DIERENARTS

Sinds enkele jaren zijn er in Nederland, en sinds kort ook op Europees niveau, adequaat opgeleide, geregistreerde dierenarts-specialisten.

Voor zover ik dit terrein kan overzien, heeft het bestaan van de specialistische diergeneeskunde allerminst geleid tot een "aantasting van de dierlijke waardigheid' zoals voor dergelijke zorg (in de Verenigde Staten) door Beatrijs Ritsema (NRC Handelsblad 1 juli) wordt beschreven. Integendeel, een goede voorlichting aan de diereigenaar omtrent de te verwachten resultaten van diagnostiek en behandeling, alsook helderheid over de mogelijkheden, onmogelijkheden, complicatierisico's èn de kosten vormen de basis tot het voorkómen van een "aantasting van de dierlijke waardigheid' door menselijk "te ver gaan'. Bij dieren die zich, na bijvoorbeeld aan een botbreuk te zijn geopereerd, weer vrijelijk kunnen bewegen, of die na een staaroperatie weer kunnen zien, is geen sprake van "misplaatste sentimenten' of van een onrechtmatige verrijking aan dierenleed door "pet hospitals'.

Eén door mevrouw Ritsema gesteld voorbeeld betrof een dier met suikerziekte. Suikerzieke dieren kunnen in het algemeen eenvoudig en met een zeer goed resultaat worden behandeld. Anders dan de in "Vuile handen' beschreven achttien jaar oude hond die na een uitgebreide behandeling voor een tumorziekte “overleed, zonder ooit zijn levenslust hervonden te hebben”, kunnen suikerzieke dieren met adequate behandeling en adviezen hun levenslust veelal wel degelijk herkrijgen, en vervolgens met hun kwaal oud worden. In een samenleving met een voldoend hoog beschavingsniveau kan het toch niet zo zijn dat een huisdier bij de eerste verschijnselen van ziekte of aftakeling wordt geëlimineerd.

Dat niet het dier zelf maar de eigenaar de beslissing neemt tot een eerste bezoek aan de dierenarts, of - voor een aantal aandoeningen en in overleg met de eerstelijns-dierenarts - aan de dierenarts-specialist, is onmiskenbaar. Ditzelfde geldt, mutatis mutandis, ook voor ouders met kleine kinderen. Als regel gebeurt dit dus niet "ter meerdere eer en glorie van de eigenaar' of op basis van andere valse sentimenten, maar uit genegenheid en verantwoordelijkheidsgevoel jegens het huisdier.

Niet alles wat medisch-technisch mogelijk is zal ook in alle gevallen bij "dierpatiënten' moeten worden benut. Gelukkig wordt hiermee in Nederland vooralsnog op nuchtere wijze omgegaan.