat is.” Daarom “moet er snel een nieuw soort politici opstaan en een nieuw soort politieke mentaliteit zijn intrede doen”.

Het lijkt onwaarschijnlijk dat Korteweg bij het formuleren van die wens dacht aan politici die elkaar bevechten om, veelal op korte termijn, partijpolitieke winst te behalen, of aan een politieke mentaliteit, die is gericht op het overwinnen van de tegenstander. Zijn betoog maakt immers overduidelijk dat dat soort politici en dat soort politieke mentaliteit niet nieuw zijn.