Mejia en Jaskula na één Tour erkend als toppers

ANDORRA, 20 JULI. Alvaro Mejia en Zenon Jaskula. Ze bezetten uiterst verrassend de tweede en derde plaats achter de onaantastbare Miguel Indurain in het algemeen klassement van de Ronde van Frankrijk. Vóór de Tourstart waren hun namen alleen nog maar bekend bij de echte wieler-insiders.

De Colombiaan Mejia is 26 jaar en werd geboren in Santa Rosa de Cabral. Hij debuteerde als prof in 1989. In dat jaar schreef hij meteen de belangrijke Classico RCN in eigen land op zijn naam. In 1990 boekte hij een tweede grote zege, nota bene in een 38 kilometer lange vlakke tijdrit van de Dauphiné Libéré. Mejia is gediplomeerd bakker, maar vanaf zijn zestiende fulltime coureur. Hij is lid van de Amerikaanse formatie Motorola.

De Pool Jaskula is 31 jaar en werd geboren in Chorsov. Ook hij werd in 1989 beroepsrenner. Als amateur veroverde hij in 1988 en 1989 zilver met het Poolse kwartet bij de Olympische Spelen (Seoul) en het WK (Chambéry) op de honderd kilometer ploegentijdrit. Hij had nooit een baan en als fietser om den brode was hij altijd knecht. Twee jaar geleden hielp hij Chioccioli de Ronde van Italië winnen.In 1992 reed hij zich in het zweet voor de succesrijke sprinter Cipollini. Deze competitie heeft hij een vrije rol bij het Belgisch-Italiaanse team GB-MG. Jaskula triomfeerde al in een tijdrit in de Ronde van Zwitserland.

In die twaalf kilometer lange race tegen de klok naar de top van de Balmberg deed Jaskula alles en iedereen in de Tour de Suisse versteld staan. Hij verbeterde niet alleen het tijdrecord van Erik Breukink, de Pool ging zo te keer dat liefst drieënveertig concurrenten zo'n grote achterstand opliepen, dat ze volgens de reglementen de wedstrijd hadden moeten verlaten. De jury streek echter over haar hart en besloot tot dispensatie van de groep. “Die Jaskula weet niet wat hij allemaal kan”, meent pr-man Roger de Vlaeminck van GB-MG. “In Oost-Europa kon hij zich nooit helemaal ontplooien. Hij lag als een hond aan de ketting. Zo heeft hij nooit geleerd in het peloton te rijden. Duwen en wringen kan hij niet, vandaar dat hij altijd achteraan een groep bengelt. Ook in deze Tour. Het lijkt dan of hij telkens moet lossen, maar dat is alleen maar schijn.”

Mejia oogt onderweg een stuk fitter. Op aanraden van zijn ploegleider Hennie Kuiper bijt hij zich als het ware vast aan het wiel van Indurain. De kleine, ranke Zuidamerikaan hanteert daarbij een superklein verzet. De donkere krullebol heeft volgens Kuiper nog voldoende reserves. De teambaas gisteren in Andorra: “Voor Mejia had er geen rustdag hoeven komen. Hij was graag doorgedenderd. Het liefst op stijle cols met grote hoogteverschillen, zodat hij zijn souplesse kan aanwenden. Hij is een heel ander type dan Indurain en Tony Rominger. Die hebben zo'n krachtenreservaat, dat ze met hun dikke benen door alle pijn heen knallen.”

Jaskula was wel blij met de dag pauze. Hij heeft al flink afgezien in de Tour. “Maar Poolse renners kunnen doorbijten”, oordeelt Kuiper over de concurrent van Mejia, “het zijn allemaal karaktermensen. Alleen moet je ze geen kopman maken, je mag ze vóór de Tour niet op een voetstuk zetten, want daar zijn ze niet tegen bestand.” De Vlaeminck beaamt dat. “Jaskula komt het beste tot zijn recht als hij met rust wordt gelaten. En hij kan nog zeker twee jaar mee. Reken maar dat hij nog van zich doet spreken.” Administrateur De Meulenaere van GB-MG is helemaal weg van Jaskula. Hij ziet in de Pool, die lichtelijk scheef zittend op de pedalen stampt, een soort Briek Schotte, een van de laatste Flandriëns - Vlaamse volksjongens met beperkt talent maar met een ijzeren doorzettingsvermogen. Het is aldus De Meulenaere “ook lekker meegenomen” dat hij Jaskula slechts een zeer bescheiden salaris hoeft te betalen. “Maar natuurlijk gaat hij meer franken kosten als hij zo doorgaat.”

Mejia is een stuk duurder. Hij staat dit seizoen nog onder contract bij de Colombiaanse ploeg Postobon, die geheel onverwachts stopte. De Zuidamerikaan wilde in zee met de op een geldschieter hopende Belg José de Cauwer. Toen dat feest niet doorging kon Kuiper Mejia oppikken. Afgelopen april. “Een gouden greep”, stelt Kuiper tevreden vast. Mejia krijgt bij Postobon volgens het Franse sportblad L'Equipe een wedde van zes ton. Betaalt Motorola dat voortaan? “Het kan me niet schelen van welk bedrijf ik salaris ontvang”, roept Mejia, “ze zoeken dat maar uit. Als ik maar kan fietsen.”

Drie maanden miste hij door de sponsorperikelen de competitie. Maar hij trainde veel. Kuiper: “In Colombia was hij wat dat betreft heel actief. Hij maakte tochten naar een hoogte van 4.000 meter. Vijftig kilometer klimmen, met een stijgingspercentage van tien à vijftien procent. 's Morgens weg, 's avonds pas weer thuis.” Kuiper verwacht “nog veel mooie dingen” van El Cometa. Haalt de klimmer het podium in Parijs dan verbetert hij de prestatie van Luis Herrera, de grootste Tourheld uit de Colombiaanse historie. Ook Jaskula kan geschiedenis schrijven. Het trekpaard uit Chorsov - ploeggenoot Cipollini noemt hem zo wegens zijn gesleur in de ploegentijdrit - kan de succesrijkste Pool worden. Tot nu toe gaat die eer naar Lech Piasecki, die in 1987 even de gele trui om de schouders had.