Anderhalve week niet-olympische sporten bij Wereldspelen

Op de wereldspelen zijn te zien: beachvolleyball, bodybuilding, bowling, casting, hardrijden op rolschaatsen, karate, korfbal, kunstrolschaatsen, netball, pétanque, powerlifting, racquetball, rolhockey, sombo, sportacrobatiek, taekwondo, touwtrekken, trampoline, triathlon, tumbling, veldschieten, vinzwemmen, vuistbal, waterskiën en zwemmend redden. Als demonstratiesporten figureren: aikido, touwtrekken voor vrouwen, voltige en blootvoets waterskiën.

Bij de Olympische Spelen worden de volgende sporten beoefend: atletiek, badminton, basketbal, biathlon, bobslee, rodelen, boksen, gewichtheffen, handbal, handboogschieten, hockey, honkbal, judo, kano, moderne pentathlon, paardesport, roeien, schermen, rodelen, schaatsen, schieten, skiën, tafeltennis, tennis, turnen, voetbal, volleyball, wielrennen, worstelen, ijshockey, zeilen en zwemmen. Het Internationaal Olympisch Comité heeft bovendien de volgende sporten het predikaat "olympisch' verleend: aeronautics, bowlen, curling, golf, kegelen, onderwatersporten, oriënteering, pelota vasca, raquetball, rolschaatsen, sportacrobatiek, squash, taekwondo, trampoline, triathlon, waterskiën en sinds kort korfbal en netball.

Bij GAIFS, de General Association of International Sports Federations, zijn 62 verschillende federaties van nationale sportbonden aangesloten en nog eens twintig organisaties, zoals de sportbond voor blinden en de vereniging van sportjournalisten. Tot die 62 behoren bijvoorbeeld: bergbeklimmen, dansen, polo, motorsport, sleehondenrennen en jai-alai. In de bovenstaande opsommingen ontbreken nog sporten als schaken, dammen, bridge en biljarten.