Tsvetajeva weer vertaald

De Tweede Ronde, Prosodisch nummer. Van Oorschot, 208 blz.ƒ17,50

Tsvetajeva-liefhebbers die vorig jaar teleurgesteld werden door die zo langverbeide bundel vertalingen van haar poëzie, Jouw tedere mond - een en al kus, omdat juist het vertaalwerk daarin te wensen overliet, kunnen nu alvast uitkijken naar zomaar wéér een bundel: uitgeverij Van Oorschot komt in '94 met een tweetalige uitgave van Tsvetajeva's gedichten. Opnieuw heeft een collectief zich gebogen over de notoir moeilijk te vertalen gedichten van de Russische, maar ditmaal klinken de namen vertrouwd en vertrouwenwekkend: Margriet Berg, Marko Fondse, Anne Stoffel en Marja Wiebes.

De Tweede Ronde presenteert in het zomernummer een voorpublikatie van achttien gedichten. Geen ervan staat ook in Jouw tedere mond - een en al kus - hoewel bij deze dichteres twee vertalingen van hetzelfde gedicht zeer verschillend kunnen klinken. “Elk gedicht - een liefdeskind, / Eersteling, arm en onecht, / Tot een speelbal van de wind / Naast de spoorbaan neergelegd.” Bij sommige regels vraag je je af voor welke hindernissen de vertaler heeft gestaan: “Jeugd van mij! Mijn zongekoosde lieveling! Ziels drifthittige glans!”

Een paar van deze achttien gedichten staan wel in de bundel Kwartet, waarin vertaler Charles B. Timmer vier Russische dichters bijeenbracht. Wiebes en Berg vertaalden uit de cyclus "Achmatova': “Wij deinzen terug, een honderdduizendvoudig: ah! / Weerklinkt gedempt, als zweren wij u dure eden. / Die naam - een diepe zucht - Anna Achmatova! / Glijdt in de nameloze afgrond naar beneden.” Bij Timmer luidt die strofe: “En ik spring achteruit, met een doffe kreun: Ach! / Een honderdduizendtal zweert bij jou - Anna / Ach-matova! - die naam, die enorme zucht, / de kruisiging smoort alle kreten "hosanna!'.” In Viktoria Schweitzers pas in een Engelse editie verschenen biografie van Tsvetajeva gaan deze regels, vertaald door Peter Norman, zo: “And we start back and emit a dull: ah! / A hundred thousand swear an oath to you: Anna / Akhmatova! That name is an immense sigh, / It falls into the depth that knows no name.”

De redactie noemde dit zomernummer vanwege "volrijm en maatgevoel' een prosodisch nummer. “Loopt De Tweede Ronde in dit tijdsgewricht van woordenkakkers en hermetische poëten vooruit op nieuw, dynamisch classicisme? Richt de lezer, als de vrije verzen zijn vergeten, zich weer en masse op het gebeeldhouwde gedicht? Dan mag dit blad gerust avant-gardistisch heten.”

Heeft de lezer zich ooit, en dan nog wel en masse (?), van het klassieke vers afgewend?