Een slimme zet

Als het in de Europese Gemeenschap slecht gaat met de overheidsbudgetten - oplopende financieringstekorten en oplopende staatsschulden tot recordhoogten - dan zijn er weinig redenen te bedenken waarom het in België beter zou gaan. De meeste economen in België rekenen op een krimp van het nationaal inkomen van tegen de 1 procent voor dit jaar. Maar dan moet het verwachte herstel niet te lang meer op zich laten wachten. In het eerste kwartaal van dit jaar boerde de Belgische economie nog 2,4 procent achteruit. Gouverneur Verplaetse van de Nationale Bank voorspelt tegen het einde van het jaar een opleving met ongeveer 2 procent (op jaarbasis).

Morgen is het de nationale feestdag in België - met een militaire parade voor het Koninklijk paleis en een volksfeest met afsluitend vuurwerk in het Park van Brussel - en vrijdag begint de ministersploeg onder leiding van duivelskunstenaar Jean-Luc Dehaene met de opstelling van de begroting voor 1994. Net zoals in de buurlanden komt die taak neer op de zoveelste vingeroefening in het zoeken naar mogelijkheden om tegenvallers zoveel mogelijk weg te masseren.

Bij het terugdringen van het financieringstekort (vorig jaar 6,9 procent) gaat de regering-Dehaene (nog steeds) uit van het scenario: 5,8 procent dit jaar en 4,7 procent volgend jaar om via 3,6 procent in 1995 te landen op het niveau van de Maastricht-norm van 3 procent. Afgelopen voorjaar al dreigde België te ontsporen en zag Dehaene zich genoodzaakt om in te grijpen door 113 miljard frank extra om te buigen (waarvan slechts 42 miljard door minder te gaan uitgeven). Om die "sanering' te realiseren, moest de premier overigens wel een slimme zet doen door een één-tweetje met de koning aan te gaan. Met zijn ministers werd hij het eind maart niet eens. Daarom bood Dehaene zijn ontslag aan, werd vervolgens door de koning benoemd tot bemiddelaar in zijn eigen crisis en redde ten slotte het leven van zijn regering door wel tot een akkoord te komen met de (in de Belgische politieke verhoudingen uiterst machtige) voorzitters van de regeringspartijen.

Nu - met het voorzitterschap van de EG op zak, België vorige week defintief omgevormd tot een federale staat en met de vakantie voor de deur - wordt opnieuw een krachttoer verwacht van de Dehaene. Want zonder opnieuw ingrijpen - zo heeft de Hoge Raad voor Financiën berekend - zal het financieringstekort volgend jaar niet dalen tot 4,7 procent maar stijgen tot 6,5 procent. Om dat te voorkomen zijn “structurele” additionele ingrepen nodig ten bedrage van 65 miljard frank, waarmee begin 1994 kan worden begonnen, aldus de Hoge Raad.

Premier Deheane heeft besloten opnieuw een slimme zet te doen. Ditmaal speelt hij de bal niet over de band met het Koninklijk Huis, maar grijpt hij dankbaar de analyse aan, die voorzitter Jacques Delors van de Europese Commissie de regeringsleiders van de 12 EG-lidstaten vorige maand heeft voorgehouden op hun top in Kopenhagen over het onvermogen van de EG om economische groei om te zetten in werkgelegenheid. Belangrijkste oorzaak: de hoge arbeidskosten.

Dat betoog heeft in de EG inmiddels een levendige discussie op gang gebracht over met name de verworvenheden en de nadelen van de stelsels van sociale zekerheid zoals die na de Tweede Wereldoorlog zijn opgebouwd in de landen van de gemeenschap. Dehaene kondigde vorige week aan dat hij dit najaar in België een “grondig” debat wil voeren over een “diepgaande” hervorming van de sociale zekerheid. Als het aan de Belgische premier ligt sluiten regering en sociale partners een nieuw en breed "sociaal pact', dat wat betreft zijn betekenis te vergelijken moet zijn met het pact dat in 1944 werd gesloten over de invoering van het huidige stelsel. Dehaene is overtuigd van de noodzaak om hard en doeltreffend in de grijpen in de sociale zekerheid, maar hij wil tegelijkertijd de sociale partners de kans geven hun inbreng te leveren. Daarom zal eind deze week het accent komen te liggen op de de uitvoering van de eerder afgesproken ombuigingen.

De sociale zekerheid is eigenlijk nog de enige sector waar de overheid kan besparen. De rest van het budget gaat voornamelijk op aan betalingen van rente over de overheidsschuld (ruim 40 procent van het federale budget) en aan het betalen van ambtenaren. Velen betwijfelen of de Belgische regering in staat is tot duurzame besparingen in de sociale zekerheid.

De Vlaamse topondernemer André Leysen schetste onlangs in een gesprek met het blad De Standaard een doemscenario. Hij gooide de knuppel in het hoenderhok door meteen maar het failissement van België aan te kondigen in het geval de groei van de schulden- en rentelast niet onmiddellijk wordt gestopt. Hij is voorstander van een noodplan met onder andere de volgende elementen: een (tijdelijke) vermogensbelasting, afschaffing van de automatische loonaanpassingen, hervorming sociaal bestel, privatiseren van zoveel mogelijk (semi)overheidsbedrijven en drastische vermindering van subsidies aan bedrijven. De (Vlaamse) regeringspartijen reageerden uiterst negatief. Leysen had dat in het interview al voorspeld. “In België tracht men altijd onpopulaire maatregelen vooruit te schuiven. Dat hangt met onze gecompliceerde systemen samen en met onze verdeeldheid. Er zijn geen rechtlijnige beslissingen te bereiken in dit land.”