Onder evangelische klanken

(Route ca. 30 km, incl. retour langs de kust 40 km. Lit.: Voetwijzer 7, Veluwe Noord en West, Op Lemen Voeten, Amsterdam, hoofdst. 16, 17 en 18)

Op de nachtradio klinkt de jubelzang van de Evangelische Omroep. Wat nou, dit is...? Inderdaad: opgenomen met Pinksteren, de Paasheuvel, Vierhouten. Een dicht op elkaar geplaatste tentenmassa, duizenden gelovigen die de lof op de Here zingen, jong en oud. Tijdens een wandeling over de Noord-Veluwe was ik er getuige van. Vaders die hun kleuters instrueren “De Here heeft kracht, de Here heeft macht.” Daar bovenuit, vèr buiten Vierhouten hoorbaar, de klompen-gospels.

Zondagmorgen, Elburg. Het is nog stil in dit middeleeuwse stadje aan de vroegere Zuiderzeekust. Lege terrassen wachten op klanten die nog slapen. Ooit was er een nóg ouder Elburg. Na een stormvloed in 1367 besloot de hertog van Gelre echter tot verplaatsing landinwaarts. Het nieuwe Elburg werd omsteeks 1395 planmatig, als een rechthoek opgezet, met de Puttenerbeek als dwarse stroom. Fraaie eeuwenoude panden, stadspoorten en vestingwerken zorgen voor een bijzonder fraai aanzicht.

Vooruit, de stad uit, naar buiten. Via een van de stadspoorten - rechts zijn huisjes "in' de dikke stadsmuur gebouwd - voert de route over het Bagijnendijkje. Na de kruising met een brede asfaltweg is de wandelaar ècht op het platteland. Een houten overstapje over prikkeldraad brengt hem of haar op het gras van de Zeedijk. Je vraagt je af hoe een dijk van zo'n beperkte hoogte ooit "zeedijk' kon zijn.

Een frisse wind, een weids landschap - wat wil je nog meer. Rechts, waar ooit de Zuiderzee woest tekeer kon gaan, ligt nu het getemde water van het Veluwemeer. Aan de overkant markeren hoge bomen en caravans de grens van het nieuwe land. Surfers scheren over het water. Aan de linkerhand ligt het Goor, ooit de gemeenschappelijke weidegrond van de stad Elburg. Het wemelt hier van de weidevogels.

Aan de oever van de rietlanden staat een vogel-uitkijkpost. Een prachtige plek om het water te overzien. Maar wat dichtbij ligt is wel zo interessant: een bakstenen plattegrond die op ware grootte de geschiedenis weergeeft van de Sint Ludgeruskerk. Hier bouwden monniken uit het Duitse Werden al omstreeks 900 een houten kerk. De kust van de Zuiderzee lag toen veel noordelijker en het volk liep eeuwenlang uit de omgeving over de Kerkdijk om naar de preek te luisteren. Helaas werd de kerk in 1825 door een stormvloed verwoest.

Via een klaphek, naast een boerderij, voert de route over het gras van de Kerkdijk langs de Goorkolk, een wiel als restant van een dijkdoorbraak uit vervlogen tijden. De dijk voert door een natuurreservaat en dat is te merken ook. Overal weidevogels, sommigen voeren schijnaanvallen uit op de rust verstorende wandelaar. Wat een spijt dat ik ze niet kan benoemen. Ik heb dringend behoefte aan Elseviers Vogelgids, of Jan Bonjers Vogelbescherming.

Voorbij de provinciale weg ziet het landschap er heel anders uit. Eerst het bos van het landgoed Klarenbeek, dan de prachtige groene met struikgewas omzoomde velden van het buurtschap Wessinge. Smalle weggetjes leiden naar de bosrand van de Veluwe. Bijna onmiddellijk stuit ik op het stuifzand van De Haere, op de kaart als De Zoom aangeduid. Een fraai gezicht, maar zwaar om te lopen.

Op de camping de Scheepsbel, terug in het bos, mogen alle caravanbewoners dag en nacht genieten van de naburige snelweg. Na het viaduct onder de A28 loop ik door een uitgestrekt bos naar de Waskolk, een voormalig ven waar ooit de schapen werden gewassen. Onverlaten moesten zo nodig in de bodem graven waardoor het water is weggezakt. De heide in de buurt wordt al evenzeer bedreigd, door overwoekerend gras. Dan maar de brand erin.

Zuidelijker maakt de kaart melding van de Vierhoutensche Heide, maar ik zie alleen maar bos, bos en nog eens bos. En ik hoor, temidden van de bomen, de evangelische klanken uit Vierhouten. Gods stem reikt ver. In het dorp draait de middenstand op volle toeren.

De golvende Elspeetsche Heide blijkt niet alleen in trek bij - al dan niet evangelische - wandelaars, maar ook bij het leger. Brede rupssporen getuigen daarvan. Terug het bos in. Op het uitgestrekte terrein van een kazerne staan honderden vrachtwagens, jeeps en nog wat rollend materieel te wachten op een nuttige bestemming. Verderop ligt de kleinere Westeindsche Heide, waar niemand de rust verstoort. Middenop de hei staat, naast een kuil, een eenzame boom. Tijd voor het avondmaal.

Noordelijker ligt het Hulst- horster zand, een heuvelachtig stuifzandgebied met veel meer bomen dan de kaart aangeeft. Via het viaduct over de snelweg - waar een miserabele gek knipogend een poging tot toenadering onderneemt - bereik ik Hulshorst. Een gedicht van Gerrit Achterberg siert hier het station, waar de treinen nu voorbijrazen. De bus naar Elburg vertrekt een half uur later. Doorlopen, langs de Zuiderzeekust, kan ook, en is deze zomeravond zeker de moeite waard. Langs de weggetjes en de onverharde paden wandelen boerengezinnen, vader, moeder en kinderen, genietend van de avondrust en de langzaam zakkende zon.

In Elburg wacht een verrassing: de terrassen zijn nu overvol, en velen, zeer velen spreken Duits.