Druk en beloning

EEN BELEID VAN "the carrot and the stick' (beloning of straf) is minder eenvoudig tot resultaat te voeren dan vaak wordt aangenomen.

Het gaat om de dosering. En er moet naar twee kanten voldoende geloofwaardigheid zijn: beloning bij goed en straf bij ontoelaatbaar gedrag. In de kwesties met Irak en Noord-Korea over het tegengaan van de bouw van wapens voor massale vernietiging lijkt de Amerikaanse politiek van druk en beloning te werken. Dat heeft waarschijnlijk veel van doen met de recente raketaanvallen op installaties in Irak, maar evenzeer met het aanbod van president Clinton de onderlinge verhoudingen te normaliseren zodra de betrokken landen van de aanmaak van raketten met een opgevoerde reikwijdte en van kernwapens afzien.

De onderhandelingen met Irak zijn door een afgezant van de Verenigde Naties gevoerd. Dat was logisch, de volkerenorganisatie heeft na de Golfoorlog de controle aanvaard op de vernietiging van Iraks strategische arsenaal. Maar Clintons verklaring bij zijn aantreden dat hij de geschillen met Bagdad zakelijk wilde bezien en zich niet zou laten verleiden tot persoonlijke animositeit (een terechtwijzing aan zijn voorganger) had al eerder voor een opening in de ontstane impasse gezorgd. Niet de persoon van Saddam Hussein maar het beleid van het Iraakse regime zou voor de nieuwe Amerikaanse regering maatstaf zijn. De wraakoefening voor de voorgenomen aanslag op ex-president Bush ter gelegenheid van diens bezoek aan Koeweit stond weliswaar op zichzelf, maar liet tegelijkertijd zien dat de nieuwe president de stok wist te hanteren.

BELOFTES VAN goed gedrag zijn onvoldoende. Naleving ervan moet worden gecontroleerd door onafhankelijke organisaties. Irak en de VN hebben daartoe nu overeenstemming bereikt en uitvoering van de nieuwe afspraken leidt naar versoepeling en ten slotte beëindiging van de internationale sancties tegen dat land. Vrijwel tegelijkertijd bereikten de Verenigde Staten en Noord-Korea een akkoord waarbij het laatste land zich verplicht het gesprek te heropenen met het Internationale Atoombureau in Wenen dat de naleving van het verdrag tegen spreiding van kernwapens controleert. Noord-Korea heeft dat verdrag geratificeerd, maar is desondanks begonnen met de ontwikkeling van een eigen kernwapen. Verzoeken van het Atoombureau om inlichtingen daarover ter plaatse na te mogen trekken leidden tot een weigering en vervolgens tot een aankondiging dat Noord-Korea het verdrag zou opzeggen, een voornemen dat inmiddels weer is opgeschort.

De jongste afspraak is een stap in de goede richting, maar biedt geen zekerheid dat Noord-Korea gerichte inspecties ook toelaat. Pas als daarvan sprake is en het land, zoals gisteren toegezegd, het contact met Zuid-Korea hervat, onder meer met als doel het Koreaanse schiereiland atoomvrij te maken, zullen de Verenigde Staten de helpende hand bieden bij de ontplooiing van een nucleair programma in Noord-Korea voor civiele doeleinden. Zou het communistische regime uiteindelijk normalisering uit de weg gaan, dan staat de onverbiddellijke uitspraak van Clinton bij zijn bezoek vorige zondag aan de demarcatielijn langs de 38ste breedtegraad recht overeind.

NOCH IN HET geval van Irak, noch in dat van Noord-Korea zal het vervolg probleemloos zijn. De regimes van deze landen hebben een lange traditie opgebouwd van schendingen van regels en afspraken waartoe hun voorgangers en zijzelf zich verplicht hadden. Maar een zeker pragmatisme is hun anderzijds niet vreemd, zoals op beslissende momenten is gebleken. Het is alleen maar de vraag hoeveel van die momenten nog nodig zullen zijn om de praktische zin de nodige duurzaamheid te verlenen.