De Haag biedt stiefkind van Olympische Spelen onderdak

ROTTERDAM, 20 JULI. In het gevecht om prestige, macht, geld en aandacht winnen de "grote' sporten het van de kleintjes. Sneller, hoger en rijker, varieerde The Economist vorig jaar op het olympische motto citius, altius, fortius in een artikel over de exploderende sportmarkt. “De rijken worden rijker”, luidde de conclusie.

Het Internationaal Olympisch Comité - met hun marketing-vehicle de Olympische Spelen - en de grote sportbonden voor atletiek, golf, tennis, voetbal en het Amerikaanse trio football, honkbal en basketbal - met hun internationale toernooien en nationale competities - slokken verreweg het grootste deel op van de geldstromen en de beschikbare televisietijd. Hun dominantie stelt de norm. In de marge vechten de kleine sporten om aandacht. En organiseren ze hun eigen kampioenschappen.

Vrijdag beginnen in Den Haag de World Games, de wereldspelen. “Het stiefkind van de Olympische Spelen”, erkent Ron Froelich zonder een spoor van frustratie. De Amerikaan uit Birmingham, Alabama, is de voorzitter van de International World Games Association en voorzitter van de Federation Internationale de Trampoline. Onder zijn auspiciën treden drieduizend atleten, begeleiders en officials op in 25 verschillende sporten. In de Houtrusthallen en op diverse lokaties in de randstad. Het zijn sporten die niet te zien zijn op de Olympische Spelen, zoals korfbal en triathlon, of disciplines die daar niet op het programma staan, zoals powerliften en trampoline, familie van gewichtheffen en turnen. De spelen begonnen in 1981 en zijn ook in 1985 en 1989 gehouden. Over vier jaar is Zuid-Afrika gastheer.

Froelich is de hoeder van een bonte verzameling. Zwemmend redden en vinzwemmen, twee varianten op volleybal met de namen strandvolleybal en faustbal, korfbal en het vergelijkbare netball, karate en taekwondo. Dat lijkt op een versnippering van talent. Een kind van vijf jaar dat het water in wil of een bal over een net wil spelen, zou wel eens de verkeerde keuze kunnen maken. Het ligt voor de hand juist het aantal sporten te beperken en het aantal disciplines per sport terug te brengen.

“Natuurlijk”, zegt Froelich. “Maar wie bepaalt wat een sport is? Om mee te doen op de wereldspelen moet de federatie van sportbonden lid zijn van GAIFS, de General Association of International Sports Federations. Dan moet de federatie de meerderheid van de nationale bonden vertegenwoordigen en al enige tijd internationale kampioenschappen organiseren. Sinds kort is dansen lid van GAIFS. Ik vind dat geen sport. Het is artistiek, maar het is niet competitief. Maar het is inderdaad wel te vergelijken met een vloeroefening bij turnen. Het is bewegen op muziek, een jury beoordeelt de prestaties. Zoals kunstrijden op de schaats, zoals kunstzwemmen, twee sporten die meedoen aan de Olympische Spelen. Is casting (een soort droog vissen) een sport? Vissen is de grootste sport in de wereld als je iedereen meetelt die een hengel heeft. Maar is casting een sport? Wel voor de casters.”

Ook een commissie van het Internationaal Olympisch Comité is al een tijdlang bezig is een definitie van sport te formuleren. “Een heet hangijzer”, zegt Froelich. “Het IOC wil sporten kwijt van de Spelen, omdat er niet genoeg deelnemers en organisaties zijn. Daarvoor gebruiken ze als criteria het aantal sporters over de hele wereld, het aantal federaties, de verspreiding van de sport. Dat mag niet alleen in Europa zijn, maar moet op minimaal drie continenten.” Waarschijnlijk, zo moet hij toegeven, zal de omschrijving van sport door het IOC gedeeltelijk bepaald worden door de vraag welke sporten het comité van de Spelen wil afvoeren. “Dat wordt moeilijk, want er zullen bepaalde sporten bedreigd worden en zich bedreigd voelen.”

De wereldspelen is er voor sporten in ontwikkeling. Froelich heeft geen problemen met de richting die het Internationaal Olympisch Comité is ingeslagen. Het is een logische ontwikkeling. “Het IOC willen alleen nog sporten waar geld in omgaat. Money-making sports. Om de Spelen te organiseren zijn de kosten inmiddels astronomisch. Met grote sponsors, grote televisiemaatschappijen en de grote sporten. Atletiek in een stadion is een aaneenschakeling van hoogtepunten. Daarmee kan trampoline niet concurreren.”

“Het IOC is ook niet bij machte het programma uit te breiden en wil het programma zelfs inkrimpen. Daar komen wij om de hoek kijken. De wereldspelen, zo bleek uit gesprekken met Samaranch (de voorzitter van het IOC), kunnen in de toekomst bepaalde disciplines opnemen van sporten die nu nog bij de Olympische Spelen horen. In theorie hebben de wereldspelen immense mogelijkheden en kunnen ze veel groter worden dan de Olympische Spelen. Wij hebben meer sporten.”