Rusland raakt steeds nauwer betrokken bij oorlog in Tadzjikistan

MOSKOU, 20 JULI. De Russische betrokkenheid bij de burgeroorlog in Tadzjikistan is gisteren verder toegenomen met het bezoek van minister van veiligheidszaken Barannikov aan de Centraal-Aziatische republiek. Barannikov moet maatregelen nemen tegen de aanvallen van islamitische rebellen vanuit het buurland Afghanistan. Bij de voortdurende strijd tussen de door (ex-)communisten geleide regering en de islamitische oppostie zijn gisteren weer tientallen doden gevallen.

Nadat vorige week 25 Russische grenswachten werden gedood bij een aanval vanuit Afghanistan op een grenspost, heeft president Jeltsin opdracht gegeven extra troepen naar Tadzjikistan te sturen. De Russische president verklaarde zich “vastbesloten om Ruslands geopolitieke belangen en zijn bondgenoten te beschermen”. Hij zei tevens dat het gebrekkige optreden van de Afghaanse autoriteiten tegen de aanvallen vanuit hun grondgebied “een bedreiging van het nationale belang” van de Russische Federatie was.

Het Russische parlement toonde zich eveneens verbolgen en riep de regering op “alle noodzakelijke stappen” te nemen om de Russische troepen ter plaatse te beschermen. Vrijdag bezocht minister van defensie Gratsjov Tadzjikistan. Hij beloofde maatregelen te nemen die “de vijand zo'n nederlaag toebrengen dat in de toekomst niemand zijn hand durft op te heffen tegen Russen”.

Zaterdag is een onbekend aantal Russische militairen naar Tadzjikistan overgevolgen. Tegen hun komst is geprotesteerd door de Afghaanse regering, die zaterdag juist besloot de VN om hulp te vragen voor de 360 burgerslachtoffers van wat zij noemt een Russische artillerie-aanval op vier Afghaanse dorpen. Volgens Radio Kabul zijn zondag en gisteren opnieuw acht mensen gedood en vijftien gewond bij Russische bombardementen op grensdorpen. Het ministerie van defensie in Moskou heeft toegegeven dat er in Tadzjikistan geschut wordt gebruikt, maar ontkend dat Afghaanse dorpen worden aangevallen.

Eind vorig jaar leek in Tadzjikistan een door communisten geleide coalitie, met nauwelijks verholen steun van Russische troepen, de strijd tegen de islamitische oppositie in haar voordeel te hebben beslist. Tienduizenden islamitische Tadzjieken vluchtten toen naar Afghanistan. Daar vandaan zet een deel van hen de strijd voort. Daardoor liggen nu ook de 3.500 Russische militaren onder vuur, die volgens een vorig jaar gesloten overeenkomst de Tadzjieks-Afghaanse grens bewaken.

De toenemende Russische betrokkenheid kan niet op algehele insteming rekenen. “Toen we in 1979 Afghanistan binnenvielen verwachtten we ook niet dat het zou uitmonden in een tien jaar durende bloedige strijd”, waarschuwde zondagavond een populaire televisiepresentator. “Ik wil niet dat mijn tienjarige zoon als hij volwassen wordt moet vechten in een eindeloze Tadzjiekse oorlog.”