Volleybalploeg denkt voorzichtig aan goud op EK

DEN BOSCH, 19 JULI. Met Ron Zwerver terug in de basisploeg heeft het nationale volleybalteam zijn laatste twee thuiswedstrijden voor de World League gewonnen, 3-0 en 3-1 tegen Zuid-Korea. Nederland staat nu derde in zijn groep, achter Italië en Cuba, en kan de finalepoule in Brazilië niet meer halen. Maar dat werd ook niet verwacht. Er resten Oranje nog twee duels, komend weekeinde in en tegen Finland.

Nederland richt zich nu op het Europees kampioenschap dat in september in Finland wordt gespeeld. Ondanks het nog lang niet naar wens lopende spel zijn de spelers optimistisch. ““Ik verwacht op het EK een plaats bij de eerste drie, maar het zou me niet verbazen als we eerste worden”, aldus Ronald Zoodsma, een stuwende kracht tegen de Koreanen.

Het is de bedoeling dat bij het EK de twee vedetten van het Nederlandse volleybal, Ron Zwerver en spelverdeler Peter Blangé er weer bij zijn. De eerste maakte tegen Zuid-Korea zijn rentree en Blangé traint na zijn knieoperatie alweer mee in Amsterdam. Bondscoach Joop Alberda over het spel van Zwerver: “Gezien het feit dat hij zes weken bijna niets heeft gedaan en op de training pas 75, 80 procent van zijn kunnen laat zien, ben ik erg tevreden.” Volgens de Fries is door de aanwezigheid van Zwerver de dynamiek in het team toegenomen.

Overigens konden de duels tegen de Koreanen nauwelijks als serieuze graadmeter voor het Nederlandse niveau worden gezien. De tegenstanders waren gewoon te zwak voor Oranje. Het was al heel wat dat Zuid-Korea gisteren nog één set pakte.

Net als vorige week tegen de Finnen prees Alberda de verdediging in het achterveld. Die heeft meer te doen dan voorheen, nu het accent minder op de blokkering ligt. Super-blokkeerder Boudrie is weg, Benne en de boomlange Van der Horst vertoeven nogal vaak bij de reserves. Alberda: “Als collectief heeft de ploeg verdedigend veel mogelijkheden. De vechtlust is groot. Van overal proberen ze de ballen te halen.”

In Alberda's ploeg is routinier Ronald Zoodsma, al drie jaar lid van de Italiaanse club Montichiari, belangrijk. Hij passt, blokkeert, brengt rust. Tijdens de Olympische Spelen kwam hij ongeveer het minst aan bod, alleen soms als vervanger van vaste kracht Jan Posthuma. Bij Alberda is hij vooralsnog zeker van de basis. “Ik vind hem volwassener spelen dan vroeger”, zegt de coach. “Zijn niveau is constant. Je ziet dat aan de manier waarop hij in het heetst van de strijd met verlies en winst omgaat.” Zwerver, veelbetekenend: “Je hebt helemaal geen last meer van Ronald.”

Zoodsma heeft een simpele verklaring voor zijn presteren. “Ik voel me heel erg thuis in dit team, veel meer dan vroeger. Iedereen kent zijn eigen verantwoordelijkheid, kan voor een wedstrijd zijn eigen patroon volgen, doen en laten wat hij wil.” Hij vergelijkt met de periode-Selinger, toen de Amerikaan dacht voor de ploeg en iedereen zich hetzelfde diende te gedragen. Met Zoodsma en Zwerver lijken Van der Meulen, Grabert, aanvoerder Held en Bijl momenteel de basisspelers van Alberda, maar daarin kan in de zeven weken voor het EK nog veel veranderen.

Van het huidige basisteam heeft spelverdeler Jeroen Bijl verreweg de minste ervaring. Maar Zwerver was best tevreden over zijn aangever. “Ik had erger verwacht.” Veelzeggend was Zwervers opmerking dat Bijl hem na twee weken training beter bedient dan Tofoli, Italiaans international, clubgenoot bij Treviso, na twee maanden. Zwerver: “Bijl krijgt teveel informatie tegelijk, maar hij is in ieder geval bereid wat op te steken.” Zwerver maakt zich geen zorgen, want hij weet ook dat zijn vriend Blangé het binnenkort van Bijl overneemt.