Boeren en activisten strijden om de Peel

In de nabije toekomst moet er in Nederland tweeduizend vierkante kilometer nieuw natuurgebied komen. In de Brabantse en Limburgse Peel liggen aardig wat proefgebieden, maar de boeren daar staan op hun achterste benen en proberen de overheid met de aankoop van tien vierkante kilometer natuurgebied een slag voor te zijn.

DEURNE, 20 JULI. “Laten ze de Peel verzuipen dan moeten de boeren naar de bijstand kruipen.” Zo staat het op de weg naar Meijel op een protestbord. Al jaren bestrijden de boeren en de werkgroep Behoud de Peel elkaar te vuur en te zwaard. Tot vijftien jaar geleden de werkgroep in actie kwam, was de agrarische kolonisatie van de Peel schier ongebreideld. Boeren pikten - vaak zonder betaling - vele hectaren van het hoogveengebied in om ze in cultuur te brengen. De werkgroep van haar kant maakte zich ook weinig populair door tegen elke vergunningaanvrage van boerenzijde in het geweer te komen met bezwaarschriftprocedures, tot aan de Raad van State toe. Volgens de werkgroep zijn de boeren de hoofdschuldigen van de vermesting, verzuring en verdroging van de Peel.

In de strijd natuur versus boerenbelang is een nieuwe episode aangebroken. De vierhonderd leden tellende Boerenbond in Deurne maakte enige tijd geleden bekend een bod van 4,75 miljoen gulden te doen op tien vierkante kilometer Deurnse Peel onder het motto: “Liever de Boerenbond als buurman dan de (gewantrouwde) overheid”. De gemeente Deurne heeft het stuk Peel in de aanbieding. Die overheid legde in de loop der jaren de boerenstand in de Peel allerlei beperkingen op in de bedrijfsvoering. Zo mag er nog maar op bepaalde uren en in bepaalde maanden van het jaar worden beregend, zijn er stukken landbouwgrond waarop geen grasland meer mag worden gescheurd en is drainage verboden. Een van de maatregelen ter bescherming van het natuurgebied de Groote Peel (13 vierkante kilometer), zopas nog officieel door staatssecretaris Gabor van landbouw en natuurbeheer omgedoopt tot nationaal landschapspark, is om de waterstand in dit deel van het gebied te verhogen opdat aan de verdroging een einde komt. Vandaar dat "verzuipen' op het protestbord.

Tengevolge van de verdroging, die voor een groot deel wordt toegeschreven aan de agrarische activiteiten in de directe omgeving, is de waarde van het natuurgebied ernstig aangetast. Wie tegenwoordig door de Peel loopt, ziet dat de waterpartijen goeddeels zijn drooggevallen en dat het gebied is overwoekerd door hoog gras, dat welig tiert door de vermesting en dat alle andere leven verstikt. De boeren van hun kant voelen zich door al deze maatregelen ernstig in hun bestaan bedreigd. Vandaar dat de Boerenbond in Deurne het bod deed op tien vierkante kilometer Deurnse Peel. Daarmee denken ze bij verdergaande beheersmaatregelen door de overheid een vinger in de pap te krijgen. Ze hebben de tien vierkante kilometer niet nodig als landbouwgrond; sterker nog: daar, in een natuurgebied, mag niet eens landbouw worden bedreven. De gezamenlijke boeren willen voor het gebied een miljoen gulden meer op tafel leggen dan het bod dat Landbouw erop heeft gedaan.

Hoewel boeren en natuurbeschermers in de Peel niet elkaars beste vrienden zijn, is er vooral met de jongere boeren toch sprake van enige toenadering. Sinds kort zitten ze bij elkaar aan tafel. Het ergerde die jonge boeren, verenigd in het Jong Agrarisch Peel Initiatief (JAPI), dan ook behoorlijk toen de werkgroep Behoud de Peel onlangs zonder ruggespraak kwam met een plan om van 15 vierkante kilometer Peelgebied tussen Helenaveen en Griendtsveen een heuse wildernis te maken, waar “eenzaamheid, stilte, ongereptheid en tijdloosheid” zullen heersen, zoals het in de plannen staat. Begin deze maand kwam het tijdens een feestelijke bijeenkomst in Meijel, waarop de werkgroep zijn 15-jarig bestaan herdacht, tot een overigens beschaafde botsing met JAPI-voorman J. Gijsbers, zelf een Peelboer. “Het is”, zei Gijsbers “toch de werkgroep Behoud de Peel en niet de werkgroep Uitbreiding de Peel? Idealen zijn mooi, maar ze mogen niet worden bereikt tegen elke prijs. Voor de uitvoering van dit soort plannen is een breed draagvlak nodig en dat bereikt men niet als men de boeren niet bij het overleg betrekt.”

Voor de plannen van de werkgroep, neergelegd in het rapport De Verheven Peel, moet drie vierkante kilometer landbouwgrond uit de produktie worden genomen. Twintig huizen en vijftien boerderijen zouden ervoor moeten wijken. De boeren zouden aan dat plan nog wél willen meewerken als ze voor hun grond en opstallen een behoorlijk prijsje zouden kunnen maken. “De overheid heeft weliswaar de mond vol over natuurbouw, maar het geld er voor ontbreekt”, zei Gijsbers tijdens de confrontatie in Meijel.

De Verheven Peel moet in de plannen van de werkgroep een territoir worden met gevarieerde bossen, moerassen, kwelmoerassen en hoogveenregeneratie (tot vlak voor de Tweede Wereldoorlog werd in de Peel turf gestoken). Kortom: de wildernis moet weer in Nederland terugkeren. De geologische omstandigheden in het gebied dat de werkgroep voor ogen heeft zijn uitstekend voor een dergelijk plan. Door de aanwezigheid van de Peelrandbreuk met zijn damwanden, een waterdichte basis aan de onderkant van het gebied, en de waterscheidingen op de hogere delen is er als het ware een badkuip ontstaan die zichzelf van water voorziet en die daardoor niet blootstaat aan de gevolgen van ontwatering door de boeren in de omgeving. Voor de boeren in de Peel is het allemaal wat veel van het goede. Zeker nu het ministerie van landbouw en natuurbeheer ook nog eens in de onlangs verschenen nota De Groene Ruimte heeft aangekondigd een ander deel van de Peel, de Peelse Venen (twaalfvierkante kilometer), aan te wijzen tot een van de zestien zogenoemde strategische groenprojecten die in Nederland zijn voorzien.