VS openen "tijdelijke' missie in Vietnam

HANOI, 19 JULI. De Verenigde Staten zullen binnenkort drie diplomaten stationeren in de Vietnamese hoofdstad Hanoi. Hoewel het een “tijdelijk verblijf” wordt genoemd, is het de eerste keer sinds de eenwording van Vietnam onder communistische vlag, in 1975, dat de VS diplomaten voor een langer verblijf naar Hanoi sturen. Vietnam heeft de stap verwelkomd.

Het besluit werd zaterdag bekend gemaakt door de Amerikaanse onderminister van buitenlandse zaken, Winston Lord, die het bezoek van een Amerikaanse delegatie aan Vietnam leidt. De drie diplomaten zullen op tijdelijke basis in Hanoi wordt gestationeerd om te helpen bij het onderzoek naar het lot van verdwenen Amerikaanse militairen, gewoonlijk aangeduid als MIA's (Missing In Action). Volgens cijfers uit Washington worden sinds het einde van de Indochinese oorlog nog 2.253 Amerikaanse GI's vermist in Vietnam, Laos en Cambodja. Verreweg het grootste aantal van hen wordt in Vietnam vermist. De Vietnamese regering heeft de delegatie Lord verzekerd dat de drie diplomaten alle medewerking zullen krijgen bij het zoeken van de vermiste GI's.

De Vietnamezen overhandigden Lord een brief van president Le Duc Anh aan zijn Amerikaanse ambtgenoot, Bill Clinton, waarin deze schrijft Washington ter wille te zullen zijn. Maar onderminister van buitenlandse zaken Le Mai verzekerde Lord dat “alles wat gedaan moest worden aan de MIA's al is gedaan”. Le Mai zei dat het onderzoek zich niettemin zal concentreren op de specifieke gevallen van 92 MIA's, waarvan de Amerikanen zeggen dat opheldering “waarschijnlijk” is.

Het kwestie van de MIA's is het laatste officiële argument dat Washington hanteert om de breuk in de diplomatieke betrekkingen met Hanoi te handhaven. Volgens sommige Amerikanen zijn enkele van de MIA's nog in leven en worden ze in Vietnam vastgehouden. Hanoi ontkent dit in alle toonaarden.

In 1991 werd al een Amerikaans bureau voor onderzoek naar de MIA's in Hanoi gevestigd, maar het personeel van dat bureau heeft niet een diplomatieke status. Tot nu toe wisselden de voormalige vijanden diplomatieke contacten uit in de Thaise hoofdstad Bangkok of op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in New York.

Volgens politieke waarnemers is het sturen van de drie diplomaten een belangrijke doorbraak. “In feite wordt een kantoor opgezet dat de wederzijdse betrekkingen gaat onderhouden,” aldus een Westerse gezant. Clinton moet in september beslissen of hij het uit 1964 daterende handelsembargo tegen Hanoi (in 1975 vergroot voor heel Vietnam) zal verlengen of zal opheffen. (AP, Reuter)