Directeur nog drie jaar in functie om nieuw Groninger Museum op te zetten volgens de principes van Disneyland; "Zonnige' Frans Haks: veroordeling tijdelijke smet op blazoen

Een "tijdelijke smet' op zijn blazoen, die niets met zijn functie te maken heeft, noemt de directeur Frans Haks van het Groninger Museum zijn recente veroordeling omdat hij meegeprofiteerd zou hebben van een uitkering die zijn partner onterecht ontving.

GRONINGEN, 20 JULI. Het gesloten museum doet deze dagen dienst als magazijn. Langs de wanden staan stapels dozen met kleurrijk drukwerk. In de kamer van Frans Haks blaast een poolwind uit de air-conditioning de rook van zijn filtersigaretten de hoek in. Lachsalvo's vliegen over de glazen spreektafel.

Laat niemand denken dat de directeur van het Groninger Museum verslagen is door zijn veroordeling wegens fraude. Hij vergelijkt zichzelf met een clown. “Clowns zijn ook altijd vrolijk. Die zeuren niet”. Hij heeft trouwens wel iets anders aan zijn hoofd. De begroting voor het nieuwe Groninger museum, dat volgend najaar opengaat, moet in september klaar zijn.

Na de uitspraak van de rechtbank, bijna drie weken geleden, kreeg Haks tientallen brieven. Wildvreemden, collega's, maar ook schoolmakkers die hij dertig jaar niet had gesproken staken hem een hart onder de riem. Sommigen hadden andere bedoelingen. In anonieme telefoontjes en brieven wensten ze hem dood. “Als je niet opdondert zul je het voelen, dat soort verwensingen. Heel akelig”.

“Pijnlijk” noemt hij het hoe de kleinste details over zijn privéleven in het openbaar ter sprake kwamen, “want privé heeft niemand iets met mij te maken.” Toch is de rechterlijke veroordeling nauwelijks van invloed geweest op zijn dagelijks museumwerk, zegt hij. “Al kostte het aanvankelijk moeite om me te concentreren. Ik was ook heel moe, sliep meer dan normaal. Maar al snel heb ik dit onderwerp uit mijn gedachten geband om te kunnen concentreren op wat aan de orde was.”

Het zit hem meer dwars, zegt hij, dat deze affaire nadelig uitpakte voor het museum. De recente tentoonstelling Business Art, Art Business - over de kunstenaar die het zakendoen tot kunst verheft - bereikte een diepterecord wat bezoekersaantallen betreft: van de verwachte 8.000 bezoekers kwamen er 2.500 opdagen. Haks wijt dit niet zo zeer aan de “vrij hoge moeilijkheidsgraad van de tentoonstelling”, maar vooral aan de media die meer aandacht besteedden aan zijn rechtszaak dan aan de inhoudelijke kanten van de expositie. “Buitengewoon negatieve reacties waren ook welkom geweest. Die wekken tenminste nieuwsgierigheid op.”

Twee weken geleden werd Haks veroordeeld tot drie maanden voorwaardelijke celstraf en een geldboete van 25.000 gulden wegens opzetheling en valsheid in geschrifte. Zijn vriend kreeg zes maanden cel, waarvan drie voorwaardelijk opgelegd. Haks heeft meegeprofiteerd van een RWW-uitkering die zijn partner van begin 1988 tot maart 1989 ten onrechte kreeg uitgekeerd, aldus de rechtbank. Ook het Openbaar Ministerie heeft inmiddels hoger beroep aangetekend.

Haks vindt zijn straf aanvechtbaar. Maar hij heeft toch niet, zelfs als hij in hoger beroep vrij wordt gesproken, gebruik gemaakt van een maas in de wet? Haks: “Geen sprake van. Ik heb mijn leven anders ingericht, niet overeenkomstig de emancipatiewet, die voorschrijft dat je elkaar moet onderhouden als je samenwoont. Mijn vriend en ik wilden financieel onafhankelijk zijn. Dat recht hebben we. Ik geef toe dat we onzorgvuldig zijn geweest. We delen al vijftien jaar een telefoonlijn. Achteraf hadden we beter twee aparte telefoons kunnen nemen omdat een gezamenlijke lijn nu ineens als bewijs wordt opgevoerd. Samenwonen onder één dak zegt trouwens niets. Onder de daken van die Amsterdamse School-huizen wonen wel honderd mensen.”

Dat neemt niet weg dat er nu een smet op zijn blazoen is. “Een tijdelijke smet, die niets met mijn functie te maken heeft.” Nee, hij gelooft niet in een Gronings complot. Hij mag dan vele vijanden hebben, die al vele jaren oppositie voeren tegen zijn al te modernistische expositiebeleid, gericht op de nieuwste beeldende kunst-trend, maar aanwijzingen voor een georganiseerde actie ontbreken. “Ik heb me niet in mijn vijanden verdiept en dat zal ik ook niet doen. Ik weet dat sommige mensen de pest aan me hebben, en dat ze graag helpen me de grond in te stampen.”

Vorige week werd bekend dat Haks met de gemeente Groningen is overeengekomen dat hij nog drie jaar aanblijft en in juli 1996 zelf ontslag neemt. Over de getroffen regeling is hij “zeer tevreden”. Maar is die aan te stellen directeur middelen, zoals daarin werd afgesproken, geen motie van wantrouwen namens de gemeente? “Nee, dat is een misverstand. Ik heb nooit bezwaar gemaakt tegen een directeur middelen, maar tegen een tweekoppige directie, zodat bij meningsverschillen een derde partij beslist. Nu blijf ik inhoudelijk directeur en neem hoe dan ook de uiteindelijke beslissingen. Een directeur middelen houdt zich bezig met alle niet-inhoudelijke zaken, zoals het opstellen van de begroting en straks het aanpassen van de organisatie, want het nieuwe museum wordt vier keer zo groot als het huidige. Dat zou ik zelf absoluut niet kunnen.”

Het nieuwe museum - kosten bijna 48 miljoen gulden - is gebaseerd op het principe van de afwisseling, zowel in de presentatie als in de bouw. Er staan dertig wisselende exposities per jaar op het programma. Haks laat zich bij de inrichting onder meer inspireren door warenhuizen en Disneyland, waar contrasten en effecten de bezoekers wegvoeren in een sprookjeswereld. “We maken er geen Gronings Disneyland van, maar we hebben de principes daar goed bekeken en vertaald.”

Het nieuwe museum is opgedeeld in compartimenten, in te richten door verschillende kunstenaars om een zo groot mogelijk contrast te krijgen. Behalve een café en een winkel heeft Haks overwogen om er sauna's en een zwembad in onder te brengen. 'Wezensvreemde' elementen bevorderen de afwisseling, meent hij. “Bezoekers worden moe en dan moet je ze de gelegenheid geven om te relaxen.” Uit kostenoogpunt bleek realisatie echter niet mogelijk. Niettemin is hij blij dat er door de ligging van het gebouw in de Zwaaikom van het kanaal voor het Groninger station, een link is gelegd met de watersport.

Het nieuwe museum, waarvan de begroting niet langer op 150.000 maar op 100.000 bezoekers is gebaseerd, biedt straks een afwisseling van "hot' naar "cool'. "Hot' zijn onderwerpen die in de belangstelling staan en waar veel publiek op afkomt. Haks wil, anders dan in het oude museum, bekenden uit de beeldende kunst tentoon te stellen als 'een feest der herkenning'. Uit het werk van deze klassieken worden aspecten gekozen die tot nog toe onderbelicht bleven.

"Cool' zijn de experimentele grensverleggende exposities - het irritante stuntwerk, menen zijn vijanden -, waarmee Haks naam maakte en weerstanden opriep. In 1995, het jaar na de opening, staan zes grote tentoonstellingen op het programma, zoals misschien een tweede tentoonstelling met eigentijdse kunst uit Afrika, met het werk van Aboriginals uit Australië, en dat van kunstenaars uit de voormalige Oostbloklanden Rusland en Tsjechië. Mogelijk wordt ook het fenomeen "business art' uitgediept.

Met zijn conservatoren zal hij straks als het aan hem ligt niet anders samenwerken dan voorheen. Twee van de drie vonden hem oppervlakkig, vluchtig, theaterachtig en ook nog autoritair. Haks zou bovendien weinig oog hebben voor wetenschappelijke en historische facetten van objecten; de esthetiek krijgt prioriteit, meenden zij. “Inderdaad”, zegt Haks, “ik laat liever geen scherven zien, maar een compleet stuk aardewerk. Uitgebreide informatie is niet nodig, want een tentoonstelling moet een kijkspel blijven.” Eén van de conservatoren is uit protest naar de Rijksuniversiteit vertrokken. Of de twee anderen meegaan naar het nieuwe museum is nog onbekend.

“Een tentoonstelling is geen opgeblazen boek met allerlei geschriften en afbeeldingen. Je moet over de voorstelling en datering minimale informatie verstrekken. Geen verhalen vertellen, niet indoctrineren noch doceren. Een museum moet een visuele prikkel geven.” Als voorbeeld noemt Haks de pijp van de schrijver Victor Hugo, tentoongesteld in het gelijknamige Parijse museum. “Je geeft geen beeld van een schrijver door diens pijp te exposeren. Als het een pijp van niks is, moet hij niet vertoond worden. Dat is visuele vervuiling. Een museum moet geen rariteitenkabinet zijn. In het concertgebouw laten ze ook niet het piepen van de deur van Picasso horen, omdat het zo'n interessante piep is.”

Collega Crouwel in Rotterdam mag dan veel delegeren naar de desbetreffende conservatoren van Boymans-van Beuningen - “een mooie honorabele opvatting” -, in Groningen houdt Haks het laatste woord. “Dat is door de conservatoren als een bedreiging van hun autonomie ervaren”, geeft hij toe. Toch vindt hij niet dat het vastgestelde beleid demotiverend hoeft te werken voor de conservatoren. “Integendeel. Het kan juist animeren, omdat je de discussie aanwakkert wat je wilt laten zien en wat niet. En als ik denk dat het eindresultaat verbeterd kan worden, dan is het mijn plicht om dat duidelijk te maken. Als iemand vals speelt in een orkest zegt de dirigent ook dat hij of zij nog maar eens wat moet gaan oefenen.”

Het hoger beroep dat Haks direct na de uitspraak aantekende, dient pas op zijn vroegst over een half jaar. Haks ziet de afloop van zijn zaak "zonnig' toegemoet. “Ik ben gewend op de langere duur gelijk te krijgen, en niet meteen. In dit vak ben ik al vaak aangevallen. Als directeur word je nu eenmaal gedentificeerd met wat er in je museum te zien is. Vindt men tentoonstellingen of aankopen oppervlakkig, trendy en flodderig, dan ben ik dat zelf ook. Ik heb geleerd me dat niet aan te trekken. Veel critici die eerst schelden, slaan later om. Met deze affaire is het niet anders. Ik ga ervan uit dat die veroordeling hersteld wordt.”