De Niro's tv-produktiemaatschappij geeft visitekaartje af

Tribeca, Ned.3, 23.06-23.58u.

Tot de bekendste inwoners van Manhattans naar verluidt meest modieuze wijk Tribeca (Triangle below Canal Street) behoort Robert De Niro. De acteur, die binnenkort zijn eerste speelfilm als regisseur (A Bronx Tale) presenteert, vestigde in het multimediale Tribeca Centre zijn gelijknamige nieuwe produktiemaatschappij. Ter introductie maakte de verwante firma Tribeca Television een zevendelige serie, die ook al Tribeca heet. Het vanaf deze week door de NOS uitgezonden visitekaartje, waarvoor De Niro als een van de drie "executive producers' tekende, is inderdaad televisiefictie van zeer hoogwaardige kwaliteit. De min of meer op zichzelf staande afleveringen van 45 minuten hebben slechts de lokatie gemeen en twee in elk deel even opduikende personages: een zwarte wijkagent te paard en een oudere, vaderlijke cafébaas van joodse afkomst.

Tribeca maakt evenals het nabij gelegen SoHo deel uit van de kern van "etnisch New York'. Het kleurrijke culturele aspect is dan ook een hoofdthema van de twee eerste afleveringen van Tribeca, de serie. Beide tonen ook een hoofdpersoon die langzaam zijn gerechtvaardigde woede plaats ziet maken voor een meer vruchtbare houding van acceptatie en vergeving.

In deel een (The Box) gaat het om twee Afrikaans-Amerikaanse broers. De oudste is de trots van de familie, een succesvol bankier, die zijn jongere broertje, een slordig levende rechercheur, de les pleegt te lezen. Al na een kwartier wordt eerstgenoemde zomaar op straat vermoord. De politieman gaat op zoek naar de moordenaar en wordt geconfronteerd met het verdriet van zijn schoonzuster en de opstandigheid van haar zoontje. Aan het slot van de door Michael Dinner geregisseerde en Ed Lachman (bekend van films van Jim Jarmusch en Wim Wenders) gefotografeerde aflevering, neemt hij zijn neefje mee naar de plek van de moord en huilt voor het eerst.

Voor een televisieserie is Tribeca bijzonder rijk aan details, sfeer en gevoel voor "understatement'. In de iets minder geslaagde, maar toch nog heel behoorlijke tweede aflevering The Hopeless Romantic evoceert regisseur Barry Primus een Italiaans milieu in de trant van de films Moonstruck of Married to the Mob. De ironisch gebruikte muziek doet vermoeden dat Dean Martin, begeleid door Mantovani, Verdi zingt. Het verhaaltje is even charmant als moralistisch: een oude huwelijkszwendelaar (Peter Boyle) komt onder invloed van zijn dochter tot inkeer. De scène, waarin de Italiaanse employées van een schoonheidssalon de waarde van het huwelijk bediscussiëren, is zelfs ronduit voortreffelijk.

In beide afleveringen speelt het stedelijke landschap van Tribeca een hoofdrol. De serie lijkt meer aan de hand van sterk geconstrueerde korte verhalen een impressie te willen geven van een bijna gedealiseerd stukje New York dan dat er, zoals in de meeste tv-series, gevarieerd wordt op de regels van een beproefd genre.

Als de produktie van Tribeca representatief is voor de kwaliteitsimpuls die De Niro met zijn eigen produktiehuis aan de Amerikaanse film- en televisieindustrie wil schenken, dan staan ons mooie tijden te wachten.