VOOROORDEEL

Konrad Seitz, die in het Economie-katern van 10 juli zulke aardige voorbeelden geeft om aan te tonen dat de Europese industrie nodig onder leiding van regeringen moet veranderen om een leidende ontwikkelingsrol te kunnen spelen op een zich wijzigende wereldmarkt, is econoom, classicus, filosoof en diplomaat.

Hij wil een industriële strategie zodat toekomst-scenario's en bemiddeling tussen bedrijven door Europese regeringen genitieerd kunnen worden. "Hopeloos' wordt hij ervan dat men dat in Europa niet kan. “Men praat volkomen langs elkaar heen. Het is net een dialoog tussen doven.”

Als hij die beeldspraak echt gebruikt heeft, is hij weer een mooi voorbeeld van een Europeaan met een gebrekkig inzicht in de vraag hoe onze beschaving thans denkt over doofheid en onze dove medemens. Een dialoog tussen doven verschilt in kwaliteit namelijk geenszins van een dialoog tussen horenden. Doven zijn in dezen niet "minder', slechts "anders'. Gesproken taal of Gebarentaal, dat is het verschil. En Gebarentaal is heel wat internationaler dan de taal die Seitz spreekt en door de EG wordt herkend en erkend (Johan Wesemann, doofgeboren Nederlander, bekleedt een hoge functie binnen de EG).