VEB-FOKKER

In NRC Handelsblad van 9 juli wordt bericht dat de VEB alsnog wil proberen vervroegde aflossing van een Fokker-obligatielening af te dwingen nadat de trustee van de lening zich daartegen met succes heeft verzet.

De VEB beroept zich op een bepaling van de Trustakte, waarin staat dat de trustee de lening kan opeisen als de meerderheid van de aandelen Fokker in andere handen overgaat. Wat er ook zij van de redactie van die bepaling - waarvan ik de tekst niet heb -, in de context van een trustakte is volstrekt duidelijk dat zo'n bepaling geschreven is voor het geval de belangen van de obligatiehouders in het gedrang zouden kunnen komen door een dergelijke overname (bijvoorbeeld door een stel obscure raiders).

In plaats van een zucht van verlichting te slaken dat Fokker door een sterke(re) partij is overgenomen - afgaande op de berichten over Fokker in de media lijkt surséance of erger niet denkbeeldig geweest te zijn -, proberen de VEB en haar medestanders een slaatje te slaan uit een, wellicht niet gelukkig geformuleerde, bepaling die voor andere doeleinden geschreven is. Zoiets heet een chicane, en is, hoewel in brede kring als onbehoorlijk ervaren, niet verboden. Terecht echter heeft de trustee zich ertegen verzet: anders zou hij blijk gegeven hebben van een onjuiste taakopvatting.

Als de VEB zich wil ontwikkelen tot een gerespecteerde belangenbehartiger van (kleine) beleggers - een functie die in Nederland, zoals elders, in een duidelijke maatschappelijke behoefte zou voorzien - zou zij zich verre moeten houden van dit soort acties, laat staan daarbij het voortouw nemen.