Spermine

“Wat ruik ik nu toch in hemelsnaam?”

Ik keer terug op mijn schreden en ontdek waar de geur me aan doet denken. Ik blijk onder een bloeiende tamme kastanje te staan. Ik zucht diep, via mijn neus, denk na en herinner me plotseling wat ik vijfentwintig jaar eerder op een college had gehoord, namelijk dat vers menselijk zaad ruikt als een bloesemende tamme kastanje. “Je pense. C'est singulier! Moi, je ne pense jamais, mes idées pensent pour moi.” (Lamartine). Ik pluk natuurlijk onmiddellijk een ruikertje van de langwerpige katjes.

Thuis gekomen laat ik, zonder een woord te zeggen, mijn vrouw er aan ruiken. “Sperma”, zegt ze werktuiglijk. Ons zoontje van negen vraagt gretig wat dat is. Ik vertel het hem. “Dat heb ik nooit geroken.” Ik hou de katjes nu onder zijn neusje. “Net paddestoelen”, zegt hij.

Ik fiets langs professor Kremer, die het genoemde college gaf, vertel hem dat zijn bewering klopt, en vraag hem waar zijn sappige verhaal vandaan komt.

“Van professor Vos, de Groningse patholoog, een orthodoxe rooms-katholiek.”

“Is het ooit gemeld in de literatuur?”

“Ik denk dat Molnar er wel over rept.”

Inderdaad: “Der Geruch is charakteristisch und erinnert an Rosskastanien. Die Geruchskomponente stammt aus der Prostata.” We zoeken Rosskastanien op. Dàt blijken echter "paardekastanjes' te zijn, "wilde kastanjes', wel gebruikt als paardevoer. Half goed?

Maar wàt geeft sperma nu zijn specifieke geur? Ook dat is bekend. In sperma zit spermine, dat bij oxydatie een vluchtige base oplevert, die de karakteristieke geur aan zaad geeft. Spermine, dat als heldere kristalletjes zichtbaar wordt als vers zaad veroudert, is al ontdekt door Antoni van Leeuwenhoek. Hij beschrijft deze kristallen in zijn brief van november 1677 aan de president van de Royal Academy, burggraaf Brouncker, waarin hij voor het eerst de ontdekking van levende spermatozoën ("dierkens') beschrijft.

De brief eindigt als volgt: “Als U, Edele heer, denkt dat deze waarnemingen de geleerden kunnen shockeren en te schande maken, vraag ik U, Edelachtbare, in ernst, ze als privé te beschouwen, en ze te publiceren of te vernietigen, zoals U, Hooggeachte, gepast vindt.”