Hulporganisaties weg uit "hongerdriehoek' Soedan wegens strijd

NAIROBI, 20 JULI. Drie buitenlandse hulporganisaties hebben hun operaties in twee steden in het door burgeroorlog verscheurde Zuid-Soedan gestaakt omdat hevige gevechten hun werkzaamheden onmogelijk maakten. Veel mensen uit de beide steden zijn in verzwakte staat op de vlucht geslagen.

Een woordvoerster van het Wereld Voedsel Programma (WFP) van de Verenigde Naties zei gisteren dat de hulporganisaties Concern en Goal zondag de plaats Kongor hadden ontruimd, nadat daar hevige gevechten waren opgelaaid tussen leden van concurrerende facties binnen het Soedanese Volksbevrijdingsleger (SPLA). Concern en een andere organisatie, CARE, hadden kort daarvoor ook de plaats Lafon verlaten om dezelfde reden. Lafon werd ook in januari al eens aangevallen en in brand geschoten.

“Dit is werkelijk verdrietig want de gevechten verstoren de hulpverlening voor honderdduizenden mensen daar”, aldus de WFP-woordvoerster. Ook het WFP zelf heeft voorlopig afgezien van nieuwe voedseltransporten naar het gebied wegens de onrust.

De strijd speelt zich af tussen de aanhangers van John Garang en die van een andere SPLA-factieleider, Riek Machar. Nog maar twee weken geleden had Garang plechtig beloofd om zijn manschappen uit de betreffende zone terug te trekken, zodat de hulpverlenende instanties hun werk ongestoord zouden kunnen doen.

Kongor maakt deel uit van de beruchte zogeheten hongerdriehoek, een gebied zo'n 1.000 kilometer ten zuiden van de Soedanese hoofdstad Khartoum, waar zeker 300.000 mensen aan honger dreigen te sterven.

Het SPLA strijdt al sinds het begin van de jaren tachtig tegen de regering in het overwegend Arabische noorden van het land. De afgelopen paar jaar is het verzet echter uiteengevallen in verschillende facties die elkaar op leven en dood bestrijden. De regeringstroepen hebben, dank zij de verdeeldheid van het SPLA, veel terreinwinst geboekt in het zuiden. Volgens Garang is het regeringsleger eind juni opnieuw met een offensief begonnen. Bij de strijd zijn, zo zei Garang, zowel aan regeringszijde als aan verzetszijde veel doden gevallen. Bovendien vielen er veel slachtoffers onder de burgerbevolking. (Reuter, AP)